't Is weer bijna zover...
Hallo allemaal,
We zijn weeral bijna een jaar verder en dat wil dus zeggen, tijd voor vakantie...
Dit jaar gaat de reis richting Myanmar en Thailand (noodgedwongen omdat ik maar 28 dagen in Myanmar binnen mag).
Ik ga ervan uit dat internet in Thailand (net zoals bepaalde soa's ;-)) wijdverspreid is. Hoe dat in Myanmar zit, valt nog te bezien. Vermoedelijk is de connectiviteit daar wat minder.
Ik probeer jullie in ieder geval in de mate van het mogelijke op de hoogte te houden van mijn avonturen.
Diegenen die daar niet (meer) mee gediend zijn, gelieve mij een berichtje te sturen.
1 woord en ik 'defriend' u... no hard feelings...
Diegenen die wel trouw blijven volgen, veel plezier en geniet zelf (indien van toepassing) ook van een welverdiende vakantie.
Groetjes,
Sofie
Back home
Ik heb sinds gisteravond weer Belgische grond onder mijn voeten...
Ondertussen weet ik dat voor Precision Air, de maatschappij waarmee ik de laatste 10 dagen 4 vluchten heb gehad, het woord Precision een nogal rekbare term is, vermits zo goed als al hun vluchten met flink wat vertraging (of gewoon niet) vertrokken.
Een groep Spanjaarden op de luchthaven in Entebbe had het helemaal gehad. 20 uur zaten zij al te wachten, ze hadden de nacht doorgebracht op de luchthaven en de f**k you's vlogen door de hal...
Het leuke op zo'n moment is dan weer dat mensen dan eindelijk met elkaar beginnen praten, waar ze anders gewoon voor zich uit zouden zitten kijken. We hebben de maatschappij aangeraden hun naam te veranderen en zijn dan zelf maar alternatieven beginnen bedenken. Question Air, Maybe Air, Problem Air, ... allemaal mogelijkheden.
Op Zanzibar kocht ik een leuk schilderij, om het dan vervolgens op de luchthaven in Dar Es Salaam in het bagagekarretje te laten liggen.... Eenmaal in mijn hotelkamer (om 1 uur 's nachts, na alweer een vertraagde vlucht) vlogen de f**k you's weer rijkelijk door de kamer. Ditmaal kon ik alleen maar kwaad op mezelf zijn, en dat was ik dan ook.
Maar ik heb ondertussen geleerd (af en toe dan toch al) om positief te denken. Door te vloeken kreeg ik dat schilderij toch niet terug. Ik moest om 5 uur ook alweer op, voor de volgende zeer 'precieze' vlucht en wou toch nog wat proberen te slapen. Ik heb dus snel gedoucht en ben in bed gekropen met de gedachte dat ik dat schilderij 's morgens op de luchthaven wel zou vinden. Ik stelde me visueel voor dat ik langs de karretjes liep en het schilderij daar gewoon uit een karretje pakte.
En zo geschiedde... Om 5.30 word ik door de taxi afgezet op de luchthaven en ik loop meteen de parking over, terwijl de chauffeur druk gebaarde dat het vertrek de andere kant op was. De arme man begreep helemaal niet waar ik naartoe ging. Maar ik had een doel...
Eerst en vooral probeerde ik losse karretjes te lokaliseren, maar er was geen enkel los karretje te bespeuren. Bij de terminal stonden drie rijen karretjes en jawel, derde rij, derde karretje, mijn schilderij...
Ik heb nog geen idee waar ik het ga hangen en vooral ook geen plaats meer aan de muur, maar het is dat het zo moest zijn, dat schilderij hoort bij mij...
Verder zag het ernaar uit dat ik mijn Afrikaans avontuur hier thuis nog even zou voortzetten. Toen ik namelijk gisteravond wou douchen, bleek de warmwaterketel het niet meer te doen. Vanmorgen nog eens geprobeerd, maar tevergeefs, telkens dezelfde foutmelding. Een blik in de handleiding leverde ook geen duidelijkheid op. Vaillant gebeld, en volgende week woensdag kon er een technieker komen. Dan maar de waterkoker opgezet en met een bekertje gedoucht.
Vervolgens zet ik beneden een pannetje op het vuur om wat havermout te maken en wat blijkt... de gas staat niet aan. Mijn vader had vorige week gebeld om te zeggen dat hij hier alles terug was komen opzetten, zodat de ijskast en de diepvries terug zouden werken, maar de gas was dus niet terug opgezet. Bij Vaillant zullen ze wel eens flink gelachen hebben toen ik de technieker afbelde en zei dat het probleem opgelost was...
Maar ik kon ook terug lachen want ik heb warm water en kan dus morgen een heerlijke douche nemen.
En zo is de vakantie dus bijna afgelopen, rest mij nog het onvermijdelijke uitpakken en opruimen.
Maar het is goed geweest, ik heb weer een fantastische reis achter de rug, heb leuke mensen ontmoet, mooie dingen gezien en een prachtig land met geweldige mensen leren kennen.
Bedankt voor alle reacties en tot ergens binnenkort.
Het huis van de vrede
Dar es Salaam, het huis van de vrede... waar kan je beter zitten nu er in de wereld zo wordt gevochten?
Ook hier in Tanzania is mijn medemens zwart, maar daar houdt ook meteen elke gelijkenis met Uganda op.
De matatus hebben plaatsgemaakt voor dalla dalla's en boda's zie je hier bijna niet. Waar er in Uganda muzungu werd geroepen, wordt er hier alleen maar gegroet. Mijn woordenschat in het Swahili breidt zich langzaam maar zeker uit.
Jambo, de speciale groet voor toeristen, maakt dat ik de hele dag met het liedje (jambo, jambo, jambo...) in mijn hoofd loop.
Jambo dada, hello sister... blij dat ik een vrouw ben, jambo kaka is voor de mannen onder jullie ...
Karibu, welkom, wat ik dan steevast beantwoord met asante (sana), (hartelijk) bedankt. Habari krijgt dan weer mzuri sana (heel goed) als antwoord.
En af en toe valt er al eens een hakuna matata (geen probleem).
Het moeilijke ligt erin te ontdekken wat de bedoeling is van degene die je aanspreekt. Ze beginnen vrijwel allemaal met Jambo. Soms blijft het daarbij ... dat zijn mijn vrienden... Degenen die mij zelf al onmiddellijk als hun vriend bestempelen, tja, die hebben meestal een ander doel voor ogen dan alleen maar groeten. En dan zijn er nog diegenen die 'you are very pretty' laten volgen op jambo, my friend. Als ze dat nog een paar keer te veel doen, sta ik hier niet meer in voor de vrede...
Deze twee laatste groepen willen allemaal wat verkopen. Een safari (bedankt, ik heb er al een aantal gedaan in Uganda), een ticket voor de ferry naar Zanzibar (merci, maar ik vlieg ernaartoe), een schilderij, want ze zijn een 'local artist' (dat is lastig mee te nemen in de rugzak), ... allemaal worden ze één voor één afgewimpeld. Niet sympathiek? Heb ik ook nooit beweerd.
Er zijn er ook die het slimmer aanpakken en niet meteen met hun verkoopspraatje beginnen. Zij hebben dan eerst wat tips voor bezienswaardigheden in de stad. Laat mij nu de reisgids toch wel aandachtig gelezen hebben zeker... Al snel volgt er dan dat ze graag wat met me willen praten. Alleen weten we allebei waarover ze willen praten en ook dat wimpel ik (met de glimlach uiteraard) vriendelijk af.
Verder zie je hier veel meer bedelaars dan in Kampala. Hoe dat komt, geen idee. Ik heb daar toch echt niet met mijn ogen in mijn zakken gelopen.
En ten slotte is het hier ook een stuk warmer dan in Uganda, tenzij dat vandaag maar toeval was. Het kwik steeg tot zo'n 35 graden, waar dat in Uganda gemiddeld zo'n 10 graden lager was. Gisteren was de eerste nacht dat ik de ventilator heb aangezet (het was trouwens ook de eerste nacht dat ik een ventilator had... gelukkig dus maar).
Omwille van alle waarschuwingen hier in het hotel om geen waardevolle zaken mee te nemen als je buiten gaat, heb ik dus mijn camera in het hotel gelaten en kan ik jullie geen foto's tonen van de vismarkt die ik daarstraks bezocht. 't Was nochtans de moeite en de ene na de andere 'goeie foto' schoot door mijn hoofd. Helaas, maar daar blijven ze dus ook zitten. Wees creatief, er bestaat zoiets als google... Daar op de vismarkt kon ik al een glimp opvangen van het prachtige turkoois water, waar ik normaal vanaf dinsdag op Zanzibar mijn tenen (en meer ook) kan in steken. Ik verheug me er nu al op.
Even helemaal van de wereld... Er is daar geen wifi, ik heb geen belkrediet meer (op mijn trouwens Ugandese kaart) en voor internet zit ik ook al op een ander netwerk. Maandag 26 augustus vlieg ik terug naar Entebbe, dus misschien volgt er van daar nog een bericht. En anders hoop ik dat jullie een beetje een beeld hebben gekregen van het reilen en zeilen hier en dat jullie zelf ook een leuke vakantie hebben gehad. Ik in ieder geval wel...
Frustratie en adrenaline
Ik was helemaal klaar voor Kidepo... extra batterijen opgeladen, geheugenkaarten leeggemaakt, allemaal om die dieren vast te leggen die je nergens anders in Uganda vindt.
Helaas, Kidepo was niet klaar voor mij...
De eerste dag stond ik om 16 u klaar voor een gamedrive. De zon, die de hele dag genadeloos geschenen had terwijl we in de auto zaten, leek er opeens genoeg van te hebben en al snel was de hemel dreigend en donker. Toen de eerste druppels vielen zei de ranger al dat we waarschijnlijk niet veel wild zouden zien, maar hij zou proberen zoveel mogelijk dieren te spotten. Een zebra of 5 en wat waterbokken passeerden de revue. Katachtigen laten zich sowieso niet graag natregenen en de grote kuddes olifanten die het park normaal bevolken, waren volgens mij op vakantie in Zuid-Soedan.
Na een half uur was het beesten kijken gedaan en kon het meer fysieke deel beginnen... we zaten vast in de modder. Vandaar ook de weinig gevarieerde foto's. Ze werden namelijk bijna allemaal op één en dezelfde plek genomen, in de regen, door het dak van de auto. Toen de zon er even voor het ondergaan doorkwam, leverde dat in ieder geval prachtige beelden op. Ik had graag nog een paar leeuwen gezien en misschien een luipaard en wat struisvogels, maar dit schouwspel met bijhorend lichtspel, was meer dan de moeite waard. Na een uur zijn we uiteindelijk bevrijd door de tractor van UWA.
Enfin, volgende dag beter...
Helaas bleek het de hele nacht geregend te hebben en de wegen waren er natuurlijk niet beter op geworden.Toch besloten we te vertrekken, het was ondertussen immers droog. Na 10 minuten moesten we een weg oversteken, alleen was die ook echt weg... en stroomde er nu een rivier in de plaats. So far de tweede gamedrive... Nu was het echt game over. Het enige wat we konden doen was terugrijden naar het kamp en wachten tot het water gezakt was. Zo gezegd, zo gedaan, alleen wilde het water niet echt zakken. Uiteindelijk zijn we het park moeten uitrijden langs de weg waar we de vorige dag vastgereden waren. Dit keer zijn we niet weggegleden en na een lange rit kwam ik veilig en wel weer in Kampala. Bezweet weliswaar, want ook dit keer was de zon de hele rit van de partij... wat toch wel een beetje frustrerend was.
Frustrerend was ook de rit van Kampala naar Jinja, een luttele 80 km verder. Om negen uur kwam ik bij het busstation aan. Daar is het een drukte van jewelste, de bestemmingen van de bussen worden geschreeuwd en onder zachte dwang word je de bus ingeduwd. De bus die het eerst vol zit kan vertrekken. Die dag was dat niet de bus naar Jinja...
Het is lastig te zien of de bus bijna vol zit of niet, want er zitten de hele tijd meer mensen op de bus die niet mee moeten dan mensen die wel mee moeten. Ze proberen allemaal hun koopwaar te verpatsen, gaande van een flesje water of een hoestbonbon tot een radio of een zonnepaneel. En dit meer dan een uur lang (hoewel, toen ik eraan kwam, de bus uiteraard elk moment kon vertrekken) elke 5 minuten opnieuw. Het is niet omdat ik nu geen zonnepaneel koop, dat ik er 5 minuten nadien misschien geen wil. Hoop doet leven nietwaar?
Achter me zit een moeder met twee kleine kinderen op de schoot. Deze vervelen zich natuurlijk te pletter en vinden er niks beter op dan maar wat tegen de stoel voor hen aan te schoppen. Ik ben vervolgens aan een stoelendans begonnen, nu eens links, dan weer rechts. Verder zitten de twee jongens de hele tijd te jengelen en willen ze dat hun moeder alles koopt wat maar passeert.
Mijn geduld wordt zwaar op de proef gesteld.
10.40 u, de bus zit vol (genoeg) en we vertrekken.
10.50 u, we moeten gaan tanken. Iedereen mag hier nog even naar het toilet.
11.15 u, iedereen zit terug op de bus.
11.20 u, er is een een technisch probleem, iedereen mag de bus terug verlaten.
11.45 u, probleem gefikst, iedereen terug in de bus.
11.55 u, we vertrekken richting Jinja.
13.15 u, aankomst in Jinja,
80 km verder ...
Leerrijk was de busrit wel. Ik kwam te weten wat je doet als je je neus moet snuiten en geen zakdoek hebt. Vermits je dochtertje toch net haar truitje heeft uitgedaan, gebruik je dat maar. Als ze het nadien te koud krijgt, doet ze het gewoon terug aan en gaat ze er lekker op sabbelen. Is je neus nog niet helemaal schoon, dan gebruik je dit keer gewoon je eigen trui... Simpel toch?
Gisteren heeft mijn hart overuren gedraaid, mijn schouders hangen uit de kom, mijn knie is verdraaid, mijn billen zien blauw en ik ben helemaal stijf. Ik heb er namelijk een dagje raften op de Nijl opzitten. Goed voor een stevige adrenalinekick. 8 rapids moesten we trotseren, van grade 4 en 5 (grade 6 is olympisch). Hoe dat eraan toe ging, kan je zien als je even de moeite neemt om volgende link te openen (vimeo.com/user19727493) en het filmpje van 10 augustus te downloaden. Plezier verzekerd...
Ik zit in het raft met de begeleider die een rood T-shirt met lange mouwen draagt en ikzelf heb een vleeskleurige helm op, de enige tussen alle rode. Wie zoekt, die vindt...
Het mirakel van de radiator
Tijdens de rit van Fort Portal naar Kampala, was ik zo bevoorrecht getuige te mogen zijn van een echt mirakel.
Zoals gewoonlijk blèrden de godsdienstige liederen met de nodige decibels door de bus, dit keer voorzien van de bijhorende videoclips. Hilarisch! Vrouwen die uit hun huis werden verdreven, vervolgens een visioen krijgen van Jezus en opeens de hele wereld aankunnen. Enfin, aan beeld en klank geen gebrek. Het was nog wel de goedkoopste busrit tot nu toe, dus voor al dat entertainment werd niet eens een meerprijs gevraagd.
Na zo'n half uurtje rijden hoorden we opeens een bonk. Een kwartiertje later was de voorkant van de bus in rook gehuld.
Hop, meteen een aantal mannen uit de bus (het rollenpatroon zit er hier nog stevig ingebakken) en daarna onder de bus. Ik doe zo niet aan rollenpatronen en besloot ook maar een kijkje te gaan nemen.
Wat bleek? Kapotte radiator.
Al het water liep uit de bus. Na wat gefoefel onder de bus stapt de chauffeur weer in en rijdt vervolgens zo'n 20 meter verder. Rook alom en hup, de mannen de bus weer uit. 10 minuten druk getelefoneer verder, stappen ze terug in en rijdt de buschauffeur terug achteruit, wat hier geen sinecure is. Ik kreeg nu ook visioenen, maar dan wel van een bus die de hele rit achteruit terug aflegt. Maar nee 20 meter terug stoppen we alweer. Opnieuw druk getelefoneer en na een kwartiertje razen we met een gigantische snelheid over de snelweg richting Kampala. Daar zijn we 's namiddags aangekomen zonder nog 1 keer te stoppen, zonder ook maar het kleinste rookpluimpje. Volgens mij had die chauffeur een rechtstreekse lijn naar Jezus, our lord, our saviour...
In Kampala aangekomen nam ik mijn intrek in hotel Marie (what's in a name?) en trok de stad in om te gaan eten. Bij terugkomst bleek al meteen dat ik wat vriendjes had en ben ik de strijd aangegaan met de kakkerlakken die mijn kamer bevolkten. Zij wonnen...
De volgende morgen ben ik dan maar uitgecheckt en wat verder in de straat terechtgekomen in ... alweer een dorm.
Gisteravond echter had ik de hele zaal (8 bedden) voor mij alleen. Vandaag kwamen er 4 anderen bij. Ik overleef het wel weer, zij hebben pech, ik moet morgen om 5 uur op.
Tijdens mijn tocht door de stad gisteren, werd aan het gebruikelijke 'muzungu' nog een aantal keer toegevoegd 'you look beautiful'. In acht genomen dat het schoonheidsideaal van de gemiddelde Afrikaan een flink achterwerk en dito boezem is, weet ik niet of ik dat wel als een compliment moet opvatten. Ik ga er echter niet van wakker liggen (ik moet om 5 uur op, remember?).
Morgen om 6 uur staat immers mijn privé-chauffeur weer paraat en kunnen we beginnen aan de lange (anderhalve dag) rit naar Kidepo National Park.
Door de lange rit en problemen met rebellen in het verleden, gaan slechts weinig toeristen die kant op (bij de grens met Sudan). Degenen die toch gaan, zijn de welgestelden onder ons, en zij vliegen er naartoe, om vervolgens te verblijven in de gerenommeerde Apoka Lodge (de nieuwsgierigen onder jullie zoeken het maar eens op). Ik blijf echter met mijn twee voetjes op de grond (en met een vollere portemonnee) en zal er dus iets langer over doen. Ik verblijf echter op maar 500 meter van de Apoka Lodge in het UWA kamp en ik moet de eerste leeuw nog zien die het verschil kent tussen een lodge en een banda (hut).
Wordt vervolgd...
Uganda in cijfers
98 %, zoveel DNA hebben de gorilla's gemeen met de mens. Niet verwonderlijk dus dat hun uitdrukkingen en handelingen zo menselijk zijn. Ik moet zeggen dat het een fantastische ervarig was deze beesten van zo dichtbij te mogen aanschouwen. En dichtbij was het... Ik denk dat ik op een gegeven ogenblik zo'n 2 meter van hen afstond. Als echte papparazzi lieten we onze camera's klikken, we stonden erbij en keken ernaar, en zij, zij gingen onverstoord door met hun bezigheden, als volleerde celebrities...
14, dat is het aantal gorilla's dat we (er zijn 8 permits per dag) die dag te zien kregen. Een stuk of drie silverbacks, een paar vrouwtjes en een hoop kleintjes.
3 kg ben ik denk ik bijgekomen van al het lekkere eten in het Nkuringo Gorilla Camp, waar ik drie nachten verbleef. Om nog maar te zwijgen van de heerlijke verjaardagstaart die ze voor me gebakken hadden. Onvoorstelbaar wat ze in de middle of nowhere weten klaar te maken.
21 verschillende soorten vogels zag ik op een paar uur in datzelfde kamp. Geen wonder dat Uganda een 'birders paradise' wordt genoemd.
40, de leeftijd die sinds donderdag hier in de hotelregisters achter mijn naam staat.
80, dat is hoe ik me voelde na de zowat 50 km van mijn tocht door het Bwindi Impenetrable Forest en de gorilla tracking.
2 gigantische blaren sieren nu mijn hielen.
9 leeuwen zag ik in Queen Elizabeth National Park.
0 luipaarden helaas...
200 km/u, zo snel ging mijn hart toen ik 's nachts naar het toilet moest in het UWA-kamp. Ik verbleef in het kamp van de UWA-rangers, en dus niet in één of andere dure lodge met eigen badkamer. 's Nachts de familie Pumba of waterbok tegen het lijf lopen kon ik nog net aan, zij schrikken waarschijnlijk harder van mij, dan ik van hen. De families Simba, Tembo of hippo echter, wil je niet tegenkomen. En toch liepen ook zij 's nachts vrolijk door het kamp, waar zij als het ware een thuismatch spelen.
3 u lang heb ik geprobeerd niet naar het toilet te gaan.
12 km/u is de snelheid waarmee ik er uiteindelijk toch naartoe ben gelopen...
2 hippo's en 6 waterbokken stonden op dat moment rustig te grazen.
1 leeuwin was me een paar uur eerder op mijn tocht naar de kampkeuken op 2 meter gepasseerd en een olifant stond toen achter de kampkeuken de vuilnisbakken te legen. Over een close encounter gesproken...
50 meter stond mijn tent in Ishasha van het toilet vandaan.
2 keer ben ik naast de tent mijn blaas gaan legen.
19 koude douches heb ik er nu op zitten.
10 minuten duurt het volgens de Ugandezen voor het water warm wordt.
2 uur wacht ik meestal, vooraleer ik de kraan opendraai ... en weer een koude douche krijg. Ze hebben hier allemaal een water heater, maar ik verdenk ze ervan dat dat alleen maar is om in de reisgids de vermelding 'hot water' te krijgen.
1 uur ongeveer moet je rekenen tussen het opnemen van je bestelling in een restaurant en de bediening. Vooruit plannen is dus soms de boodschap.
100 keer per dag wordt er 'muzungu' (witte) naar me geroepen.
75 keer roep ik terug.
50 keer per dag wordt me een boda boda aangeboden.
50 keer weiger ik.
25 eieren heb ik hier op 3 weken minstens al op.
3 muggen zijn er nog maar in geslaagd me te bijten.
7 heb ik er eigenhandig gedood.
35 km ga ik morgen (proberen te) fietsen door het glooiende landschap rond Fort Portal.
0 versnellingen zitten er op de fiets...
290 km reis ik overmorgen weer door naar Kampala.
4 dagen zal vervolgens mijn tocht naar Kidepo National Park duren.
4,5 weken zal ik er daarna hebben op zitten.
Tot zover het cijfermateriaal.
Ik heb zo de indruk dat ondertussen het regenseizoen hier begonnen is. Toen ik vanmorgen in de botanische tuin moest gaan schuilen, hing daar tegen het bureautje een tekst, die ik jullie graag wil meegeven.
Er was eens een blind meisje dat zichzelf haatte omdat ze blind was. Ze haatte iedereen behalve haar vriendje. Hij was er altijd voor haar.
Ze zei hem dat ze met hem zou trouwen, als ze maar kon zien.
Op een dag schonk iemand haar een paar ogen. Toen het verband eraf werd gehaald kon ze alles zien, ook haar vriendje. Hij vroeg haar 'Wil je met me trouwen, nu je kan zien?'
Het meisje keek naar haar vriendje en zag dat hij blind was. Het zien van zijn gesloten oogleden schokte haar. Dat had ze niet verwacht. De gedachte voor de rest van haar leven naar hem te moeten kijken maakte dat ze weigerde met hem te trouwen.
Haar vriendje verliet haar in tranen en schreef haar dagen later een briefje waarin stond: 'Draag goed zorg voor je ogen, liefste, voor ze van jou waren, waren ze van mij.'
Een paar woorden om even bij stil te staan vond ik.
OMG
Oh my god... Normaal gezien ben ik nogal verdraagzaam tegenover aanhangers van gelijk welke religie, maar trop is teveel. Bijna twee weken geleden zat er een moskee op dezelfde verdieping als mijn hotel in Kampala. Nu heb ik doorheen de jaren al verschillende keren geslapen in de nabijheid van een moskee en nu en dan wakker worden van de oproep tot gebed hoort er nu eenmaal bij.
Van wakker worden was dit keer echter geen sprake. Ik ben zelfs niet in slaap geraakt.
Ik had de pech dat het het begin van Ramadan was. Eerst moest ik 3 tot 4 uur gebeden aanhoren, vervolgens gingen ze allemaal eten in het restaurant waar mijn kamer op uitgaf en zo rond middernacht zijn ze begonnen de boel te kuisen. Gevolg, veel geschuif met meubels, geschrob van vloeren en de hele trappenhal, 3 verdiepingen naar beneden. Ik denk dat het zo rond 3 uur redelijk stil werd en om 5 uur moest ik mijn bed uit. Ik had het even gehad met de moslims...
Een paar dagen geleden nam ik de bus van Masaka naar Kabale, 6 uur lang, onder het genot van godsdienstige gezangen. Praise the lord, Jesus set me free, Halelujah, Maria, ... allemaal passeerden ze de revue, in het Engels of in één van de lokale talen. Zoals gezegd, trop is teveel... en 6 uur is trop...
Morgen reis ik van Kabale naar Kisoro. De postbus (inderdaad, als in de bus die de post rondhaalt), komt pas laat in de middag in Kabale aan, wat betekent dat ik misschien niet voor donker in Kisoro ben. Ik kom echter graag aan als het nog licht is, enerzijds om me onmiddellijk te kunnen oriënteren, anderzijds vanwege de veiligheid ( van het transport dan, ik heb me hier immers nog geen seconde onveilig gevoeld).
Het zou dus wel eens kunnen dat ik de matatu moet nemen. En dan is het kiezen tussen 2 kwaden.
Normaal zou ik gaan voor een busje met als opschrift 'Inch'allah' of 'Bismillah', ook al had ik het dan even gehad met de moslims. 'Waarom?', hoor ik jullie denken. Simpel, een goede moslim drinkt niet. Anderen daarentegen... En geloof me, als ik eens goed rondkijk, dan zijn de bars hier rijkelijk gevuld.
Alleen, het is nu Ramadan, wat dus betekent dat de moslims ook niet eten overdag, en of dat nu zo bevorderlijk is voor de concentratie weet ik niet zo goed...
Oh my god, nooit, nimmer, never again had ik gezworen. En toch eindigde ik weer in een dorm. De big one dan nog wel, met 12 in 6 stapelbedden.
Op het eiland waar ik wilde verblijven in Lake Bunyonyi hadden ze geodomes, halfopen koepels met een bed erin en een mooi houten terras, waar elke toerist zijn zinnen op heeft gezet. Bij het reserveren was de telefoonlijn niet zo goed en het leek me al dat ik een heel lage pijs moest betalen voor de dome. Na lang over en weer gepraat bleken die uiteraard allemaal bezet en bleef voor de nachten die ik wilde alleen de dorm over. En eigenlijk viel het achteraf bekeken allemaal nog wel mee. Ik heb zelfs goed geslapen en het gaf me warempel weer een beetje een kampgevoel.
Het hele kamp is ecologisch. Er wordt gewerkt met zonne-energie, composttoiletten en douches in openlucht. Vanaf 7 uur 's avonds was het pikdonker en elke avond had ik dinner by candlelight.
En Oh my god, wat voor dinner. Het zal zo ongeveer het beste eten zijn dat ik op reis ooit had. En dat allemaal klaargemaakt in een zeer basic kampkeuken. Ik zou zo nog een paar dagen kunnen blijven om alles op de kaart eens te proberen.
Oh my god, Afrikaanse mannen zijn geëmancipeerd. Met het schaamrood op de kaken doe ik volgende bekentenis.
Ik ging naar de wasplaats in het kamp om wat kleren te wassen en een medewerker was net hetzelfde aan het doen. Ik was welgeteld zo'n twee minuten bezig toen hij het van me overnam... en met een beter resultaat... Ik ga dus de komende dagen genieten van mijn propere, lekker geurende kleren en me een Afrikaans stuk zeep aanschaffen...
En dat god hier nooit ver weg is, bewijst het bordje in het hotel in Kabale, waar ik nu weer een nachtje zit en waarop staat 'This business is drenched in the blood of Jesus'. Hopen maar dat ik dat uit mijn kleren krijg...
Morgen trek ik dus zoals gezegd verder naar Kisoro, om daar te beginnen aan een wandeltocht van zo'n 40 kilometer door het Bwindi impenetrable forest, alwaar ik op 25 juli (hopelijk) oog in oog zal komen te staan met een van de laatste groepen berggorilla's in de wereld. Ik kijk er alvast naar uit...
Het goede leven
"Is Uganda niet gevaarlijk ?", werd me meermaals gevraagd voor vertrek.
Tja, wat kan men zoal als gevaarlijk beschouwen?
Is het gevaarlijk om
- op een paar meter van een leeuw of neushoorn te staan?
- achterop een motortaxi door de verkeerschaos van Kampala te scheuren?
- onder een elektrische douche te staan met hier en daar wat losse draadjes, waar de vonken uitspringen?
- aan straatstalletjes de lokale specialiteiten, zoals een rolex te proeven?
Als het antwoord 'ja' is, dan verkeer ik echt wel in onmiddellijk gevaar.
En anders, zoals ik het beschouw, kan ik me weeral gelukkig prijzen dat ik dit allemaal zie en meemaak.
Op het ogenblik zit ik in het Ten Tables restaurant in Masaka, waar ik een driegangenmenu ga nuttigen voor de luttele som van 9 euro, een echte uitspatting weliswaar, maar in ieder geval goedbestede centen. Alle inkomsten gaan immers naar een project voor aidswezen.
Tijdens de vorige week ging ik naar Mabamba swamp, één van de weinige plaatsen waar je de Shoebill nog vindt, een bijna prehistorische vogel, die je (in de verte althans) al op de foto kon bewonderen. Ik ging erheen met de motortaxi, vervolgens een bootje en dan weer een motortaxi. Deze laatste stopte onderweg bij een hutje, waaruit na een fluitsignaal een dame kwam, gehuld in haar zondagse kleren (het was trouwens woensdag). Zij springt bij op de motor en we zetten onze tocht verder. Onderweg legt ze me uit dat zij Maria heet en mijn gids zal zijn. Ze zegt me dat we dadelijk zullen aankomen bij het booking office en dat de verantwoordelijke daar zal vragen of ik geboekt heb.
Ik antwoord dat ik niet geboekt heb.
'Yes, you have booked', zegt ze.
'No, I haven't booked'.
'Yes, you have booked with Maria'.
'Ok, I have booked with Maria'...
Soms ben ik snel van begrip. Waarschijnlijk kon die verantwoordelijke me zelf gaan gidsen en zag Maria haar fooi al in het (moeras)water vallen.
Zo gezegd, zo gedaan, Maria heeft een bootje geregeld en na flink wat afdingen op de prijs, konden we vertrekken. En het moet gezegd, Maria was een goede gids, met een scherp oog en een uitgebreide kennis.
Op donderdag vertrok ik met mijn chauffeur naar Murchison Falls National Park. In dit park perst de Nijl zich met een enorme kracht door een opening van zo'n 7 meter breed in de rotsen en stort dan 43 meter naar beneden om nadien lake Albert in te stromen.
Verder kan je er allemaal beestjes vinden, die je bij ons in iets andere omstandigheden in de zoo kan gaan bezichtigen.
Wat een fantastische ervaring is het om al die dieren in het wild te mogen aanschouwen...
Mijn chauffeur kende een ranger in het park en samen vormden ze een prima duo, dat er niet vies van was de regels te overtreden en buiten de gebaande paden te rijden. Gevolg, ik was één van de enigen die die dag leeuwen heeft gezien.
Ondertussen ben ik met de bus verdergereisd naar Masaka en ook hier reis ik morgen weer verder, richting lake Bunyonyi, het enige meer hier dat gegarandeerd bilharzia-, krokodil- en nijlpaardvrij is. En dat maakt het dus een mooie plek voor een paar daagjes luieren...