sofieontheroad.reismee.nl

Paradise...

Je leven riskeren voor 75 cent? In India kan het...

Je huurt gewoon voor en dag een fiets en je begeeft je tussen het moordende verkeer, op weg naar Paradise Beach.

Als je er dan ook nog eens in slaagt terug te keren rond 16 uur, als de scholen uit zijn, heb je zeker waar voor je geld gekregen...

Nu zijn jullie misschien allemaal aan het kwijlen bij het woord strand. Laat me dan even uitleggen dat dat hier toch een iets ander concept is dan bij ons.


Strand is hier geen synoniem voor zwemmen, noch voor zonnen en van het woord bikini hebben ze hier nog niet gehoord. Of misschien al wel gehoord, maar dat hele idee vinden ze dan in ieder geval ONgehoord.

Hier ga je naar het strand om daar een namiddag volledig gekleed te gaan zitten kletsen, bij voorkeur in de schaduw van een palmboom of onder een shelter.


Op het strand probeer je dan die ene toerist te ontwaren en als je die gevonden hebt ga je doodleuk vragen of hij met je op de foto wil. Waar die toerist dan helemaal niet van wil weten. Wat een saaie mensen zijn toeristen toch...


Tijd voor een beetje reclame nu. Een e-reader is goeie marchandise!

De tijd van zeulen met boeken is voorbij. Ik heb nu een bibliotheek van zo'n 130 boeken te mijner beschikking, en dat allemaal voor het luttele gewicht van 168 gram.

Ik hoef ook niet meer te rantsoeneren wanneer een boek bijna ten einde is, want ik heb er nog 129 te gaan.

Verder biedt het ook voordelen tijdens het alleen eten op restaurant. Een boek is namelijk nogal moeilijk open te houden tijdens het eten. Een e-reader ligt altijd goed en je hebt maar te klikken om een blad om te slaan. Werkelijk een geniale uitvinding.

Ondertussen zit ik al in Kovalam en heb ik gisteren de zon zien ondergaan in drie oceanen tegelijk. Kanyakumari (waar ik gisteren nog was) vormt namelijk het allerzuidelijkste puntje van India (haal zoals elk jaar die atlas maar weer boven - eigenlijk moest hij al klaarliggen...).

Helaas heb ik de zon ook zien opkomen in diezelfde drie oceanen, want ik had vannacht logees. En nee, 't waren geen knappe mannen (ook weer helass). Voor de eerste keer op al mijn reizen ben ik geconfronteerd geweest met bedbugs, of tenminste, dat denk ik dat het waren. Ik dus snel mijn bed uit ('t jeukte niet, ben ook niet gebeten, maar zag ze opeens kruipen toen ik lag te lezen) en dan maar geprobeerd een constructie te maken met stoel, handdoek daarover, rugzak ervoor, ... Tot ik toch weer de slaap niet kon vatten en het licht aandeed. Wat bleek? Ondertussen zaten ze ook op mijn broek, mijn handdoek, mijn rugzak, ... Dan maar de hele nacht buiten op 't balkon gezeten. Vandaar dat ik dit verhaaktje schrijf met zeer kleine oogjes. Dus sorry alvast voor eventuele typfouten.

Enfin, ik hoop maar dat ik er geen heb meegebracht, ik heb alles de hele nacht door gecheckt, en vanmorgen nog eens, dus ik hoop dat ik deze nacht gespaard blijf van ongewenste gasten.

Jullie horen het later wel...


Nergens beter dan thuis

Ik hoef mijn favoriete soap tijdens de vakantie helemaal niet te missen. Beter nog, ik speel er zelf in mee. De madam Mariannen lopen hier dik gezaaid in de vorm van oudere dames die je minachtend bekijken.

De Indische versie van Kasper, de foute zoon van Rosa en Waldek, heeft me al meermaals verboden producten proberen aan te smeren.

Dokter Geert, de grijze waardige heer, kom je hier op elke hoek van de straat tegen.

Louche types zoals den Eddy zijn ook nooit ver te zoeken.

Franky en Thibault, ach, breek me de mond niet open. Volgens mij is zowat half mannelijk India gay. Zoals die mannen aan mekaars lijf zitten, op elkaars schoot hangen, hand in hand lopen, ...


En dan ons Nancy... Wel, de poetsvrouw van Kailash guesthouse in Pondicherry was helemaal niet van het verlegen type. 's Morgens kwam ze doodleuk de kamer doen, terwijl ik me aan 't aankleden was. Ze zette zich rustig op mijn bed en begon op van alles te wijzen en allerlei dingen op te pakken. Ondanks het feit dat ze geen woord Engels sprak en ik geen woord Tamil, heeft haar tater geen seconde stilgestaan. Schoonmaken? Dat is ze uiteindelijk vergeten. Ze heeft wel mijn vuilbakje geleegd voor ze een half uur later doorging...


's Namiddags zat ik boven in de gemeenschappelijke ruimte, toen ze weer bij me kwam zitten, dit keer met een collega poetsvrouw. Nu was er die dag een algemene staking in Pondicherry en ik had nergens iets te eten gevonden. Ik had nog een zak noten en was die aan 't binnenwerken. De twee poetsvrouwen hadden elkaar blijkbaar veel te vertellen... Van poetsen kwam dus ook weer niet veel in huis. Maar tussen het geklets door, wou ze ook wel dingen tegen mij zeggen (in het Tamil wel te verstaan). Die liet ze telkens voorafgaan door een luid YES! Dat was voor mij het teken om op te letten en te luisteren. Op een gegeven ogenblik wijst ze naar de noten en ik probeer met hand en tand uit te leggen dat ik door de staking geen eten heb gevonden, wanner haar collegaatje prompt opstaat en even later terugkomt met een zakje. Daaruit gaf ze me een homp brood, erg oudbakken en zuur, en deed teken dat ik dat moest opeten. Tja, een gekregen paard enzoverder... Ik heb het uit beleefdheid achter mijn kiezen gekregen, maar heb een tweede stuk toch maar beleefd afgeslagen, onder het mom van niet al hun eten te willen opeten. Tja, die Nancy, 't is een geval apart, maar ze heeft een gouden hart...

Ik zweet, dus ik ben...

Ik mag dan al Oost-Indisch doof zijn, ik kan helaas niet iedereen negeren en heb dus al een paar grappige ontmoetingen gehad.


De eerste was toen ik in Chennai de weg vroeg naar mijn hotel. 't Was twintig voor vijf...

De vriendelijke man (het moet gezegd) wees me prompt de weg door te zeggen dat ik altijd rechtdoor moest gaan en om vijf uur rechts moest afslaan. Indische logica? Wie zal het zeggen?

Ik in ieder geval niet... Ik ben om de man te plezieren braaf rechtdoor gegaan, maar ben daarna op mijn buikgevoel verdergegaan en niet op mijn klok.


Nog in Chennai zat ik op het strand, verscholen in de schaduw achter een gesloten stalletje, toen een man me plots benaderde. Natuurlijk kwam daar de logische eerste vraag “Where you from?”. Op het antwoord dat ik van België kwam, volgde de tweede vraag, namelijk of ik werkte. Het antwoord daarop was bevestigend, ik zei dat ik leerkracht was. Waarop de man me vroeg of er geen vacatures waren. Hierop was mijn antwoord ontkennend, waarop de man een zeer beteuterd gezicht trok.

Ik stel me nog steeds de vraag wat hij had gedaan als ik ja had geantwoord? Het eerste beste vliegtuig naar België genomen en komen solliciteren?


En dan in Mamallapuram (mijn vorige stop), hadden ze me allemaal de voorbije dagen al gezien, ook al was ik er net. Kwestie van een goeie openingszin te kiezen...

In mijn kamer in Mamallapuram had de ventilator 2 standen, de ene loeihard en vreselijk luid, de andere gewoon niks. 't Was dus kiezen uit 2 kwaden en ik koos voor het minste, gewoon uit. Dan was het toch tenminste stil. Je hoeft echter geen genie te zijn om te begrijpen dat je bij een nachtelijke temperatuur van zo'n 30 graden al snel verandert in een plasje zweet. Ik heb trouwens ook het stille vermoeden dat net dit huis gebouwd was om de warmte binnen in plaats van buiten te houden.


Wat de stilte betreft, om 2 uur besloot het plaatselijke hondenkoor dat het tijd was om hun repertoire te oefenen. Prijzen zullen ze alvast niet winnen. Blijven oefenen is dus de boodschap, alleen liefst niet 's nachts.


Het werd dus een lange nacht van draaien en keren, ventilator aan en uit, oordoppen nog eens wat dieper induwen en -het hoeft geen betoog- weinig slaap...


En dan loerde de volgende morgen het volgende trauma alweer om de hoek.


Wist je dat het tien minuten duurt om een Indische deur open te breken?

De eigenaar van het tentje waar ik die morgen mijn ontbijt at nu wel.

In plaats van dat hij aan mij verdiend heeft, heeft hij erop moeten toeleggen, de arme man...


Ik ging naar 't toilet en schoof de hendel dicht. Toen ik weer naar buiten wilde, schoof ik uiteraard de grendel weer open, maar wat bleek, er zat nog een gewoon slot op de deur en de deur was in het slot gevallen.

Eerst hebben ze dan maar het slot uit de deur getimmerd, waarna de deur nog steeds vastzat. Vervolgens hebben ze geprobeerd het vastzittende slot met een tang los te krijgen, maar helaas, ook zonder succes. Tenslotte heeft een stoere Indiër zijn schouders tegen de deur gezet. Gelukkig kon ik net naast de deur veilig wegduiken, want anders wist ik nu hoe het voelt om een Indische deur in het gezicht te krijgen...

Ondertussen zit ik in Pondicherry. Verhalen van hier en volgende bestemmingen volgen later.

De eerste ronde...

Ik ben in India

en ik ben gewapend...


Gewapend door mijn eerdere ervaringen hier.

Gewapend tegen allerlei zaken die we doorgaans in ons Belgenlandje niet meemaken.


Zo ben ik blind voor de starende blikken, voor de open riolen langs de straat, voor de ratten die voor mijn voeten wegschieten...


Doof ben ik voor al het getoeter, het “hello, how are you?”, het “hello, where you going?”, het “hello where you from? “ en vooral voor het “hello sir, what's your name?”. Doof ben ik ook voor al het gesis en ook het “hello, taxi?” glijdt van me af.

Doof ook voor het gerammel, geratel en gesputter van de airco en de fan in de kamer (zelfs als ik oordopjes in heb).

Ja, voor al deze dingen ben ik als het ware Oost-Indisch doof...


De open riolen? Ik ruik ze niet, net zomin als de uitlaatgassen en de stinkende vuilnisbelten langs de straten. Bij het nemen van een warme douche ontgaat het me dat het water naar rotte eieren stinkt...


Ik proef gelukkig wel de overheerlijke chai, waaraan geen enkele chai latte bij ons kan tippen, in de verste verte niet.


Maar voor 1 ding kom ik munitie te kort en laat mijn wapenuitrusting te wensen over...

de hot en spicy Indian flavour, de alomtegenwoordige chili's.


Blij dat ik – tegen alle verwachting in – op de vlucht van Mumbai naar Chennai te eten kreeg, zette ik vol overgave mijn tanden in de vegetable rolls die de stewardess me met een oogverblindende glimlach aanbood. Met evenveel overgave brandden de hete chili's onverbiddelijk een stuk van mijn mond weg en wist ik weer dat ik in India was.


Kort daarna begon het vliegtuig door turbulentie zo hevig te schokken dat ik onbewust ook het typische Indisc he hoofdknikje kon oefenen.

Ik heb, geloof ik, alleen de juiste move nog niet helemaal te pakken...

Bijna zover...

Hey allemaal,

Het feit dat jullie deze mail krijgen, betekent dat het weer bijna vakantie is (voor mij dan toch...).

En, zoals gewoonlijk in de vakantie, trek ik er ook dit jaar weer in m'n uppie op uit. Dit jaar gaat het richting India. Diegenen die een fantastisch geheugen hebben, vragen zich nu af wat ik daar in godsnaam ga doen, vermits ik het er zo'n vijf jaar geleden helemal niet zo geweldig vond.

Wel, dit keer staat het Zuiden van India op het programma en ze hebben me verzekerd dat het daar groener is, dat de mensen er relaxter zijn en dat het een fantastische ervaring zal worden.

Op hoop van zegen dus...

Het feit dat jullie deze mail krijgen, betekent ook dat jullie in de mailinglijst voor mijn blog staan.

Voor diegenen die niet (meer) geïnteresseerd zijn in mijn verhalen volstaat het om mij een mailtje te sturen. Ik beloof dat ik jullie dan onmiddellijk van de lijst verwijder.

Voila, en dan kan het aftellen beginnen... nog een goeie twee weken...

Groetjes,

Sofie

The end ...

Ondertussen is het weer even geleden...


Wat is er allemaal gebeurd?


Van Masaya ging het naar Matagalpa, in de bergen tussen de koffieplantages. Daar maakte ik een aantal mooie wandelingen in het Zwarte Woud, genoemd naar, jawel, het Zwarte Woud. Alleen heette het hier niet Schwarzwald, maar wel Selva Negra.


Wat ik daar allemaal zag...


Ik zag twee beren broodjes smeren, oh dat was een wonder ...

Ik zag twee bijen autorijden, oh dat was een wonder ...

Ik zag twee slangen de was ophangen, oh dat was een wonder ...

Ik zag twee apen noten kraken, oh dat was een wonder ...

Ik zag twee koeien bootje roeien, oh dat was een wonder ...


En voor wie het nog niet wist, wonderen komen alleen in verhaaltjes voor...


Van Matagalpa trok ik verder naar Leon, de culturele en intellectuele stad van Nicaragua.

Hier lag ik jammer genoeg weer drie dagen op bed, omdat dit keer de darmen niet meewilden. Misschien was de stad dan wel het hoogtepunt op het vlak van intellect en cultuur, het culinaire aspect was wellicht wat minder.

Nee, ik heb geen idee waaraan het lag, maar het waren drie uitputtende dagen, vooral omdat Leon de heetste plek is in heel Nicaragua.


Toch slaagde ik er nog in om Miguel te ontmoeten, een knappe Nicaraguaan, die ik diep in de ogen keek, om vervolgens helemaal verkocht te zijn.

Ondertussen zit ik met hem in Las Penitas, een klein vissersdorpje aan het strand, waar de tijd lijkt stil te staan. Dit is meteen mijn laatste stop voor ik vrijdagmorgen (morgen dus alweer) naar Managua vertrek om daar nog een nachtje door te brengen en goed te slapen, want dat is er de laatste nachten niet echt van gekomen.


En op zondag, als ik alle aansluitende vluchten haal, ben ik weer thuis...

Het was weer een onvergetelijke reis, ik heb veel meegemaakt en gezien, maar vooral één belangrijk gegeven, ik heb het licht gezien...


Jullie zie ik allemaal wel weer één van de volgende dagen, weken, ...



PS: met dank aan het speciale optreden van Miguel, ontsproten aan mijn fantasie, om Jooke toch de romance te geven waarop ze al die tijd al wachtte...


Partytime!

De Nicaraguanen kunnen feesten...


Zaterdag was het in Granada carnaval. Vanaf vier uur 's middags begonnen de straten vol te lopen voor de optocht die om zes uur begon. Van de optocht zelf heb ik niet veel foto's kunnen maken. Op de plaatsen waar ik iets kon zien, was er te weinig licht en op de plaatsen met voldoende licht kon ik niets zien door de menigte voor me. Want geloof het of niet, ik was net te klein...

Ik heb dus maar foto's gemaakt van het uitbundige publiek en het hele gedoe rond de optocht.

Verkopers van zowat alles wat denkbaar is, ballonnen, zonnebrillen, bellenblaasflesjes, opblaasbare vliegtuigjes, suikerspinnen, gekarameliseerde appels, allerlei andere eetbare dingen, frisdrank, vruchtensappen en vooral heel veel alcohol.

Bijgevolg dus ook heel veel dronken mensen...


Zondag was het de beurt aan de 'hipicas', een jaarlijks terugkerend evenement, waarbij iedereen die een paard bezit door de straten van de stad komt paraderen (op de rug van dat paard welteverstaan).

Een gewaarschuwde vrouw is er twee waard en dit keer stond ik op de eerste rij. Dus ... wel foto's van de paarden dit keer.

Maar ook nu weer verkopers van zowat alles wat denkbaar is, ballonnen, zonnebrillen, bellenblaasflesjes, opblaasbare vliegtuigjes, suikerspinnen, gekarameliseerde appels, allerlei andere eetbare dingen, frisdrank, vruchtensappen en vooral heel veel alcohol.

Bijgevolg dus ook nu weer heel veel dronken mensen...


De mannen hadden allemaal hun mooiste cowboyhoed en -boots uit de kast gehaald (sommige vrouwen ook) en veel vrouwen hadden zoveel make-up op dat er een aardbeving nodig was om het pleisterwerk van hun gezicht te krijgen. Ook nu weer veel uitgelaten mensen en (in tegenstelling tot zaterdag) paarden. De cowboys konden hun paard niet allemaal in de hand houden en dit zorgde voor leuke taferelen van paarden die de andere kant uitliepen, cowboys met rode kaken en een redelijk ongecoördineerd gebeuren.

De leeftijd van de ruiters varieerde van drie tot ongeveer tachtig. Aan de uitrusting van de paarden kon je zien of de berijder rijk of arm was. Sommige paarden hadden een prachtige leren uitrusting, andere moesten het met touwen stellen. Enfin, het was een kleurrijk en vrolijk schouwspel, met heel veel lawaai en zoals gezegd, veeeeeel alcohol.


Voor mij echter geen kater op maandag, maar wel een nieuwe etappe van de reis, dit keer met bestemming Masaya.

In Masaya bevindt zich een grote markt met 'artesanias', handgemaakte spullen en daar zou ik dus wat souvenirs kunnen inslaan.

Gisteren dus daarheen en op mijn dooie gemak over de markt geslenterd.

Op mijn dooie gemak omdat het gewoon niet anders ging...

Vrijdag beklom ik immers de vulkaan Mombacho bij Granada en mijn arme benen, die hier al heel wat hebben meegemaakt (aanvallen van zandvliegen, muggen en brandwonden) weten nu weer dat ze spieren hebben.


Maar goed, de markt en al die souvenirs... Wel, ofwel waren ze te duur, of te kitscherig, of te zwaar, of te groot en om een pakket naar huis te sturen zou het 186 dollar kosten. Geen souvenirs dan maar, helaas voor de potentiële ontvangers...


Ik maak vandaag nog wel eens een toertje door de stad, wie weet hebben ze buiten de markt nog wel leuke spullen. Maar aan het tempo waarop ik me nu voortbeweeg, betwijfel ik of de toer erg groot zal worden.


Ik passeerde gisteren ook een parking, waar de auto's bewaakt werden door mannen in rolstoelen. Mooi, positieve discriminatie... ik weet alleen niet of ik er wel zo'n veilig gevoel bij zou hebben. Voor je het weet rijden ze met je auto weg, en geen rolstoel die daar tegenop kan.

Str*** aan de knikker

Maandag stak ik de Nicaraguaanse grens over en ging ik met de bus en de ferry naar Isla de Ometepe, een eiland in de vorm van het cijfer 8. In het midden van elk van de twee cirkels bevindt zich een vulkaan.

Het eiland is - volgens de bewoners toch - de veiligste plek ter wereld. Iedereen die aan boord van de ferry gaat (de enige manier om op het eiland te geraken) moet zich registreren en wordt onmiddellijk geseind aan Interpol. Als je gezocht wordt, staan ze je onmiddellijk bij aankomst op te wachten, zowel op het eiland als bij de terugtocht. Er stond niemand op me te wachten...

Veilig is natuurlijk relatief als je weet dat één van de vulkanen nog steeds actief is en er overal op het eiland bordjes staan met vluchtroutes. Maar goed, heel Nicaragua is één vulkaan, dus dan had ik hier maar beter kunnen wegblijven.

De eerste dag ben ik wat gaan wandelen en gaan zwemmen in Ojo de Agua, een natuurlijke waterbron, die - ook weer volgens de locals - verjongende eigenschappen heeft. Je zal me niet herkennen bij terugkomst ;-)

De tweede dag huurde ik een scooter en kon ik het hele eiland verkennen. Tijdens dat tochtje kwam ik terecht in een kudde koeien (zie foto). Eerst hing ik erachter, maar na veel getoeter gingen een paar beesten toch uit de weg en kon ik ertussen glippen. Niet zo'n goede move, want zoals gezegd, kwam ik toen midden in de kudde terecht. Stinken dat die beesten deden... Toen ik uiteindelijk door de hele kudde was geraakt, hingen zowel ik als de scooter onder de str***. Een fraai gezicht. Gelukkig heb ik altijd wel wat WC-papier bij de hand en ben ik proper op mezelf...

Voorzichtig, da's een andere zaak. Nooit geweten dat foto's maken een riskante bezigheid kan zijn, maar voor alles is een eerste keer. Na een tijdje rijden had ik een mooi zicht op één van de vulkanen. Ik zet dus de scooter aan de kant en ga ernaast staan om een foto te maken. Ik zet een stapje achteruit voor een beter zicht en pats, ik plak tegen de uitlaat...

Het water dat ik bij had was al flink warm, maar dat heb ik er toch maar meteen tegen geplensd, om vervolgens terug op de scooter te springen op zoek naar een apotheek ettelijke kilometers verder. Een zalfje gekocht en bij aankomst in het hotel flink gesmeerd. De volgende morgen werd mijn been ontsierd door een grote paarsbruine vlek met in het midden een dikke brandblaar. Die is ondertussen vannacht opengesprongen, dus nu is het gaasjes knippen..

Ondertussen zit ik in Granada, een stad met heel veel mooie koloniale gebouwen. Hier kan ik mijn hart weer ophalen bij het maken van foto's (zonder scooter ditmaal). Ik blijf hier iets langer dan gepland, want zaterdag is het hier carnaval en zondag is er een feest met paarden. Twee gelegenheden die me leuk lijken om mee te maken.

Nicaragua is weer heel anders dan Costa Rica. Eerst en vooral is de bevolking een stuk armer. Je ziet hier ook nog veel paarden en karren in plaats van auto's. Het is hier dus ook een stuk goedkoper.

Verder is het hier een stuk warmer. Toen ik belde om een kamer te reserveren zei men me dat er geen kamer met airco meer was, alleen met een ventilator. Dat kon geen probleem zijn... Achteraf bekeken, als ik 's avonds in bed lig en mezelf in een plasje water voel veranderen, zou airco toch geen overbodige luxe zijn... Ik kan me voorstellen dat dat met de temperaturen bij jullie een luxeprobleem lijkt (en dat is het ook). Het kan er natuurlijk ook mee te maken hebben dat ik hier in een stad zit. Maandag trek ik hier verder, naar de Laguna de Apoyo, een kratermeer op een uurtje van hier. Misschien dat het daar bij het water iets koeler is...

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Hamba