De evidentie der dingen
Als je met een vliegtuig vertrekt, ga je er ook van uit dat je aankomt... Ik althans, en met mij denk ik, de overgrote meerderheid van de reizigers in het luchtruim.
De passagiers van Egypt Air echter, waren daar blijkbaar niet zo zeker van.
Toen we in Cairo landden, werd er flink geapplaudisseerd. Onterecht vond ik, want het vliegtuig schoof vervaarlijk van links naar rechts en ik dacht al aan het vel en de beer...
Bij de landing van vlucht MS 837 in Entebbe, was het applaus echter wel terecht. Zelden werd bij mijn weten een vliegtuig zo zacht aan de grond gezet. Het was alsof we landden in een gigantische hoop watten.
Als je hebt geregeld dat je wordt afgehaald aan de luchthaven, dan ga je er ook van uit dat dat gebeurt. Ik had zelf misschien al een klein voorgevoel van het tegendeel, toen ik de morgen van vertrek nog een email stuurde naar Entebbe backpackers om dit nogmaals te bevestigen. Bij Entebbe backpackers echter, waren ze me vergeten en hebben ze de mail blijkbaar ook niet gezien. En rond 4 u op zondagmorgen liggen ze daar duidelijk allemaal vast in slaap. De telefoon werd immers herhaaldelijk niet gehoord en de GSM was volgens mij gewoon uitgezet. Gelukkig bestaat er ook in Afrika zoiets als een taxi en heb ik rond 5 uur de poortwachter uit bed gezet, die me dan maar mijn kamer heeft gewezen.
Als je je tanden gaat poetsen, is het evident dat je gewoon de kraan opendraait. Net op tijd realiseerde ik me dat dat misschien niet zo'n goed idee was. Flessenwater had ik echter nog niet, dus ben ik maar met een mond halfvol tandpasta in bed gekropen.
Als je de 'new room' boekt, ga je ervan uit dat je in een nieuwe kamer terechtkomt. Zo niet bij Entebbe backpackers. Misschien zal de kamer ooit wel eens nieuw geweest zijn, maar dat is dan toch al even geleden.
Al deze kleine ongemakken zijn snel vergeten als je aan de oever van Lake Victoria zit met een fris drankje voor je, kijkend naar vissende kinderen en paraderende vogels (of andersom).
Vanmorgen ben ik van Entebbe naar Kampala gekomen in een matatu (een minibusje). Onderweg kwam ik toch weer enkele pareltjes tegen... Wat denk je van:
- Come again hard furniture (dat moeten wel hele sterke meubelen zijn...)
- Blessed furniture centre (voor de bravere christelijke burger...)
- Hope Pharmacy (en dan maar hopen dat er geen methadon in je neusdruppels zit...)
- Joy Pharmacy (daar kan je dan maar beter naartoe...)
Morgen vertrek ik naar Murchison Falls National Park, dit keer niet in een minibus met tig anderen, maar wel in de passagierszetel van een 4x4. Ik heb me hier een eigen driver geregeld en ga genieten van elk uur in die auto...
Ik heb echter geen ervaring met privéchauffeurs en smijt dus mijn vraag maar gewoon in de groep, hoeveel tip je zo iemand, zonder er zwaar over te gaan of iemand juist te beledigen?
Zo, dat waren al een paar eerste indrukken, binnenkort meer...
Een varkentje met een lange snuit...
Mooie liedjes duren nooit lang (genoeg)... vandaar alweer het laatste verhaaltje.
Dinsdag ben ik thuis, woensdag zit ik weer met de Madammen rond tafel, donderdag mag ik inschrijven op school, vrijdag is er een frico-feestje, zaterdag een verjaardag en zondag ... ga ik uitrusten van de reis en dromen dat het gauw weer vakantie is ;-)
Gisteren om 16u nam ik de nachtbus van Panaji (in Goa) naar Mumbai. Vrijwel het zelfde verhaal als bij de vorige nachtelijke rit. Airco loeihard, maar deze keer had ik tape en plastic om alles af te plakken (een gewaarschuwd mens...) en nog steeds kakkerlakken (daar was ik niet tegen gewapend, maar ik heb er wel een paar naar de eeuwige jachtvelden gestuurd...).
Er waren echter 2 grote verschillen: vorige keer zat de bus vol westerlingen en 1 Indisch gezin. Nu zat de bus vol Indiërs en 1 westerling. Verder kwamen we vorige keer Goa binnen, dit keer reden we Goa uit. En dat is meteen een heel groot verschil. Rond 20 uur maakten we voor de eerste keer een toiletstop. Toen ik terugkwam bij mijn bed (deze keer had ik een single bed gevraagd), lagen er opeens twee flessen water in het rekje achteraan. De flessen waren al geopend, dus waarschijnlijk terug gevuld aan de kraan of ergens anders...
Ik ging ervan uit dat iemand de flessen verkeerd had gelegd en liet ze dus maar liggen tot de rechtmatige eigenaar ze terug zou opeisen.
Rond 22u stopte de bus opnieuw. Even uit het raam gekeken, maar niet onmiddellijk een restaurantje of zo te zien. Opeens ging mijn gordijntje open en kreeg ik een zaklamp in mijn gezicht. Politie, de westerling moest de bus uit en de bagage openen. Braaf gedaan en ik mocht de bus terug op. In de bus was het ondertussen een en al gefluister en de woorden smuggling en foreigner vielen meer dan eens.
Toen de co-chauffeur eerder die avond mijn rugzak in de kofferruimte legde had hij iets gevraagd in de trant van 'geen drank in de rugzak?', maar daar had ik niet bij stilgestaan. Uiteraard zat mijn drank (water) in mijn kleine rugzak bij mij in de bus. Wat had ik immers aan een fles die in de koffer lag?
En opeens begon het me te dagen, dat die flessen water misschien wel eens geen water waren, maar iets veel straffers. En dat ze die dan maar bij 'de foreigner' hadden gedropt in geval van controle. Ik dus meteen gecheckt, maar ik rook niets. Het kon natuurlijk ook nog vodka zijn. Ik heb het echter niet durven proberen, want in beide gevallen (water of vodka) zou het me niet goed bekomen zijn.
De flessen zijn niet opgeëist (tenminste niet zolang ik in de bus zat). Ik heb nog even gedacht ze 's morgens mee uit de bus te nemen en buiten leeg te gieten (zal ze leren...in het geval van kwade wil althans), maar toen de bus om 5 uur op mijn bestemming kwam, was ik te verdwaasd om daaraan te denken. Ik zal het dus nooit weten...
Wat ik wel meteen weer weet is hoe irritant de taxi- en riksjachauffeurs kunnen zijn. Zoals gezegd stond ik dus om 5 uur vanmorgen met pak en zak langs de weg ergens in Mumbai. Ik stond daar echter niet alleen... Zo'n stuk of vijftien taxi- en riksjachauffeurs waren ook al wakker. Allemaal wilden ze mij wel in hun voertuig (ik kan me niet direct herinneren wanneer er nog eens/ooit eens door 15 mannen om mij gevochten is, maar ik kan jullie verzekern dat ik er niet meteen blij van werd.) Ze stonden met z'n allen zowat aan me te trekken en prijzen te roepen, maar dan word ik moedwillig en loop ik een stukje door. Zij natuurlijk ook... Gelukkig was er daar net een theestalletje dat al open was, dus ik heb eerst rustig een chai gedronken. Enfin, rustig, 't is te zeggen... één chauffeur stond maar aan te dringen en me bijna in zijn taxi te duwen, en toen ik met mijn handen teken deed het rustig aan te doen, zei hij 'no tension, no tension'. Tijdens het verdere trekken en duwen bleef hij die woorden maar herhalen. Ik denk dat de man zijn Engels misschien maar eens moet bijschaven.
Ondertussen was de thee op en begon het hele circus weer opnieuw. Ik ben dus nog maar een stukje verder gelopen, ondertussen iemand zoekend die wel Engels kon. Helaas, om 5 uur 's ochtends en in die wijk van Mumbai, bleek dat wat te hoog gegrepen. Uiteindelijk vond ik wat verder een taxichauffeur (enfin, hij vond mij), die me voor 300 rupees wilde brengen. Alle anderen vroegen van 400 tot 600, dus, ook al was dit waarschijnlijk nog te veel, ben ik maar op zijn aanbod ingegaan. Bij het hotel heb ik uiteindelijk nog tot 7.15u op de stoep gezeten en dan kon ik eindelijk een douche nemen en even wat bekomen.
Ondertussen is het hier 19 uur en ga ik genieten van mijn chique kamer, goeie douche en comfortabel bed (ik heb me even iets duurders gepermitteerd dan tijdens de rest van de reis) om dan morgenvroeg te smullen van een (hopelijk) heerlijk ontbijt. Daarna nog een dagje door Mumbai lopen en dan 's morgens (2.35u) het vliegtuig op.
En dan zie ik jullie allemaal wel weer ergens in de loop van volgende weken (of niet).
Eén conclusie kan ik alvast trekken na deze reis, Zuid-India is Noord-India niet... en dat is een zeer aangename vaststelling.
W&K (warm & koud, wormen & kakkerlakken)
In Hampi was het lekker warm en ik heb er ook vrijwel geen regen gehad.
Ik besloot uiteindelijk de nachtbus te nemen naar Goa, vermits de kosten van drie verschillende bussen en een hotelovernachting waarschijnlijk hoger lagen dan die van de nachtbus.
De bus had telkens twee bedden naast elkaar onderaan en bovenaan. Nu ja, bedden, ze waren erg smal, maar gelukkig kwam ik niet naast een dikke Indiër terecht, maar naast een Française. Ze reisde samen met haar twee dochters, waarvan de vader in Delhi woonde.
Voor we de nachtbus opstapten had ze al gewaarschuwd dat het in de bussen erg koud kon zijn en we hadden dus allemaal onze voorzorgen genomen. Lakens, sjaals, truien, ...
Maar helaas bleek dat niet voldoende.
Toen we net vertrokken waren ging het nog, maar gaandeweg zette de chauffeur de airco harder en harder. Ondertussen hadden een aantal mensen al gevraagd om de airco wat zachter te zetten, maar er kwam niet veel reactie. Bij de eerste stop, voor het avondeten, vroegen we het nogmaals. Weer geen antwoord.
Bij het terug instappen zag ik vooraan in de bus een bordje hangen waarop stond dat er dekens en sjaals te koop waren... Tja, nu werd het duidelijk natuurlijk. De Française heeft het nog één keer geprobeerd, maar kreeg inderdaad als antwoord dat ze dan maar een deken moest kopen.
Niet lang nadat de bus vertrokken was, ontstond er enig tumult een paar bedden verderop. Geen idee waarover het ging, maar al snel werd het mysterie opgelost, toen de co-chauffeur met een bus DDT de bus inkwam en lustig in het rond ging spuiten. Er liepen blijkbaar nogal wat kakkerlakken rond. De Française naast me heeft zich ontzettend kwaad gemaakt en zei dat die beesten helemaal niets deden en dat we ze beter konden laten doen in plaats van de hele reis in dat vergif te liggen. Nu ja, het heeft niet mogen baten, want tegen dan was er al een halve bus leeggespoten...
Echt veel geslapen hebben we niet en toen ik om 5.30 uur aankwam in Panaji en op zoek ging naar een kamer, heb ik nog buiten zitten wachten tot er om 9 uur een vrij kwam. Maar goed, ik was in Goa en ben dus maar meteen op stap gegaan.
Vanuit Panaji bezocht ik Old Goa, ooit de hoofdstad van Goa. Het is een kleine stad, die in één woord beschreven kan worden, kerken.
Het stadje is dan ook erg toeristisch, in dat opzicht dat iedereen de kerken komt bezoeken. Verder is er weinig toeristisch aan. Je ziet er bijvoorbeeld geen hotels en ook toeristische restaurantjes zijn er niet echt te vinden. Nu ja, geen probleem, een plaatselijk restaurantje was ook al goed.
Het eten was helaas net iets te pikant, maar ik heb honger en heb alles binnengespeeld.
Alleen, toen ik het laatste stukje tomaat op mijn vork prikte, kronkelden daaronder een paar kleine witte wormpjes... Ik heb zomaar even gratis en voor niks wat extra proteïnen binnengekregen.
Hier in Goa is het dan misschien wel natter dan in de vorige staten, maar potverdorie, wat is het hier warm! Het is een verschrikkelijk vochtige hitte, die maakt dat je niet veel anders kan doen dan in je luie stoel hangen. Wat ik ook doe van zo gauw het even stopt met regenen.
Ik zit ondertussen in Arambol, een plaatsje aan het strand en vraag me toch af waarom iedereen zo wild is van Goa en zijn stranden.
Ik heb ondertussen al heel wat stranden in de wereld gezien en ik verzeker jullie dat er heel wat mooiere bij zijn dan hier. Het zand is donker, soms zelfs bijna zwart, het water is ook van een onbestemde kleur en nodigt mij niet uit om te zwemmen.
Maar goed, misschien is het wel de sfeer die het hem doet vanaf november, veel mensen, veel feestjes, veel drank en drugs (?), ...
En dan ben ik blij dat ik hier nu zit en al die dingen gerust mag missen...
Ze is er...
Mijn kamer in Hampi, een rond hutje midden in het paradijs, rook niet erg paradijselijk. Er hing nogal een muffe, vochtige geur en in de badkamer kon je een lichte rioollucht ontwaren.
Een geluk dat je dan in India zit, waar ze je met de wierook om de oren slaan, in gelijk welke geur en kleur.
Bij mij werd het een combinatiepak van drie geuren; ik sliep aan de rustige kant van de rivier en daar was de keuze net iets beperkter. Maar goed, ik had mijn wierook en in een mum van tijd rook de kamer minder muf.
Van mijn pak heb ik echter maar 2 stokjes moeten gebruiken, want mijn lichaam had nog een andere oplossing in petto.
Ik had al gedacht dat ik er deze keer aan zou ontsnappen, maar mijn jaarlijkse zomerverkoudheid heeft zich nu dan toch aangediend.
En voilà, neus, keel, oren, allemaal potdicht en dus weg stank...
Misschien is hij ook wel echt weg, nu de hut gebruikt wordt en de ramen dag en nacht openstaan.
Het landschap hier is, zoals men mij al had verteld, prachtig. Ik ben dan ook al een paar dagen gaan fietsen en voel dat nu aan mijn billen. Er is hier veel minder verkeer dan in de andere plaatsen die ik bezocht, maar toch word je nog regelmatig gepasseerd door een bus of vrachtwagen die in volle vaart voorbijraast. Het is dan ook het veiligst beide handen aan het stuur te houden.
Alleen is dat nogal lastig, want de plaatselijke bevolking staat je overal toe te wuiven alsof ze Sinterklaas zien passeren. En dan kan je maar één ding doen, namelijk terug wuiven alsof je Sinterklaas in hoogsteigen persoon bent...
Ik blijf hier vandaag nog een dagje met als enig doel 'dolce far niente'. Vooral dan omdat het hier mooi weer is en ik hierna naar Goa verder trek, waarvoor men me al heeft gewaarschuwd dat het daar op dit moment kletsnat is.
Enfin, we zullen wel zien, ik moet uiteindelijk toch naar boven toe, richting Mumbai, want er resten me nog maar 12 dagen. De aftelkalender in mijn hoofd is beginnen tikken...
Over busritten en hotelmanagers
De olifanten staakten...
De tijgers ook...
Of misschien zaten ze wel in een ander deel van het park. Vermits dat zo'n 800 vierkante kilometer beslaat, zou dat wel eens mogelijk kunnen zijn.
We zagen wel Indische bizons, Sambar herten, wilde zwijnen, een soort wilde honden, verschillende vogels, apen, ...
Apen had ik trouwens al gezien, want ik had er op bezoek op mijn balkon. Ze kwamen er gewoon gezellig bijzitten en de nectar uit de bloemen zuigen.
Maar, geen olifanten dus, jammer maar helaas.
Het park was echter heel mooi, dus het was wel fijn daar een dag doorheen te wandelen en te peddelen.
Op de terugweg van Kumily naar Kottayam heb ik toch wel even wat angsten uitgestaan.
De heenweg was OK. De bus moet dan de berg op, en afgezien de haarspeldbochten waar ze steeds een stukje naar beneden gleed, verliep de rit voorspoedig en vooral vrij traag.
Op de terugweg echter, gaat de bus uiteraard de andere kant op, hier met name naar beneden.
En dat ging toch even een stuk sneller (ook in de haarspeldbochten).
Dat had mij nog niet zo gedeerd, ware het niet dat ik deze keer een speciale plaats had gekregen. Nu ja, gekregen ..., de bus zat gewoon vol. Maar dan is er vooraan nog een plaats.
Probeer het even te visualiseren: In de rechte hoek die de voorruit met de linkerzijruit maakt, is er een bank, met de lengte van de bus mee. Daar zat ik op, met mijn gezicht in de richting van de chauffeur (die hier rechts zit, want ze rijden links). Mijn gezicht was helaas vaker naar links gericht dan naar de chauffeur, om een oogje op de weg te houden (wat ik beter niet had gedaan, ik had 's avonds een flinke stijve nek).
Enfin, daar vooraan zat ik dus, met niks dan glas om me heen, in een bus die tegen een flinke snelheid naar beneden sjeesde, op een nat wegdek, en door haarspeldbochten om u tegen te zeggen.
Ze remmen ook niet echt heel hard af, ze toeteren gewoon heel hard en denken dan dat al het overige verkeer wel zal remmen of uit de weg gaan. Maar vaak toetert dat andere verkeer minstens zo hard...
Het feit dat jullie dit stukje lezen, zegt natuurlijk alles, maar mijn knokkels hebben toch 4 uur lang wit gezien van het harde nijpen in de stang.
Ondertussen zit ik in Bangalore en heb ik er alweer een paar busritten opzitten. Allemaal vrij ok, behalve die van Kottayam naar Mysore. Ik was voor de bus vertrok nog naar het toilet gegaan en had mijn grote rugzak bij de wc-meneer laten staan. Mijn kleine tas nam ik mee binnen. Om even een understatement te gebruiken, de toiletten zijn niet altijd even proper en je moet dus goed uitkijken dat er niets nat wordt. Rugzak op de rug, broekspijpen goed opgerold en boven de knieën getrokken, ... en voilà, een mens kan met een geleegde blaas de bus op, wat altijd weer een fijn gevoel is.
Maar eenmaal op de bus, begon het toch wel flink te ruiken naar urine. De twee jongens naast me begonnen al in het rond te spuiten met deodorant. Niet echt een subtiele hint...
Ik dus alles even gecheckt, sandalen waren droog, lintjes van de rugzak ook, broekspijpen eveneens. Ik zag niet waar het vandaan kwam... tot de man achter me moest uitstappen en een halve viswinkel mee naar buiten sleurde...
Ondertussen heb ik dus Mysore bezocht, met zijn prachtig paleis en leuke markt en heb ik een al te vriendelijke hotelmanager moeten afwijzen. De man begon met de voor Indiërs gebruikelijke vragen, of ik getrouwd was, kinderen had, wat voor job ik deed, ... Vervolgens moest hij iets komen fiksen aan het internet in mijn kamer en moest ik naast hem op het bed komen zitten om te vertalen wat er op de computer verscheen. Dan kwam de vraag of ik een Indische vriend zag zitten en vervolgens of ik hem zag zitten. En meteen ook maar dat het een eer zou zijn als ik met hem zou gaan dineren. Dat heb ik vriendelijk doch kordaat afgewezen. Na nog een beetje aandringen heb ik de man de kamer uitgekregen door te zeggen dat het internet nu werkte en dat ik een afspraak met mijn vader had om te skypen (wat ook echt zo was).
En nu zit ik in Bangalore, om hier morgen te vertrekken naar Hampi, een Werelderfgoed-site, bestaande uit een landschap met gigantische rotsformaties temidden van bananeplantages en rijstvelden en daartussen ettelijke tempelruïnes. Ik kijk er al naar uit. Foto's volgen uiteraard...
Bij jullie is het weer even zomer hoor ik, hier wordt het alleen maar bewolkter en natter. Waar ik in juli lag te zweten in mijn bed, gebeurt het nu al wel eens dat ik 's nachts wakker word van de kou. De hitte wordt langzaam een verre herinnering...
Mannen...
Indische mannen mag je nooit recht in de ogen kijken. Ze zouden kunnen denken dat je geïnteresseerd was en hen zou willen verleiden. Dat is immers wat Westerse vrouwen in hun ogen doen. Te veel Hollywoodfilms gekeken waarschijnlijk... Maar goed, Indische mannen verleiden, het idee alleen al... Ik kan geen enkele reden bedenken waarom ik dat zou willen.
Ten eerste zijn bijna alle Indische mannen lelijk. Ik weet niet wanneer het precies gebeurt, maar ergens in hun ontwikkeling gaat het mis. Je ziet vaak hele mooie baby's of jongetjes, soms nog mooie tieners, maar daarna, nee.
Misschien komt het doordat alle mannen hier een snor hebben? Of doordat ze de hele tijd rochelen en spuwen? Misschien heeft het feit dat ze de hele tijd in hun kruis staan te krabben er wel iets mee te maken?
Het zou ook kunnen dat het komt doordat ze zo luidruchtig zijn. Ze kruipen met een man of tien in een hotelkamer, om vervolgens de TV heel luid te zetten en er dan nog in slagen daarboven uit te komen. Als die kamer dan toevallig naast de jouwe ligt is dat dolle pret, dat kan ik je wel verzekeren.
Nog een reden zou kunnen zijn dat Indische mannen vaak heel kinderachtig zijn. Zo lopen ze bijvoorbeeld te giechelen als een stel pubermeisjes als je hen passeert.
Nee, dank je, ik pas maar voor een Indische man...
Ook voor Australische mannen moet je op je hoede zijn, heb ik hier geleerd.
In Cochin zat ik in een leuk hotelletje, waar ook Nathan, een Australiër verbleef. Op een avond lag ik rond een uur of elf 's avonds op bed nog wat te lezen, toen ik wat gemorrel aan de deur hoorde. De eigenaar had net de planten voor mijn kamer gegoten, dus ik dacht dat hij tegen de deur stootte. Een paar minuten later was het gemorrel er weer. Aan de ramen zat langs de binnenkant muggengaas, dat was vastgemaakt met velcro. Opeens hoorde ik het velcro kraken en verscheen er een hand door mijn raam, die naar de sleutel op de deur ging.
Geschrokken vroeg ik wie het was. De eigenaar van de hand antwoordde “It's Nathan”. Toen ik de deur openmaakte stond hij daar in z'n onderbroek en begon door mijn kamer te lopen. Ik vroeg hem wat hij kwam doen en hij zei dat hij kwam slapen. Toen ik probeerde hem duidelijk te maken dat dit niet zijn kamer was, probeerde hij een deur in mijn kamer te openen die op slot zat met een hangslot (deze kwam uit in de keuken van de familie, we zaten in een soort homestay). Toen bleek dat hij het slot niet zou open krijgen, raakte hij helemaal in paniek en jammerde hij dat hij zijn kamer maar niet kon vinden. Ik kreeg hem buitengewerkt door te zeggen dat zijn kamer boven was.
De volgende ochtend sprak ik hem erover aan en toen bleek dat hij zich er niets van kon herinneren. Blijkbaar was hij epilepticus en slaapwandelde hij vaak na een aanval. Eén van die aanvallen had hij eerder op de avond gehad, omdat hij vergeten was zijn medicatie te nemen.
Geen idee of ik het verhaal moest geloven, maar hij had het schaamrood op zijn kaken en heeft zich wel 10 keer verontschuldigd.
Ondertussen heb ik de backwaters en de kust even verruild voor de bergen, meer bepaald de Western Ghats. Bedoeling is om hier het Periyar Wildlife Park te bezoeken en dat hoop ik morgen te kunnen doen.
Eigenlijk hoopte ik daar vandaag al op, maar een zoveelste staking gooide roet in het eten. Om vijf uur was ik opgestaan om naar het park te wandelen, want ze hadden me in het hotel hier al gewaarschuwd dat er geen vervoer zou zijn. Maar dat ook het park zou gesloten zijn, dat had niemand verwacht. Een hele lange dag dus vandaag... zonder iets te doen. In de onmiddellijke nabijheid is er niet echt iets te zien, vervoer is er niet, en alles is gesloten.
Wat het eten betreft, waar door de staking roet werd ingegooid, wel, dat was ongeveer het lekkerste wat ik hier al gegeten heb. Omdat alle restaurants vandaag gesloten zijn, heeft de gastvrouw voor al haar gasten een zalige maaltijd op tafel gezet. Om twee uur konden we aan tafel en ik denk dat voorbijgangers moeten gedacht hebben dat er tijgers, buffels en olifanten uit het park waren ontsnapt, zo erg rammelden onze magen tegen die tijd.
Ze hebben ons verzekerd dat om zes uur alles weer open gaat, dus dan kan ik mijn ticket gaan omruilen voor morgen. En dan maar duimen dat het wildlife niet staakt...
T.I.I.
Hier in de staat Kerala leven verschillende religies vreedzaam naast elkaar.
Zo hingen er in Kollam in het winkeltje naast de tempel schilderijtjes van Jezus en Maria naast andere van verschillende Hindu-goden, zoals Vishnu, Krishna en Shiva en als Allah had mogen worden afgebeeld, had hij er waarschijnlijk ook naast gehangen.
Ook in het straatbeeld zie je deze evolutie. Namen als Prasad, Vijaya, Sri Krishna, Sree Devi, Lakshmi enz. worden nu afgewisseld met
Ammu Air Travel
Bismillah Bakery
Chalil Cars
Dunya Dressmakers
Fathima Fruits
...
En zelfs de Joden ontbreken niet, je komt ook wel eens Shalom teashop tegen of een naambordje met Dr. Yacob.
Verder blijft helaas alles even conservatief. Alleen is het een beetje vreemd om dan aan het strand (waar je best helemaal gekleed heel zedig zit te wezen) een gigantisch beeld te zien van een naakte vrouw met dus even naakte dikke t....n (tenen uiteraard).
En de paspoppen in de winkels hebben ook overduidelijk borsten, waar de sari's wel heel erg strak omheen gewikkeld zitten.
Maar ach, het is misschien beter dat de Indische mannen zich daaraan vergapen, dan aan mij...
Zoals gezegd zit ik nu in de staat Kerala en die staat bekend om zijn prachtige backwaters. Water en natuur, die woorden hoef je nog maar uit te spreken, en ik ben de eerste om daarvan te gaan genieten. En dat heb ik in Alleppey dan ook gedaan.
De meeste toeristen huren een Kettuvalam (een traditionele houseboat) om daar dan mee over de kanalen te varen, maar dat is alleen nogal een prijselijke aangelegenheid en ook niet zo ideaal. Er wordt voor je op de boot gekookt en je brengt er de nacht door (ergens aangemeerd te midden van ettelijke andere houseboats; dat idee alleen al is genoeg om me ervan af te brengen).
Ik nam dus de publieke ferry en liet me naar één van de kleine dorpjes bij het water brengen om daar al wandelend door de rijstvelden en de kleine paadjes het plaatselijke leven te gaan opsnuiven.
Mooi was het er, en rustig, ver weg van al het getoeter en het razende verkeer.
In tegenstelling tot de toeristen op de houseboats zag ik veel meer, want zij komen niet van de boot af en geraken niet op de kleine kanaaltjes, waarlangs ik wel liep.
In tegenstelling tot diezelfde toeristen betaalde ik ook geen fortuin (dat is natuurlijk ook weer relatief naar westerse normen), maar hoefde ik slechts 5 rupees neer te tellen op de heenweg.
Op de terugweg echter, zat ik al met mijn 5 rupees klaar, toen de conducteur zei dat het 10 rupees kostte. Niet-begrijpend vroeg ik hem naar het waarom. Bleek dat deze ferry een bovendek had. Ik dus braaf 10 rupees betaald, mijn tas gepakt en op weg naar het bovendek. Maar dat kon ik op mijn buik schrijven. Het bovendek was verboden terrein. Begrijpe wie begrijpe kan...
Er bestaat dan ook een gezegde, namelijk T.I.I., This Is India.
Om hier te reizen moet je niet proberen alles te begrijpen, je moet het gewoon accepteren.
Zoals ik op de busrit van Kollam naar Alleppey gewoon moest accepteren dat het zoontje van de Indische vrouw naast me de hele tijd in mijn armen neep, aan de riem van mijn tas trok en met zijn voeten op mijn billen stampte. Nu heb ik hier ondertussen al heel wat Ayurvedic Massage Centers gezien, maar dat was toch niet helemaal wat ik in gedachten had.
Het heeft dan ook niet lang geduurd voor mijn geduld op was en ik de kleine flinke heb terechtgewezen. Dat was misschien niet helemaal mijn taak, maar als de moeder doet of haar neus bloedt, tja, dan komt die onverdraagzame blanke toerist maar in actie.
Verder heb ik opgevangen dat het bij jullie ondertussen zomert, wel, hier zijn de regens begonnen. Dat betekent enerzijds een koelere temperatuur, geen slapeloze nachten meer (tenzij 's nachts opeens het muskietennet naar beneden dondert), maar anderzijds wel nattigheid, kleren die niet zo vlot meer drogen en vooral veel meer muggen met de bijhorende vervelende gevolgen (en soms toch weer slapeloze nachten van de jeuk).
Tot hiertoe is het overdag relatief droog gebleven, maar de zon laat zich niet meer zo makkelijk zien. Eergisteren heb ik even op het strand gezeten onder een dreigende hemel, dromend van bikini's en de geur van zonnecrème...
Het leven zoals het is...
...op de Indische publieke bus
Als je ergens heen wil gaan, heb je vervoer nodig. En het vervoer dat ik tot nu toe het meest heb gebruikt hier, is de publieke bus.
Publiek, in tegenstelling tot de private bussen, waar ze me soms op hebben willen krijgen, maar wat ik dan steeds beleefd afsla. Ze zijn ten eerste een stuk duurder en ten tweede, de airco staat altijd veel te hoog.
Goed, de publieke bus dus...
Je komt in het busstation aan en dan begint de zoektocht naar de juiste bus. Op de bussen staat namelijk de bestemming in hele sierlijke, krullerige letters, maar jammer genoeg kan ik ze niet lezen. Je vraagt dus wat rond en krijgt dan wat gewuif met een handje, tot je bij de juiste bus uitkomt. Dat duurt in het ene station al wat langer dan in het andere.
Op de bus gekomen, zoek je een plaatsje. Soms moet je je ergens tussen wringen, want Indiërs staan niet gauw van hun plaats op. Als er alleen nog maar een plaatsje bij het raam is, schuiven ze niet gewoon twee stoelen door (aan de ene kant van de bus zijn er drie stoelen, aan de andere kant twee).
Als de bus zo goed als leeg is, heb je je plaats maar voor het uitkiezen.
En dan begint de rit. Onderweg stappen er mensen uit en anderen in. En dan begint de pret...
Blijkbaar is er iets ernstigs mis met mij, heb ik één of andere akelige ziekte (waarvan ik zelf nog geen weet heb), maar een Indiër zal niet snel naast me komen zitten, tenzij de bus echt overvol zit. En zelfs dan nog blijven ze vaak liever staan.
Zo zat ik een paar dagen geleden achteraan in de bus, vlak achter de achterdeur. Er stapt een man op en wil op de stoel naast me gaan zitten. Dan ziet hij dat daar een vreemde blanke vrouw zit en blijft maar gewoon staan.
Op de rit van Pondicherry naar Trichy was de bus zo goed als leeg toen ik opstapte. Op één van de stoelen zat overduidelijk een toerist. We beginnen een praatje en ik stel hem voor dat ik naast hem ga zitten om zo het lege-stoel-probleem te vermijden. Hij begint met een uitleg over zijn lange benen enzovoort, dus ik zet me maar op de stoel achter hem. Na een tijdje loopt de bus vol en krijgen we allebei iemand naast ons. Ik een frêle Indisch meisje en hij een dikke Indische man. Pech dus. Maar al snel stapt de man uit en kan hij zijn benen weer strekken. Na een kwartiertje echter stapt er een vrouw met een baby op de bus. De enige vrije stoel was naast hem. Komt de conducteur eraan en zegt dat hij moet gaan staan. Een niet-begrijpende, zielige blik van de man zijn kant hielp niet en hij heeft dus de hele verdere rit gestaan. Tja, het zal hem leren...
... in het Indische restaurant
Als je binnenstapt in een Indisch restaurant zoek je niet meteen een plaatsje. Je loopt eerst (meestal) naar achteren en wast daar je handen. Vervolgens zoek je een plaatsje. Eenmaal je zit komt er wel iemand aangelopen met de kaart en dan begint ook hier weer de zoektocht. Deze keer is niet alles in sierlijke, krullerige letters, maar alles is nu fonetisch opgeschreven. Je moet dus een keuze maken tussen aloo gobi, aloo matter, aloo paneer, biryani, pakora, raitha en ga zo maar verder.
Je wil ook vooral dat er geen chili in zit (ik dan toch). Als je dan iets voorgeschoteld krijgt begint de pret. Voor de andere gasten dan toch. Zij vinden het blijkbaar altijd weer grappig om me te zien eten. Vaak komen ze er ook ongegeneerd bijzitten en beginnen dan in het koeterwaals een praatje met me. Als er onverwacht toch chili in mijn gerecht blijkt te zitten kan de pret al helemaal niet meer op, want dan begin ik gekke bekken te trekken. Dan is het hun beurt om niet-begrijpend te kijken en me met nog meer vragen te bestoken. Die ik ook dan weer niet kan beantwoorden, niet omdat ik hen niet begrijp (ik ben immers polyglot), maar omdat mijn mond in brand staat...
De eerlijkheid gebiedt me nu toch wel even te zeggen dat ik hier tot nu toe al (bijna) altijd heerlijk heb gegeten, van de maaltijden in restaurants tot de verschillende straatsnacks toe.
Ondertussen heb ik een paar dagen in Kovalam doorgebracht, aan het strand. Nu ja, niet echt aan het strand natuurlijk, want daar komen ze een toerist alleen maar lastigvallen. De ene verkoopt sari's, de andere ananas, weer een andere bananen, nog een andere papaya's en ga zo maar door. Als je iedereen wil tevreden stellen ben je algauw blut, ondanks de democratische prijzen. Nu is het hier natuurlijk laag-seizoen, dus iedereen doet erg zijn best om toch nog wat te verkopen. Maar dus niet aan mij...
Ik zat in een hotelletje een eindje achterin, weg van het strand, tussen de palmbomen. De eigenaar was een vriendelijke oude man en ik had het hotel voor mij alleen. Blijkbaar bleven de andere toeristen wel allemaal graag in een hotel vlak bij het strand (misschien was hun portemonnee dikker dan die van mij en wilden ze wel elke dag ananas, papaya's en sari's kopen), maar dat kwam mij alleen maar goed uit. Ik heb 4 dagen gelezen, nagels gevijld, terug gelakt, nog wat gelezen, wat rondgewandeld, kortom, even lekker gerelaxed. En nu ben ik helemaal “shanti”.
Beesten heb ik in mijn kamer zo goed als niet gezien. Enkel die ene verdwaalde kakkerlak die dan ook meteen 4 dagen heeft doorgebracht onder een plastic bekertje in de badkamer...