sofieontheroad.reismee.nl

Over schildpadden, slangen en schorpioenen

Kort nieuws...


In Tortuguero werd ik aangevallen door een reusachtige zeeschildpad, stond ik oog in oog met eenzelfde groene gifslang als diegene die in Corcovado over mijn voeten liep, waagde ik me in het struikgewas (ten prooi aan hele zwermen muggen) op zoek naar de befaamde blue jeans-gifkikker en miste ik bijna de boot die me naar La Pavona moest brengen.

In Rincon de la Vieja werd ik net niet gestoken door een schorpioen en lag ik drie dagen in een hangmat wegens een maag die besliste dat het na zoveel jaren reizen toch eens tijd werd om op te spelen...

Ondertussen zit ik in La Cruz, op zo'n 30 kilometer van de Nicaraguaanse grens.


Als dit allemaal niet spannend genoeg is raad ik jullie aan om naar de bib of de boekenwinkel te gaan, de zomer van het spannende boek zal nog wel lopen. Voor alle anderen, lees gerust verder...


Goed, in Toruguero ging ik meteen de eerste nacht schildpadden spotten op het strand. Ik ging uiteraard niet alleen, want na zes uur kom je het strand niet meer op zonder officiële gids. De schildpadden mogen namelijk niet gestoord worden in hun drukke bezigheden. Vandaar ook dat je geen foto's zult terugvinden van dit ongelooflijk indrukwekkend schouwspel. Als je die beesten stoort, laten ze hun nest ongecamoufleerd achter en vallen de eieren ten prooi aan honden, leguanen, vogels enzovoort.


Dus op kousevoeten en met alleen een rood lichtje van de gids kon ik het hele gebeuren gadeslaan. Ik heb me al Mowgli in de jungle gewaand, dit keer kwam ik terecht midden in een documentaire van National Geographic. Wat een magisch moment om te mogen aanschouwen hoe zo'n gigantische schildpad (deze was een dikke meter lang en zo'n 80 cm breed) haar eieren legt. Zolang de schildpad daarmee bezig is, heeft ze geen weet van wat er rondom haar gebeurt en is ze in een soort trance. De gids hangt dan echt met zijn rood lampje onder de cloaca van de schildpad, dan zie je een contractie en floep ... een ei, perfect rond als een pingpongballetje, weer een contractie en ja hoor, weer een ei, soms zelfs twee in één keer. En dat gaat zo maar door, tot de schildpad gemiddeld zo'n 130 eieren heeft gelegd. Een vermoeiend karwei, zo lijkt me.

Als alle eieren gelegd zijn, begint de schildpad met het camoufleren van het nest. Eerst begint ze met haar achterpoten het zand over de eieren te gooien, waarbij ze telkens een klein beetje draait.

Na een tijdje echter begon het door ons geobserveerde exemplaar met haar voorpoten zand te gooien. We stonden op zo'n meter afstand, maar algauw werden dat er drie of vier. Kwam dat even aan zeg, dat beest had een ongelooflijke kracht in haar voorpoten en het leek wel of er projectielen tegen onze benen werden geschoten. Het hele proces duurt zo'n twee uur en daarna sukkelt de schildpad weer naar zee.

's Morgens (toen je wel het strand op mocht zonder gids) ben ik eens gaan kijken en toen zag je het ene na het andere spoor op het strand. Onze schildpad had daar dus niet alleen gezeten...


Een dag of twee later ging ik een wandeling maken in het Tortuguero Nationaal Park. Ik was nog geen honderd meter de ingang gepasseerd of ik ontwaarde iets felgroen voor mijn voeten. Ja, dit keer was het gelukkig voor en niet op mijn voeten. Omdat ik nu niet meer zo'n schrikreactie had als in Corcovado ben ik wel blijven staan kijken. Achter me kwamen drie jonge Nederlanders aangewandeld. Ik gebaar dus dat ze heel stil moeten dichterbij komen en dat deden ze ook. Samen zagen we de slang verdwijnen in het struikgewas en hebben we nog wat foto's kunnen maken. De Nederlanders lopen voor me door en even later blijft één van hen wat achter de anderen naar iets staan kijken. Hij gebaart me op zijn beurt om stilletjes dichterbij te komen en ik verheug me al op het zien van één of ander spannend beest. Onnodig te zeggen dat mijn teleurstelling groot was bij het zien van een libel op een takje... Tja, een kinderhand is gauw gevuld...


Het waren drie drukke dagen met ook nog een kanotocht om 5 uur 's ochtends, dus ik was best wel moe. En hoe moe, dat bleek toen ik maandagmorgen om tien voor zes aan de steiger moest staan voor de boot naar La Pavona (om van daaruit met de bus naar Cariari en vervolgens naar San José te gaan) en om twee voor zes wakker werd. Door de wekker heen geslapen... Snel iets aangeschoten en naar de receptie gerend om te vragen of de boot al gepasseerd was. Daar bleek dan dat men sowieso al was vergeten door te geven dat de boot me moest oppikken, dus dat was al helemaal een probleem. Uiteindelijk ging die mevrouw bellen en moest ik snel gaan inpakken. Mijn rugzak is nog nooit zo slecht ingepakt geweest, maar uiteindelijk stond ik om tien na zes bij de steiger en kwam de boot er net aan... Toch nog gelukt dus.


Na weer een nachtje in San José ben ik dan vertrokken naar Rincon de la Vieja. Of beter gezegd, naar Curubandé, een dorpje op zo'n tien kilometer van het nationaal park. Daar had ik een tenthuisje (zie later op de foto's) gehuurd en van daaruit zou ik wat tochten in het park gaan maken. Ware het niet dat mijn maag net dat moment uitkoos om te gaan opspelen. Geen idee waardoor het kwam, maar goed, het resultaat was dus geen wandelingen, maar drie dagen niet eten en kotsmisselijk in de hangmat hangen. Ik heb dan in de tuin maar wat foto's gemaakt. In elk hoekje zag je wel wat leven.

Op een gegeven moment kwam mijn hangmat in de zon te hangen en had ik net besloten om in de andere hangmat in de schaduw te gaan liggen, toen de dochter van een Duits gezin dat net aangekomen was datzelfde idee kreeg. Geen schaduw dus ... Maar wat bleek? Zij gaat in de hangmat zitten, roept heel hard AUW!, springt er weer uit, kijkt in de hangmat en roept (ook weer heel hard) SHIT! Ze rent naar haar ouders en ik hoor haar het woord Schorpion zeggen. Zat er dus een schorpioen in de hangmat en als zij er niet net voor mij was in gaan liggen had ik de beet gekregen... Een kwestie van (on)gelukkige timing dus, hangt er maar vanaf vanuit wiens standpunt je het bekijkt.

Ze heeft er gelukkig niet erg veel last van gehad.


Vanmorgen was ik net voldoende opgeknapt om de bus te nemen naar La Cruz en daar zit ik dus nu. Ik ga morgen nog even relaxen en een dagje naar het strand en dan ga ik zondag de grens met Nicaragua over.

De nieuwe avonturen volgen dan wel weer...


De overweldigende pracht van de natuur

Het is weer even geleden...

In de jungle is er geen internet en een blikseminslag in de lodge in Drake Bay zorgde ervoor dat het internet ook daar plat lag.

En nu ben ik dus terug in de bewoonde wereld...

Mijn benen lijken ondertussen niet meer op een brailleboek, maar hebben nu meer weg van een noppenplastic. De kleine bultjes van de zandvliegen zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor een hele resem grotere muggenbeten.

Maar goed, dat moet je ervoor over hebben...


En dat heb ik, want jongens, wat een ervaring daar in Drake Bay en Corcovado.

Na mijn vorige mail ben ik nog een half dagje gaan snorkelen en waande ik me in een levensgroot aquarium. Allerlei kleurige vissen passeerden de revue. Een stuk of tien haaien lagen op de bodem, maar blijkbaar zijn Belgen niet echt een gegeerde prooi... Het ging trouwens om whitetip reef sharks, een soort die niet echt agressief is naar mensen toe. Je zou ze bijna als huisdier kunnen houden...


Op 23 juli vertrok ik 's morgens om vijf uur naar het Nationaal Park Corcovado, om daar voor twee nachten de tent op te slaan en wildlife te gaan spotten. En ja hoor, gedurende drie dagen waande ik me Mowgli in het Junglebook.

De groep zou bestaan uit een gids en vier personen. Uiteindelijk bleek het de gids (een toffe madam van 40), een Brit (James, een sissi?) en ik (vul hier zelf maar wat in) te zijn.

Tijdens de middag van de tweede dag lag ik even in de tent en ben ik in slaap gesukkeld (we waren die nacht om 3.30 uur opgestaan om om 4 uur een tocht te beginnen want nachttochten zijn sinds vorig jaar verboden in het park) en toen ik door de gids werd gewekt was James weg... met het vliegtuigje van het park naar Puerto Jimenez. Nee, James had het vliegtuig niet gekaapt, de piloot zat wel degelijk achter de stuurknuppel. Blijkbaar had James al sinds 's nachts last van flinke buikpijn. Als een echte man echter, verdroeg hij die (hoewel, zieke mannen ...) en had hij niets tegen ons gezegd, maar tegen 's middags bleek het echt te hevig (na drie flinke borden rijst en kip en eieren zou ik het ook lastig krijgen...). Nu moet je weten dat er die morgen een tentstok van James' tent gebroken was (hij had me al verteld dat hij graag in de natuur was, maar dat kamperen niet zo zijn ding was) en dat hij wist dat we na de middag in een rivier gingen zwemmen (iets waar hij niet echt happig op was). Dus die buikpijn ??? ik had er zo mijn twijfels bij.

Maar goed, mij hoorde je niet klagen, want nu had ik een gids helemaal for me, myself and I.

En alle beesten waarvan James steeds zei dat hij ze wou zien, wel, die zagen we in die anderhalve dag nadat hij vertrokken was. Brute pech voor James zou ik zo zeggen.


Op de foto's zie je een kleine selectie van de dieren die ik zag. Dit waren degenen die een goeie cursus 'poseren voor toeristen' hadden gekregen. Niet alle foto's zijn helemaal scherp, maar de kwaliteit van het licht midden in de jungle laat soms te wensen over.

Buiten de dieren op de foto's zag ik nog een heleboel vogels die eruit zagen alsof ze in verschillende verfpotten waren gevallen, maar niet stil wilden blijven zitten, peccari (wilde zwijnen die ook effectief aanvallen; de gids had ons geleerd om snel in een boom te klimmen als we ze tegen kwamen, maar waarschijnlijk waren we intimiderender dan we dachten, want ze sloegen alleen maar zelf op de vlucht. Het kan ook zijn dat onze lijfgeur op dat moment al erger was dan die van hen. Je ruikt ze namelijk van op een afstand, enfin, de gids dan toch), een paar herten, agoutis (een grotere knaagdiersoort), eekhoorns, slangen, spinnen en een bull shark. Dit is niet echt een lieverdje. De bull shark is één van de drie soorten die wel mensen aanvallen. Gelukkig gingen we zwemmen in een andere rivier...


Voor de nodige adrenaline zorgde dan weer de felgroene gifslang die door mijn benen schoot nadat de gids erop had getrapt. Tussen het groen zie je ze zo niet, maar tussen mijn zwarte laarzen was ze maar al te duidelijk te aanschouwen. En doorschieten gaat snel, maar de seconden leken op dat moment erg lang. Mijn hart heeft nog een hele tijd flink gebonsd. Ik had zelfs niet de reactie er een foto van te maken, zelfs niet toen ze achter me tegen een tak opklom.


Maar ook rond de slaapplaats lagen de gevaren op de loer. Was ik eindelijk bekomen van mijn ontmoeting met de slang, vindt er iemand een schorpioen in de kampkeuken, een plaats waar wij zo in- en uitliepen.

En als klap op de vuurpijl, wordt er diezelfde avond achter de keuken een fer-de-lance ontdekt, één van de 10 giftigste slangen ter wereld. Je kan je dus wel voorstellen dat het kamp op stelten stond die avond, en dat ik heel blij was dat ik die 's middags niet tussen mijn voeten had gekregen.


Na mijn driedaagse in de jungle ben ik in Drake Bay nog een nachtelijk tochtje gaan maken onder leiding van Tracy, de 'bug-lady' en de bijnaam zegt het al, we gingen dus insecten spotten. Maar ook kikkers en slangen kwamen weer aan de beurt. Vooral omdat het zo gigantisch stortregende die nacht, kwamen de kikkers in grote getale naar buiten.


Ik vertel jullie hier even een verhaaltje dat Tracy vertelde en dat ook echt blijkt te kloppen, want het werd onafhankelijk van haar door een aantal anderen (waaronder mijn hoteleigenaar) bevestigd.


Er was eens een spin...

Deze spin was gezellig haar net aan het weven toen er een wesp kwam aangevlogen. Deze valt de spin aan en spuit een gif in haar lichaam. De spin raakt tijdelijk verlamd... Van die verlamming maakt de wesp gebruik om een eitje te leggen op de rug van de spin. De spin komt terug bij, heeft niets gemerkt en gaat vrolijk verder met het maken van haar web. Ondertussen verstrijkt de tijd en verandert het eitje in een larve. Deze larve eet kleine stukjes van de spin, maar zonder dat de spin daar enig nadeel van ondervindt. Als de larve groot genoeg is om in een cocon te veranderen, spuit ze de spin een ander gif in, waardoor de spin gebrainwashed wordt en in plaats van een normaal web, een web in de vorm van een soort hangmat begint te weven. Als dit klaar is doodt de larve de spin en heeft ze een mooi bedje om zich op te verpoppen...


Dit en nog een aantal andere verhalen kreeg ik aangereikt door Tracy de bug-lady en ze liet ons (we waren met een groepje van zeven) vaak met open mond staan luisteren.


De wonderen van de natuur ... ik kan me er elke dag weer over verbazen...


Zo vertrek ik hier (San José) morgen naar het Tortuguero Nationaal Park. Voor wie een beetje Spaans kent, zal zien dat de naam turtle niet ver af is. En dat klopt, het park is een broedplaats voor zeeschildpadden (vooral de leatherback schildpad) en die doen dat (hoera, hoera) in de maanden juli en augustus. En dat ga ik dus de volgende dagen (of liever nachten) aanschouwen.

Meer nieuws dus weer binnen een aantal dagen.

I've got cocaine running around my brain

Waar waren we gebleven?

Oh ja, Eduardo, mijn Italiaanse buurman op Isla Bastimentos....

Wel, ik verbleef daar welgeteld één nacht van de vier die ik reserveerde en ben er de volgende dag 's middags als een haas vandoor gegaan.

Jezus trok naar de woestijn om gedurende veertig dagen oog in oog te staan met de verleidingen van satan. Gedurende die tijd vastte hij bovendien. Welnu, Eduardo deed iets vergelijkbaars . Hij zat blijkbaar al 40 dagen op Isla Bastimentos, een eiland met welgeteld 1 weg langs het strand en verder jungle. Eten heb ik hem die anderhalve dag niet zien doen, marihuana roken des te meer. Misschien had Jezus ook wel wat gras of iets dergelijks bij, alhoewel, als je vijf broden en twee vissen kan vermenigvuldigen heb je dat misschien niet nodig.

Maar goed, het enige wat Eduardo deed was dus roken en dat zou me nog niet zodanig storen, ware het niet dat hij daar de hele dag maar wat zat en rare moves maakte. Hoofd achterover, wegrollende ogen, zichzelf aan de schouders likken en zijn tong wat ronddraaien met een gelukzalige glimlach om de mond... Eerst dacht ik nog, “die jongen is naar dit eiland gekomen om te oefenen in het tongzoenen”. Ik ben echter niet in de verleiding gekomen hem daarbij te helpen, neen.

Toen ik vervolgens zag dat hij de katten in de tuin voederde, bedacht ik dat hij misschien zelf een kat wou zijn... Enfin, ik weet het niet, maar in zo'n hutje naast elkaar met alleen een terrasje van drie bij twee om te delen, voelde zijn aanwezigheid al snel oncomfortabel aan. Vandaar dus dat ik maar ben opgestapt en naar Isla Colon ben gegaan, achteraf bekeken een goeie zet.

Maar ook daar waren de verleidingen blijkbaar groot, want toen ik op een avond met een Australisch koppel naar een feestje ging, bleek dat toch niet zo helemaal mijn ding te zijn. De cocaïne werd daar bijna gewoon over de toonbank verkocht en de aanwezigen waren voornamelijk grieten in bikini (want dan dronk je gratis) en surfdudes. Misschien had Eduardo dus ook wel aan het straffere spul gezeten?


Nu goed, op het eiland ben ik wat gaan fietsen (op mijn mooie roze fiets), gaan wandelen en naar het strand geweest. Alle fauna en flora die ik daar zag, konden jullie al op de foto's bewonderen. Behalve de zeesterren van starfish beach dan, die volgen nog.


En ondertussen zit ik in Costa Rica, waar de lijfspreuk “Pura Vida” is.

Pura vida, als je maar geld hebt blijkbaar... De prijzen liggen hier een stuk hoger dan in Panama en dit is ook de eerste plek (in San José dan) waar ik mensen op straat zag slapen. In de supermarkt zag ik zelfs Jules Destrooper koekjes in het rek liggen. Alles is hier dus echt wel op toeristen gericht.

Maar ... pura vida is het wel.

Vooral waar ik nu zit, in Drake Bay, vlak bij het Nationaal park Corcovado. Ik zit hier in een prachtige lodge (foto's volgen) midden in een oase van rust (als je natuurlijk alle geluiden van de jungle wegdenkt) waar de dollars zo verdwijnen, maar waar ik me nu eens voor één keer niks van aantrek.

Ik ben vanmorgen walvissen gaan spotten en hoewel het seizoen nog niet echt begonnen is, hebben we er toch drie gezien. Alleen zijn die beesten ontzettend moeilijk vast te leggen op foto. We zaten met vijf op de boot midden op zee en telkens als iemand riep “daar!”, moest je zo snel mogelijk die kant opkijken om dan net de staartvin onder water te zien verdwijnen. Als je geluk had kwam hij meteen weer eens boven water, maar vaker verdween hij weer voor een kwartier onder water om dan helemaal ergens anders weer boven te komen. En dan kon je opnieuw gaan zoeken.

Mucha patiencia dus... Maar wel ongelooflijk indrukwekkend. Op een bepaald moment hoorden we vlakbij de boot een mannetje zingen (dat doen ze om de wijfjes te lokken) en toen zijn we onder water gedoken waar het geluid nog eens zo sterk te horen was. En dan te weten dat dat beest daar ergens diep onder je zwemt ... een magisch moment!

De walvissen van zowel het noordelijk als het zuidelijk halfrond komen blijkbaar hierheen om te paren en te baren.


Dolfijnen zagen we in grotere getale, maar ook hier laten de foto's weer te wensen over omdat de boot zo hard ging met momenten en zelfs als hij stil lag nog steeds heel erg op en neer ging.

Maar goed, het staat in mijn geheugen gegrift...


En nu vertrek ik morgen voor een tocht van drie dagen in het Nationaal Park Corcovado (google maar even), op zoek naar leven op het droge. Als je even op google kijkt zie je wel welke ontmoetingen me daar zoal te wachten staan.

Het relaas volgt uiteraard ergens in de loop van volgende week...

complotten?

Sinds mijn vorige verhaal heb ik een aantal etappes afgelegd, met name


Santa Fé-Santiago

Santiago-David

David-Changuinola

Changuinola-San San Pond Sak



De rit van Santa Fé naar Santiago verliep voorspoedig.

Bij de rit van Santiago naar David echter was de vlam niet in, maar serieus uit de pijp. Ik had verdorie beter te voet kunnen gaan (een beetje overdreven, want een busrit van 4,5 uur, dat stap je niet zomaar).

Enfin, ik heb dan zelf maar voor een beetje vuur gezorgd.

Nu ben ik normaal gezien een makkelijke reiziger, maar als ik me tekort gedaan voel, o wee dan...

En dat was nu net wat er gebeurde tijdens (of liever aan het begin van) die rit.


Ik koop in het busstation van Santiago een ticket naar David, geef mijn rugzak af aan de man die hem in de bagageruimte moet leggen, krijg daar een bewijsje van, stap op de bus en zoek me een comfortabel plaatsje.

Na zo'n 10 minuten staat er opeens een man naast me die zegt dat dat zijn plaats is. Ik moet maar kijken op zijn ticket. Klopt, daar stond inderdaad plaats nummer 8. Ik neem mijn ticket erbij en surprise, surprise, daarop staat helemaal geen stoelnummer vermeld...

Ik dus naar het bagagemannetje en na een blik op mijn ticket en omwille van het feit dat er geen stoelnummer op staat, concludeert hij dat ik op de foute bus zit. Ja maar, deze ging toch naar David? Oh ja, maar de bus hiernaast ook.

Enfin, rugzak uit de koffer, ticketje teruggegeven en op naar de andere bus. Weer de rugzak in de koffer, opnieuw een ticketje en terug een comfortabel plaatsje zoeken, ditmaal in de bus met de ticketjes zonder stoelnummer.

Tot plots een verontwaardigde reiziger naast me staat en teken doet dat ik op zijn plaats zit. Hoe kan dat nu? Er waren toch geen stoelnummers in deze bus? Even verontwaardigd vraag ik de man naar zijn ticket. Ik zag hem denken 'wat een lef!', maar hij liet me toch zijn ticket zien en jawel, daarop prijkte een mooi stoelnummer. Waarom kreeg iedereen een stoelnummer behalve de blanke toerist?

Na even hardop te hebben verkondigd dat dit toch niet kon en dat het schandalig was moest ik helaas met de staart tussen de benen een andere plaats zoeken. 5 minuten daar gezeten en weer hetzelfde tafereel. Het leek wel een complot. Ik dus naar de chauffeur, vermits er zo goed als geen lege plaatsen meer waren en ik niet van plan was deze stoelendans nog langer verder te zetten.

Enfin, uiteindelijk kwam het erop neer dat ik zelfs nog de beste plaats wegkaapte, namelijk helemaal vooraan op de bovenste verdieping van een dubbeldekker.


De volgende vijf uur reed de bus met een slakkengangetje door het landschap. Ik zag tegenliggers vaak met hun lichten knipperen, dus ik vermoed dat de politie stond te flitsen of in ieder geval snelheidscontroles aan het doen was. En ik kan je verzekeren dat die zich hier, in het gebladerte langs de kant van de weg, zééééér verdekt kan opstellen.


Uiteindelijk ben ik dan toch in David geraakt en heb daar een gezellig hotelletje gevonden, een eind van het centrum af. Zowel in dit hotelletje als in dat in Santa Fé was het DIY, vermits er bij allebei niet echt veel restaurants in de buurt waren. Nu ja, zelf koken is af en toe ook leuk, hoewel het niet echt goedkoper uitkomt. Voor zo'n 2 dollar heb je hier 's avonds namelijk een flink bord vol.


In David heb ik niet veel gezien (behalve de grijze lucht en de regen) en gedaan (behalve me laten natregenen, want binnen blijven zitten kan ik toch niet), voornamelijk omdat er niet veel te zien of te doen is. Alleen moet je hierlangs om naar Bocas del Toro te gaan.

De rit van David naar Changuinola ging ook vlot, alleen het vinden van een hotelletje daar liep niet zo van een leien dakje. Nu is dit een plaats waar de meeste toeristen niet blijven hangen, eerst en vooral omdat er niets te zien of te doen is, en ten tweede omdat de meesten niet kunnen wachten om in Bocas te geraken.

Ik zou natuurlijk weer anders doen en twee nachten doorbrengen in Changuinola, de plaats waar de Chiquita bananen vandaan komen. Op zo'n vijf kilometer daar vandaan bevindt zich namelijk San San Pond Sak, een natuurgebied dat ik wilde bezoeken. Daarvoor moest ik me eerst gaan aanmelden bij ANAM, de organisatie die instaat voor het beheer van het gebied.

Het centrum van Changuinola bestaat uit 1 lange straat met winkels, hotels en de busterminal. In één van de zijstraatjes ligt het kantoor van ANAM. Nadat ik dus uit de bus gestapt was, ging ik richting ANAM. Daar aangekomen uitleg gekregen over hoe de volgende dag bij het natuurgebied te komen. Ze zouden ook daarheen bellen en zeggen dat ze me konden verwachten.

Nadat alles geregeld was, kon ik beginnen zoeken naar een hotelletje. Bij hotel nummer 1 kreeg ik te horen dat alles vol zat. Hoe dat kwam? Wel, er waren veel 'extranjeros'. Hotel nummer 2, hetzelfde verhaal. Idem voor nummer 3. Er zijn zo'n 6 hotels... Allemaal kwamen ze met hetzelfde verhaal. Het was heel erg druk in de 'stad'. Nu zag ik er op dat moment al flink bezweet uit, maar dat was toch geen reden om me geen kamer te geven? Ik voelde het volgende complot al om de hoek loeren. Uiteindelijk had ik toch geluk bij hotel nummer 5. En dit keer had ik zelfs een kamer met eigen badkamer.

Maar oh ironie van het lot, de helft van de tijd was er geen water... en als er al was, was het een ijskoud pisstraaltje. Maar goed, ik had een bed, de tour voor de volgende dag was geregeld en ik kon dus op m'n twee oren slapen.


De volgende morgen op tijd opgestaan, niet gedoucht vanwege geen water en daardoor vroeger dan verwacht in San San Pond Sak aangekomen na een uiterst veilige rit met de taxi. De chauffeur had immers aan de spiegel 3 paternosters hangen, waarvan voor vertrek elk kruis even werd aangeraakt. Verder zaten we onder het toeziend oog van 3 Jezussen en 2 Maria's die op het dashbord hingen.

Vroeger dan verwacht dus in San San en ook dat moet weer het lot geweest zijn. Ze waren daar namelijk aan het wachten op 2 toeristen en van mijn komst wisten ze niets af. De vriendelijke mevrouw bij ANAM was vergeten mijn komst te melden...

Gelukkig was ik dus 10 minuten vroeger dan de andere twee bezoekers en al snel zaten we in de boot. En zo in een bootje op een immense rivier, omgeven door water en groen, allerlei vogels en dieren, ben ik helemaal in mijn sas. Ik spotte een paar ijsvogels, tal van reigers, een luiaard en na lang wachten bij de voederplaats een manatee (een soort zeekoe). Het natuurgebied dient ter bescherming van deze diersoort. Verder zag ik op het strand (de rivier mondt uit in de Caraïbische Zee), babyschildpadjes uit het nest kruipen. De organisatie houdt zich namelijk ook bezig met het beschermen van zeeschildpadden.

Het was een leuke dag en voor de verandering bleef het vrij lang droog. Pas toen de boot weer aankwam bij ons beginpunt werden de hemelsluizen opengezet.

's Avonds merkte ik dat ik helemaal lekgestoken was door de zandvliegjes, die aanvallen eenmaal je uit de boot aan land stapt. Mijn benen zijn geen benen meer, maar één rode massa bultjes. De nachten zijn dus heel kort (weinig slaap) of juist heel lang (heeeeel veel jeuk).


Tijdens mijn twee dagen in Changuinola heb ik trouwens buiten de twee toeristen die met me op de boot zaten, geen enkele andere toerist in heel het dorp (toch wel die ene straat lang) gezien.

Misschien kwamen die 'extranjeros' allemaal uit Costa Rica? Dat ligt hier namelijk maar zo'n 17 kilometer vandaan.


Ondertussen zit ik op Isla Bastimentos, één van de eilanden van Bocas del Toro. Ik zit in een dubbele cabana, met als buurman een wel zeer weirde Italiaan, maar daarover later meer...

(Cliffhangers, weet je wel...)

Even tussendoor

Even een snel mailtje tussendoor vanuit een internetcafeetje hier in Changuinola (zo'n 17 km van de grens met Costa Rica), om te melden dat ik nog steeds leef, maar dat het nu even kan duren vooraleer ik weer mail. Ik vertrek morgen naar Bocas del Toro, een eilandengroep in de Caraibische Zee en heb geen idee of daar internet is. Misschien horen jullie wel weer sneller van mij dan verwacht. Alles is hier nog steeds prima, alleen af en toe flink nat, maar ik heb gehoord dat dat in België niet beter is. Voordeel is dat het hier warm blijft...

Meer en uitgebreidere info en foto's van mijn avonturen volgen.

een streepje muziek

Hier in Panama komen spontaan een aantal (kinder)liedjes in me op, zij het in ietwat gewijzigde versie.


Twee emmertjes water dragen, twee emmertjes pompen...

Alle teentjes zwemmen in het water...


Het heeft hier de voorbije 2 dagen zo veel en zo hard geregend dat je niet 2 emmertjes maar hele zwembaden zou kunnen pompen. Het waterprobleem in de wereld zou zo opgelost zijn... Binnen een paar tellen staat de straat hier ook helemaal onder water.


1, 2, 3, 4, hoedje van, hoedje van,

1, 2, 3, 4, hoedje van Panama


Op elke hoek van de straat worden hier de welbekende Panama-hoeden verkocht. En nee, ik ben toch nog niet in de verleiding gekomen er een te kopen.


Naar voor, naar achter, naar links, naar rechts, naar boven, naar onder, naar links, naar rechts, ...


Dit is een kleine samenvatting van mijn wandelingen over de paden van het Parque Natural Metropolitan, het enige 'Wild'park in het midden van een stad in Centraal-Amerika. Hoe gaat het in z'n werk? Je zet 3 stappen en dan kijk je in alle richtingen die het liedje aangeeft om enig wildlife te spotten. En kijk, het werkt! Nu moet ik erbij zeggen dat een van de voordelen van alleen reizen is dat je ook in alle rust en vooral stilte door het regenwoud stapt. Anderen zijn per twee of per groep en dan wordt er al wel eens een woordje gezegd. En dat schrikt natuurlijk de dieren weer op.

Maar vermits ik dus op mijn kousenvoeten (en met sandalen aan, wat een vreselijke combinatie ;-)) langs de paden stapte, spotte ik wel de nodige bewoners van het grote bos. Zo zag ik een paar aapjes, twee toekans, enkele kikkertjes, de nodige vlinders, een dikke vette spin, een paar gecko's en nog een paar onbestemde vogels, en werd ik daarom benijd door andere toeristen die ik onderweg tegenkwam.

Zij sloegen zowaar groen uit van jaloezie, dus misschien dat die camouflage hen nadien nog van pas kwam...


In een klein stationnetje, 's morgens in de vroegte, stonden 100 bussen netjes op een rij...


Ik vertrok eergisteren 's morgens vroeg Van Panama City naar Santa Fé, een klein dorpje in de bergen. Het busstation in Panama was zeer georganiseerd en alle bussen stonden inderdaad netjes op een rij. Dit heb ik in Zuid- en Midden-Amerika vaak heel anders meegemaakt. Daar waren de busstations net mierenhopen waarin je dan je bus moest gaan zoeken.


Met de vlam in de pijp, scheur ik langs de Interamericana...


De bussen vertrekken hier niet alleen netjes op tijd, ze vliegen ook door het landschap. De weg is hier vrij goed (op sommige plaatsen zelfs bijna helemaal nieuw) en dat merk je dus ook aan de snelheid. Vooral op de Interamericana, een deel van de Pan-American Highway, die heel Midden-America doorkruist.



En dan als uitsmijter iets voor de fans van ons aller Dana Winner:


De oude man en z'n babe... (vrij naar 'de oude man en de zee')


In het hotel in Panama City zat ik op een gegeven moment aan tafel naast een Engelsman van zo'n jaar of 70. Hij was een e-mail aan 't schrijven en per ongeluk (ik zweer dat het per ongeluk was), viel mijn oog op een zinnetje dat hij aan het schrijven was. Het zinnetje ging als volgt:

“rent-a-vagina arrived today ... what a baby!”

Ik heb mij heel hard moeten inhouden om niet in de lach te schieten en ben me tot op dit moment nog steeds aan 't afvragen wat rent-a-vagina in godsnaam is. Een prostituee? Een opblaaspop? Iemand nog andere suggesties?

Ik heb het in ieder geval niet durven vragen...


En nu zit ik dus mijn tweede dag in Santa Fé, midden in de natuur, weg van alle drukte van de grote stad en dat is weer heerlijk. Alleen, om drie uur wakker worden van het gekraai van de haan, da's ook niet altijd alles. Misschien moet ik hier maar eens een projectje opzetten en de hanen de klok leren.


Zo, dat is weer een beetje een update voor jullie, volgende keer meer nieuws, waarschijnlijk wat meer vanuit het Noorden. Ik trek morgen verder naar David en nadien naar Bocas del Toro, een eilandengroep aan de Caribische Zee.

Even wennen...

America Latina... 't is weer even wennen.

Het begon al met de vlucht van Iberia.

Na een aantal reizen met Aziatische maatschappijen was dit echt wel back to basic.

Op de vlucht Brussel-Madrid om 8u 's morgens zat ik vol ongeduld op mijn ontbijt te wachten, helaas tevergeefs... Nu ja, je kon het wel kopen aan astronomisch hoge prijzen, maar als je zo'n prijs al voor je ticket hebt betaald, dan wil je boter bij de vis nietwaar?

Het werd dan maar kaas bij het brood, want gelukkig had ik in al mijn voorzienigheid een paar boterhammetjes gesmeerd voor ik thuis vertrok.

Op de vlucht van Madrid naar Panama City werd er gelukkig wel eten geserveerd, maar over de kwaliteit daarvan valt ook niet echt naar huis te schrijven.

Wat de animatie betreft, dat viel na mijn ervaringen van de laatste jaren, met alle nieuwe snufjes en luxueuze toestanden ook flink tegen. Niks geen persoonlijk scherm met x aantal films, CD's en spelletjes. De klant zou zien wat Iberia wou dat hij zag. En dat was, toch wel op 3 schermpjes voor het hele achterste stuk van het vliegtuig, de trouw van Maxima en Willem Alexander. En laat dat nu net niet zo mijn interesse wegdragen...


Back to basic is ook het hotel waar ik logeer. Langs buiten een mooi koloniaal gebouw, vanbinnen een beetje vergane glorie. Er is bijvoorbeeld een pracht van een lift aanwezig, met zo'n ijzeren hek ervoor en zonder knoppen. Er zit alleen een hendel vanbinnen waarbij je kiest voor omhoog of omlaag (jawel, vroeger gingen ze ook al twee kanten op) en dan stopt op de gewenste verdieping. Maar als dat ding in gang schiet, davert het hele gebouw op z'n grondvesten en hoor je een hels kabaal. Aardbeving in Panama? 9 op de 10 was het de lift van hotel Casco Antigua.

Gelukkig wordt het ding alleen gebruikt om nieuwe gasten naar hun kamer te brengen en gebruiken alle anderen de trap.


Even wennen is het weer aan de koude douches, want degene die het warm water uitvond, is hier duidelijk nog niet gepasseerd. Nu is dat prima 's avonds na een hete dag, maar 's morgens is het toch weer letterlijk een koude douche.

Ook weer even wennen is de traagheid van het bestaan hier. Zo vertoefde ik gisteren een uur in de supermarkt: 15 minuten om inkopen te doen en 45 minuten in de rij aan de kassa.

En ook tussen het vertrek van de bus en het eigenlijke verlaten van het busstation zit gemakkelijk een half uur.

Maar misschien moet ik ondanks dat alles toch maar emigreren, want ook al is het ook weer even wennen aan het constant nageroepen en -gefloten worden, toch moet ik toegeven dat het een hele boost voor je ego is...


Als je hier in Panama iets mispeuterd hebt, kan je er maar beter voor zorgen dat je achter de politie blijft rijden. Auto's hebben hier namelijk alleen een nummerplaat achteraan.

En criminaliteit, tja, het blijkt hier te bestaan.

Toen de chauffeur mij zondag aan het hotel afzette drukte hij me op het hart nooit 's avonds alleen het hotel te verlaten, want ik zat midden in de barrios. Als ik op de hoek van de straat ga eten ('s avonds en alleen) vraagt men mij of ik alleen terug naar het hotel ga. Een straat teveel naar links of rechts en je kan blijkbaar al prijs hebben. Nochtans voel ik me tot nu toe helemaal niet onveilig hier.

En aan de stalletjes met loterijbriefjes op straat te zien, laten veel mensen hier zelfs vrijwillig het geld uit hun zakken kloppen.


Vanmorgen heb ik een bezoek gebracht aan Miraflores Locks, één van de 3 sluizencomplexen van het Panamakanaal. Ik zag er 2 gigantische schepen doorheen geloodst worden. Een indrukwekkend schouwspel moet ik zeggen. De schepen die passeerden moesten zo'n 240000 dollar aan tol betalen. Dit bedrag wordt berekend aan de hand van het gewicht van het schip. Een dure grap om door het Panamakanaal te varen dus, maar time is money zegt men wel eens...

Bijna zover

Hello, hello,

De vakantie is weer bijna aangebroken en naar jaarlijkse gewoonte trek ik er weer op uit.

Dit keer ga ik Panama, Costa Rica en Nicaragua verkennen.

Ook dit jaar wil ik jullie mijn verhalen niet onthouden en het feit dat je nu dit mailtje ontvangt, betekent dat je in de mailinglist staat. Indien je de mails niet wil ontvangen, laat het mij dan even weten en dan schrap ik je adres.

Als je nog andere mensen kent die graag op de hoogte willen blijven, dan kunnen ze dat door naar volgende link te gaan en daar hun email-adres op te geven.

Dit jaar zijn er geen opdrachten of geld mee gemoeid, maar wat ik wel fijn zou vinden is een aantal thema's wat betreft foto's. Ik krijg van jullie een thema en probeer dan foto's in die categorie te maken. Vb. lachen, feest, kinderen, verdriet, spelen, ...

Op die manier ga ik zelf ginder ook anders naar dingen kijken en dat maakt het altijd boeiend.

Groetjes en tot mails,

Sofie

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Hamba