sofieontheroad.reismee.nl

Ark van Noah

De laatste twee weken lijkt het hier plots wel de ark van Noah te zijn. Alle dieren die ik twee maanden lang niet zag, passeren hier nu ineens de revue. Rond Ayutthaya, Kanchanaburi en Phetchaburi spotte ik duizenden ooievaars. Ik denk dat er zowaar een babyboom op komst is hier... In Phetchaburi ging ik fietsen langs heerlijk verlaten weggetjes en naast een irrigatiekanaal, waaruit opeens twee gigantische hagedissen van zo'n anderhalve meter kwamen gekropen. Wat later ontmoette ik nog een familielid dat wat verderop woonde. Fantastisch weer. Iets minder fantastisch was mijn ontmoeting met de hond die mijn been op een centimeter na miste. De longen heb ik uit mijn lijf gefietst, helaas, die van hem waren beter... Waarom hij het op een gegeven moment opgaf weet ik niet, maar ik was er niet rouwig om. Na bij terugkomst even te hebben gegoogled wat te doen bij een aanval van een hond of hoe deze te vermijden, bleek ik een schoolvoorbeeld te zijn geweest van hoe het niet moest... Ik was immers sneller gaan rijden, had met mijn armen gezwaaid, heel hard geroepen, ... allemaal dingen die je beter niet doet. Gelukkig kwam ik er met de schrik vanaf, maar ik heb nog lang met elastieken benen verder gefietst. De tempels in Phetchaburi werden dan weer bevolkt door hele troepen apen. Omdat ik mijn fiets op slot wou leggen aan een paaltje en dat werd onttrokken aan het oog van de bewakers, was hij helemaal ondergesch... toen ik terugkwam. Op alle auto's op de parking lagen grote pluchen krokodillen, geen aap die daarbij in de buurt kwam. Had ik het maar geweten... Hoewel, ik had op een dak van een huis al een levensgrote pluchen tijger zien liggen. Alleen gooien ze hier hun vuil/afgedankte spullen gelijk waar, dus ik had de link niet gelegd. Nu snap ik uiteraard waarom dat beest daar lag. Ondtussen nam ik een paar dagen geleden mijn eerste trein van deze trip (die meteen een flinke vertraging had), van Phetchaburi naar Chumphon. Daar moest ik immers de boot nemen naar Koh Tao, een eiland in de Thaise Golf, waar ik een paar dagen aan het strand wilde doorbrengen. En ook hier weer beesten... Zo zag ik tijdens een wandeling een slang haar lunch verorberen. Ik vermoed dat het een baby-eekhoorn was, want daarvan krioelt het hier. 's Nachts is er veelvuldig getrippel op het dak van mijn hutje en met de regelmaat van de klok rolt er vanalles naar beneden. Ik moet de hele tijd denken aan scenes uit Ice Age. Maar ook andere dingen maken/houden me wakker. Zo dacht ik eergisterenmorgen dat er iemand kreunde van de pijn. Ik lag echt in opperste concentratie te luisteren om te gaan helpen, maar bij nader inzicht denk ik dat pijn er weinig mee te maken had en dat hulp van mijn kant niet erg geapprecieerd zou zijn geweest... Hetzelfde jonge, enthousiaste Duitse koppel in het hutje naast me, vind ook niets zo fijn (hoewel...) dan aan elkaar voor te lezen. Vandaag zij een stuk, morgen hij weer, ieder om beurt. Het voorleesuurtje is dan ook nog geprogrammeerd op het moment dat ik 's avonds gedoucht ben en met een drankje en hapje op mijn terras mijn eigen boek wil lezen. Laat nu geen enkel boek voor mij ooit te dik zijn, nu hoop ik echter dat dit een dun boek is en vooral het laatste dat ze hebben... Gisteravond dan weer begon zij opeens wild te krijsen en stormde ze naar buiten, waarna hij haar moest zien te kalmeren, terwijl ze uitriep daar niet te zullen slapen. Geen idee wat ze in de hut vond. In die van mij had een eekhoorn (?) in ieder geval mijn zak noten gevonden die ik als aperitiefje wilde knabbelen en alvast voor me geopend, waarvoor dank. Ik hoop dat ze ze uit de vuilbak heeft gehaald voor die werd geleegd. Zo, dat is het weer zo'n beetje. Morgen vertrek ik hier helaas weer voor nog een paar daagjes vasteland, voor ik donderdag weer naar België vlieg, de herfst tegemoet blijkbaar...

DIY

Ik ben een diy-reiziger... Waar anderen graag in een minibusje/tuktuk stappen en zich laten rijden, van attractie naar attractie, gebruik ik de benenwagen of huur een fiets/scooter en volg ik mijn neus (of de kaart). Meestal zitten er bij de aangeboden tours toch een aantal dingen waarin ik niet geïnteresseerd ben, dus op die manier doe ik enkel wat ik wel wil. Waar in Myanmar bij een kamer overal ontbijt inbegrepen was, is dat hier in Thailand zelden het geval. En ook al zou dat dan de belangrijkste maaltijd van de dag moeten zijn, ik weiger pertinent 4 x zoveel te betalen voor een ontbijt dan voor mijn avondeten. Ik koop een pak muesli, wat bananen en yoghurt en voilà, klaar is kees. Mijn diy-ontbijt. Thee drink ik nadien wel aan één van de honderden stalletjes die hier in elke stad te vinden zijn. Mijn kleren laten wassen? En dan het risico lopen op spullen die verloren gaan of met gaten terugkomen? Mij niet gezien... Ik kreeg een scrubba washbag cadeau (google maar even) en doe mijn was in mijn eigen 'wasmachine'. Per slot van rekening hoort dat ook onlosmakelijk bij reizen met de rugzak. 3 minuutjes 'scrubben' en weer is kees klaar. Ik hoef er niet eens mijn handen bij nat te maken. Diy in alle comfort zowaar... mijn eigen wasserette. DIY is het ook, als ik 's avonds, voor ik mijn hotelletje opzoek, nog een blikje frisdrank of flesje water koop in een winkeltje. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om hier één van de vele bars binnen te stappen, waar ze cocktails hebben 'that make you forget your own name'. Waarom ik dat in godsnaam zou willen, geen idee... Of bars waar 'you can get drunk for only 10 Baht'. Nog zoiets dat voor mij niet zo nodig hoeft. Maar misschien is het wel handig voor die Thaise tieners die nadien de in groten getale aanwezige blanke oude(re) mannen moeten gaan entertainen. Mannen die beter ook wat meer zouden DIY'en in plaats van die meisjes te laten opdraven. DIY dus ... meestal toch... In mijn guesthouse in Ayutthaya had ik een mooie badkamer, waar voor één keer het toilet en de douche eens gescheiden waren. Meestal hangt de douche zo ongeveer boven het toilet en is na het douchen de hele boel nat. Maar niet in Ayutthaya dus. Toen ik 's avonds nog even naar toilet ging, zag ik opeens dat er langs de elektrische leiding van de heetwaterdouche water naar beneden liep, om vervolgens in de schakelaar te lopen en daar dan naar beneden te druppen. Niet echt veilig, dacht ik zo en ik haalde de eigenaar erbij, die (zo realiseerde ik me achteraf) waarschijnlijk al in bed lag. Maar goed, klant is koning, nietwaar? Ik legde hem uit dat er water naar beneden liep en vroeg of hij eens mee wilde komen kijken. Wel, hij stond erbij, keek ernaar en zei 'nothing coming down', terwijl het water verdorie voor mijn (en zijn, waarschijnlijk slechte) ogen naar beneden stroomde. Ik bleef volhouden dat het niet veilig was en smalend begon hij te mompelen 'safe, safe, ... not safe, then turn off...'. Oh neen, geen DIY dit keer, ik heb de eer aan hem gelaten, hij mocht de schakelaar uitzetten. De volgende dag echter heb ik toch maar zelf het risico genomen en de schakelaar terug aangezet. Ik had geen zin in een koude douche..., zeker niet in die (bijna) perfecte badkamer... Ondertussen zit ik in Phetchaburi, bijna aan de oostkust van Thailand. In Sukhotai ging ik tempels kijken, in Ayutthaya ook. In Kanchanaburi liep ik over de beroemde brug over de 'river Kwai' en zag ik tot mijn grote verbijstering hele konvooien karaokebussen voorbijrijden, onder politie-escorte nog wel. Al zingend en joelend rijden ze voorbij de oorlogskerkhoven, Aziatische toeristen, een ras apart...

Hello Thailand

Er was eens ... een vrouw ... en vier mannen. Die reden samen in een auto naar Myawaddy, bij de Thaise grens. Die vrouw, dat was ik, die mannen, geen idee. Ik had natuurlijk een auto kunnen laten regelen door het guesthouse, maar neen, ik besloot zaken te doen met de plaatselijke bakker in Hpa-an. De auto's naar de grens vertrokken immers aan de overkant van de bakkerij en ik moest toch ontbijt kopen, hij had een vriend die naar de grens reed, dus voila, perfect geregeld. Tot de volgende morgen om 7 uur bleek dat er geen brood was, want er was niet geleverd en dat de vriend toch geen auto vol kreeg en dus niet reed. Een beetje verderop stond een auto die wel bijna vol leek, en na even informeren bleek die zo te vertrekken. Dus ik kon mee, met 4 vreemde mannen in een auto. Geen haar op mijn hoofd dat daar in Europa zou aan denken. En ik geef grif toe, ik heb me al eens zekerder gevoeld. Want ook hier blijft het een kwestie van vertrouwen en kan je alleen maar hopen dat je ook echt aan die grens geraakt. Maar het waren 4 doetjes en al na een half uur zaten er twee met hoge stemmetjes mee te blèren met de radio. Bij elke stop werd de deur voor me opengehouden en ik kreeg overal meteen een stoel aangeboden door één van de koene ridders. En bij de grens, daar geraakte ik, en erover (helaas) ook... Er was eens ... een vrouw ... die een flinke cultuurshock had. Die vrouw, dat was ik. Van Myanmar naar Thailand, wat een wereld van verschil. Ik keek ernaar uit om naar Thailand te komen en nu, nu ben ik er niet zo zeker van dat ik hier wel wil zijn. Iedereen zei me, je moet naar het Noorden, Chiang Mai en Chiang Rai, dat is mooi... Maar ik zie alleen nog maar bars, winkels, hotels, restaurants, tour agencies, massagesalons, oude blanke mannen met jonge Thaise poppetjes aan de arm. Ik walg ervan... Allemaal zijn ze er hier op gebrand te verkopen aan de toeristen. Die lopen hier dan ook (wederom helaas) in groten getale rond. 9 op de 10 gezichten hier zijn blank. En nee, dat zijn geen Thai die de nieuwste wonder whitening crème hebben ontdekt. Niemand zegt nog goeiedag, de glimlach is (in veel gevallen) opeens fake en alles is commerce. En ik besef, één van die witte gezichten is van mij, maar dit is niet wat ik had verwacht. Het is één groot circus (zelfs met bijhorende olifanten en tijgers als je wil), ik heb een kaartje, maar de show kan me niet boeien. Ik spring net zo lief terug bij 4 vreemde mannen in de auto, met een enkeltje Myawaddy, Myanmar... Er was eens ... een vrouw ... die op een paar seconden van helemaal ontspannen naar helemaal gespannen ging. Die vrouw, je raadt het al, dat was ik, hoewel het voor mijn part gerust iemand anders had mogen zijn. 2 uur lang had ik de zaligste massage ooit gehad. Van een vrouwelijke gevangene nog wel. Zij hebben een rehabiliteringsprogramma, waarbij ze een opleiding tot masseuse kunnen volgen. De vrouwen die de massages geven zijn diegenen die binnen 6 maanden de gevangenis zullen mogen verlaten. De inkomsten mogen ze zelf houden om aan hun nieuwe leven te beginnen. En daar had ik dus nu een bescheiden centje toe bijgedragen. Het circus was er toch, dan maar kiezen voor 'the good cause'. Enfin, helemaal ontspannen dus, bedacht ik om even mijn berichten te checken, vermits er in mijn hotel geen wifi was en in het massagesalon wel. Wat blijkt? 2 nieuwe berichten. Eén van mijn vader (die op dat moment in Kenia zit) waarin hij alleen mijn naam noemt en één van mijn zus, waarin ze vraagt of ik bereikbaar ben en eens contact kan opnemen. Dat klinkt niet goed. Zomaar, 1, 2, 3, weg ontspannen gevoel. Elke vezel in mijn lijf zette zich schrap voor wat komen zou. Ik begon een videogesprek met mijn zus (lang leve de smartphones) en wanneer ze, als antwoord op mijn vraag of er iets gebeurd is, knikt, staat de wereld plots stil. Bij de 'maar' begint hij voorzichtig weer te draaien en bij het nieuws dat er bij een ongeval met de jeep van mijn ouders 1 vrouw is omgekomen, maar mijn ouders buiten wat nekklachten, snijwonden en een flinke shock ongedeerd zijn, ben ik van pure opluchting beginnen janken als een klein kind. Het is wat het is en het wordt wat het wordt, maar ik weet niet of ik me daar in het 'worst case scenario' zomaar had bij kunnen neerleggen. Nadat ik met m'n ouders gebeld had en ze me keer op keer verzekerd hadden echt in orde te zijn (er wordt vanuit België en ginder ter plaatse heel veel moeite gedaan om iedereen zo snel mogelijk terug te krijgen), heb ik me, vanuit het idee dat het leven te kort is, maar laten verwennen met een pedicure en een bezoek aan de kapper. Dat laatste trouwens onder het toeziend oog en voor de lens van wel wat toeristen en Thai, op een plein in Chiang Mai. Daar stond een jonge Japanse kapper die tijdens zijn wereldreis 1000 mensen wil kappen. Ik was klant nummer 206. Wederom, the good cause...

Adieu Myanmar

In Nyaungshwe, het dorpje dat de uitvalsbasis vormt voor trips naar Inle Lake, at ik heerlijke gele tofu, stond ik te kijken bij de rollerskatebaan, vierde ik mijn verjaardag met mojito, at ik een fantastische chocoladecake, kreeg ik een verjaardagscadeau van mijn 'family at Lady Princess hotel', maakte ik een dagtrip naar het meer en de omliggende dorpen, bezocht ik het klooster met de 'jumping cats', die van de overheid niet meer mochten springen en er dus maar lui bijlagen, fietste ik flink wat kilometers en nam ik uiteindelijk de nachtbus naar Yangon, om daar 's ochtends, als alles goed ging, verder te reizen naar Hpa-an. De reis aar Yangon met JJ's (zie eerdere mail), verliep zo goed als vlekkeloos. Zo goed als ..., want de twee oude dames naast me, die me ofwel zaten aan te staren, ofwel luidop gebeden zaten te reciteren, beide onder het gekauw van betelnoten, waarna dan met veel gerochel het sap moest worden uitgespuwd (in een zakje uiteraard, want in een luxebus met airco kunnen de ramen niet open), die hadden ze wat mij betreft in Nyaungshwe mogen laten staan (of, ik zal wat milder zijn, achteraan in de bus moeten zetten). Bus without a view Rond een uur of 7 kwamen we aan in Yangon en daar vond ik vrijwel meteen een bus naar Hpa-an, die om 8 uur zou vertrekken. Perfect getimed... Deze bus was echter iets minder joyous. Het mij als zeer mooi beschreven landschap kreeg ik niet te zien, want de ramen waren al even niet meer gewassen. Zelfs de regen, die toch overvloedig naar beneden kwam, kreeg de klus niet geklaard. En als ik niet naar buiten kan kijken, dan sukkel ik in slaap, waarbij ik dit keer een paar keer niet zo zacht in aanraking kwam met de metalen hendel van het raam. Gevolg, een bult op mijn voorhoofd. Uiteindelijk heb ik mijn zakdoek maar rond de hendel gebonden, want wakker blijven, daar slaagde ik niet in. De voorruit van de bus vertoonde geen sterretje, maar het hele sterrenstelsel. Carglass zou er flink wat dagen werk aan hebben gehad en waarschijnlijk niet hebben hersteld, maar vervangen... Room without a view In Hpa-an aangekomen, ging ik enthousiast op zoek naar het Soe Brothers Guesthouse, mij een paar keer aangeraden door andere reizigers. Waarom weet ik niet goed, tenzij die Soe brothers natuurlijk geweldige kerels waren. Ik heb ze zelf niet ontmoet... Ik kan me levendig voorstellen dat huizen in dit vochtige, tropisch warme klimaat sneller in verval raken, maar dat het zo snel zou gaan, verbaast me toch ten zeerste. Ik kreeg een muffe kamer, zonder raam, met kartonnen bevlekte muren. 2 Franse wc's kon ik op de gang bezoeken (als ik zelf toiletpapier had tenminste), de koude douche (letterlijk en figuurlijk) bevond zich daarnaast. Tja, wat kan een mens voor 6$ meer verwachten? Gedurende twee nachten ontsnapte ik aan de muffe kamer door Mawlamyine te bezoeken, een stad zo'n 50 km naar het Zuiden. Daar wilde ik Ogre Island gaan verkennen, maar geen kat die me kon vertellen hoe, waarmee en wanneer ik daar kwam. Volgens de ene was het eiland gesloten, de andere zei dat ik om 10.45 de ferry moest nemen, maar om 12 u alweer terug moest en nog een andere wist me te vertellen dat de laatste ferry om 15 u terugkwam. De volgende ochtend heb ik een fiets gehuurd, ben ik naar het water gereden en vond ik een man met een motorboot, die beweerde dat ik 'all hours' naar het eiland kon, en, wat niet minder belangrijk was, ook terug. Dus, na het betalen van een luttele dollar, begonnen we aan de overtocht. Niet geschoten is immers altijd mis... Eenmaal op het eiland (ongeveer zo groot als Singapore), bleek dat de weg bestond uit veel modder, grind en keien en ik hoopte dus maar dat mijn banden het niet zouden begeven. Dat deden ze gelukkig niet. Mijn ketting echter wel... De eerste twee uur ging alles goed, maar algauw moest ik elke 10 minuten de ketting er weer opleggen. Tegen 15 u bedacht ik dat ik nog een flink stuk eiland over had, maar niet zo veel tijd. Mijn ketting kwam steeds losser te zitten, er was al een schakel aan een kant gebroken en ik wilde niet riskeren dat ze helemaal stuk zou gaan. Een auto zoeken dan maar. Dat valt echter niet mee op een eiland waar het meeste gebeurt met paard en kar of met de moto. Toch vond ik uiteindelijk een pick- up en probeerde ik uit te leggen wat ik wilde. 4 mannen op moto's kwamen erbij staan en probeerden mijn fiets al op een motor te leggen. Even snel haalden ze hem er ook weer af. Ik wees naar de pick-up en zei dat ik echt terug naar Mawlamyine moest. Heen en weer gediscussieer tussen de motormannen en de man en de vrouw van de pick-up. Waarna die twee laatsten me met een big smile aankijken ... en wegrijden. Ook de 4 motorrijders gaan ervandoor. Een paar anderen die erbij waren komen staan, deden teken te wachten. Nu heb ik al niet zo veel geduld en dat alles had toch al even geduurd, dus ik begon mijn ketting er maar weer op te leggen, klaar om weer 10 minuten te fietsen, maar de mannen gebaarden me te gaan zitten. Het is wat het is en het wordt wat het wordt... Vermits het voor buitenlanders vooralsnog verboden is op het eiland te overnachten, moesten ze toch ergens met me naartoe. Een half uur later kwamen de man en de vrouw in de pick-up terug, met nog steeds een big smile en een zestal schoolkinderen. First things first... Vervolgens werd mijn fiets in de pick-up geladen en werd ik naar de ferry gebracht, die dus duidelijk tot ver na 15 u terugging. Voor de fiets moest ik uiteindelijk maar de helft betalen en ik had toch een hele mooie dag gehad. Zonovergoten zelfs, buiten alle verwachting. Waarschijnlijk omdat ik die ochtend een regenponcho had gekocht. Morgen verlaat ik Myanmar en steek ik de Thaise grens over. Het is niet al goud wat blinkt, maar hier in Myanmar toch wel veel. Ik heb genoeg gouden pagodas en stupas gezien voor de komende jaren. Ik zag ook heel veel big smiles, de ene al wat witter dan de andere (de betelnoten, weet je wel) en ik leerde een prachtig volk kennen dat nog die mooie 'onschuld' over zich heeft. Een glimlach is hier nog echt, en niet omdat ze je iets willen verkopen. Ik wilde daarstraks op de markt een paar tomaten kopen en vroeg hoeveel ik moest betalen. 'Plesent' was haar antwoord ... Myanmar is duidelijk een land in ontwikkeling, het toerisme is hier flink in opmars, laten we hopen dat de glimlach echt blijft. Myanmar, adieu...

Een korte update in 't lang

Een rijbewijs had ik niet... Dat werd me gelukkig ook niet gevraagd. Relevante rij-ervaring kon ik evenmin voorleggen. En toch moest en zou ik een moto huren om de voormalige koningssteden rond Mandalay te gaan bezichtigen. De conversatie met de verhuurder ging als volgt: - I've never ridden such a thing, so you show me how it works. - Ok, show. - No, no, you show me. - Ok, you show me. ... Dat dit niet meteen van een leien dakje ging lijkt me duidelijk... Dankzij de nodige gebaren en vragende blikken echter, kreeg ik hem toch zover dat hij me een rijles gaf ... van welgeteld 3 minuten. - That's neutral, that's 1,2,3,4 and this is the brake. Ok, now you ready to go. Ik zei hem dat ik eerst een blokje om zou rijden om te proberen. Meteen bij het vertrek gaf ik te veel gas en ik denk dat die man vreesde mij (en vooral zijn moto) nooit meer terug te zien. Maar hé, ik leer snel, en algauw reed ik als volleerde motorrijdster tussen het drukke verkeer Mandalay uit. Enfin, volleerd, bij de eerste tankbeurt wist ik niet hoe ik bij de tank moest komen en vervolgens kreeg ik de zit niet meer gesloten, maar uiteindelijk zijn dat futiliteiten, nietwaar? Ik beschouwde mezelf als geslaagd voor mijn examen... Ik geraakte overal waar ik wilde geraken en zelfs verder, want uiteraard heb ik mijn tijd ten volle benut. Ik heb zowaar lekker rondgecruised in Sagaing en reed voor ik de moto moest terugbrengen nog wat toertjes door Mandalay. In Mandalay was er een avondklok ingesteld, wegens onenigheden tussen boeddhisten en Moslims. Dat betekende dat iedereen om 21 u binnen moest zijn. Een toerist die dacht dat ze dat wel niet zo strikt zouden toepassen, ging na 21 u nog even een biertje halen en kon prompt voor twee weken naar de gevangenis. Hopelijk heeft hij zijn biertje nog mogen opdrinken. Daar kan hij wel eens nood aan gehad hebben... Reizen is je telkens weer laten verrassen. Zo werd ik achtereenvolgens verrast: - in Mandalay, waar in een vies achterafstraatje, tussen het vuil, een oude man de meest prachtige muziek uit een viool wist te toveren - nog in Mandalay, waar ik in mijn Wontonsoep meerdere stukken lever en aanverwante lichaamsdelen vond. De wontons at ik op, de rest liet ik maar drijven... - in Amarapura, waar bij de U-bein bridge (de langste teakwood brug ter wereld), een jong juwelenverkoopstertje vlot in het Frans met me begon te converseren - in Pyin Oo Lwin, waar ik in een winkeltje Valentijnschocolaatjes tegenkwam, in juli nota bene - nog in Pyin Oo Lwin, waar ik in het vogelverblijf van de botanische tuin zowaar bijna werd aangevallen door een hornbill - in Pankham, een dorpje in de bergen, waar ik tijdens een tweedaagse trekking een mooie ceremonie meemaakte, die slechts éénmaal per jaar plaatsvindt - nogmaals in Pankham, door de kogelgaten en de beschadigingen die een week daarvoor werden aangericht - tijdens mijn tocht, door de aanhoudende regen, waardoor ik (en mijn tochtgenoten) als verzopen kiekens aankwamen bij onze gastfamilie - door hun compleet spontane en oprechte gastvrijheid en vriendelijkheid, zoals overal hier trouwens - tijdens de nachtelijke busrit van Hsipaw naar Nyaungshwe (Inle lake), door de kou van de airco. Ik had beter moeten weten, maar de airco had hier nog nooit overdreven hard gestaan. Airco is hier een luxegoed, met als gevolg dat iedereen hier met een dikke jas in de bus in de kou zit, in plaats van de airco uit te zetten, het raam open te doen en in T-shirt te kunnen zitten. Wederom, begrijpe wie begrijpen kan... Tot zover deze 'korte' update. Op 26 juli neem ik van hieruit (Inke lake) de nachtbus naar Yangon, om daar meteen bij aankomst een bus te zoeken die me naar Hpa-an zal brengen. Daar zal ik vervolgens een paar dagen de omgeving verkennen om ergens begin augustus de grens met Thailand over te steken. Daar zou het internet normaal beter moeten werken en dan kan ik jullie misschien ook eens wat fotootjes tonen van al dat moois hier.

Eindelijk!

Hey allemaal, Eindelijk werkt mijn oude blog weer... en is er eens een beetje internet. Alleen ... zit ik nu op café en staat mijn volgende verhaal op mijn tablet en die ligt dan weer in het hotel, waar het internet nagenoeg onbestaande is. Maar goed, het wil wel zeggen dat ik jullie binnenkort (vanuit Thailand) wel helemaal terug kan updaten. Ik kan al wel zeggen dat ik hier een fantastische tijd heb... Groetjes en tot binnenkort

Beestjes in Bagan

JJ's of Joyous Journeys weet hoe het zijn klanten moet verwennen. Koffietje (of 2,3) bij aankomst in het busstation, bij de eerste stop een verfrissend doekje, bij het vertrek vervolgens een glaasje cola, daarna een plak cake en een zakje koekjes en uiteindelijk een snoepje 'for digestion'. De bus was ook nog eens de meest luxueuze waar ik ooit al in gereisd heb. Extra brede zetels meteen uitklapbaar stuk voor je benen (genre businessclass in het vliegtuig), een fleece dekentje, de airco niet te hoog, geen luide muziek of gewelddaige actiefilms en een chauffeur die eens geen doodswens had, kortom fantastisch... Het had dus alles om een joyous journey te worden. Helaas draaide dat voor mij een beetje anders uit. Twee keer al overleefde ik India, met inbegrip van het nodige 'streetfood'. In Yangon heb ik drie happen gedaan en bingo... Alleen nam ik die drie happen rond 16 u en liet die bingo op zich wachten tot zo ongeveer 19 u, terwijl de bus vertrok om 20 u. De bus stopte ook voldoende, maar alleen niet op de momenten dat mijn maag en darmen besloten dat het tijd was. Tijdens de 10 uur durende rit is er een hele messenset in mijn maag beland, heb ik1 keer aan de chauffeur gevraagd om te stoppen en ben ik niet één keer wat lichter geworden. Het beestje zat daar en het zat daar goed. Ik las net een boek waarin e favoriete quote van de hoofdpersoon de volgende was : "Het is wat het is en het wordt wat het wordt" en dat is een waarheid als een koe. Het werd uiteindelijk één dag in bed en nog een aantal dagen met de nodige krampen en spurtjes naar het toilet (lees de bosjes, want toiletten hebben ze hier temidden van de tempels nog niet geïnstalleerd). Het is wel opvallend dat alle gasten in het hotelletje hier al één of meerdere dagen flink ziek zijn/waren geweest. We kregen van de eigenaresse ook elk dagelijks een aantal keren het plaatselijke medicijn (of het echt hielp betwijfel ik) en ik heb haar aangeraden om misschien maar meteen een ziekenhuis op te starten. Ik denk dat ik vooral het streetfood maar even links laat liggen (hoewel het drie overheerlijke happen waren, dat moet toch wel even gezegd). Ondertussen heb ik hier ook de omgeving al wat geëxploreerd (te voet, met de fiets en met de elektrische scooter, waarmee ik eerst platreed en waarbij, na vervanging van de scooter de batterij me in de steek liet; ik trap in het vervolg wel). De tempels zijn prachtig, ze lijken vaak erg op elkaar, maar van bovenuit gezien is het een schitterend beeld. Er staan er hier zo'n paar duizend bij elkaar, dus je bent wel even zoet. Ik blijf hier nu nog een dagje en reis vervolgens maandag door naar Mandalay.

Een eerste stand van zaken

Van Brussel vloog ik naar Zürich met Edelweiss Air. Die naam lezen op het vliegtuig, was voldoende om meteen de hele vlucht met het gelijknamige liedje uit de Sound of Music in mijn hoofd te zitten. Gelukkig duurde de vlucht maar een dik uur... Een uur, zo lang mocht ik op de luchthaven in Zürich gebruikmaken van gratis internet. Helaas duurde het op zich al meer dan een uur om de code te ontvangen en toen moest ik gaan boarden. De code heb ik nog steeds niet ontvangen. Wat ik wel had ontvangen, in België al, was informatie omtrent een visum voor Thailand. Nu hebben wij dat als Belgen niet nodig, als we minder dan 30 dagen in het land verblijven én als we het land via de luchthaven binnenkomen. Via land krijgen we maar 14 dagen. Ik kreeg mijn informatie van een zeer onbeschofte medewerkster van het Thaise consulaat in Berchem. De informatie was bovendien fout... Zij zei dat ik een visum moest hebben om de tweede keer het land binnen te komen. De eerste keer zou ik maar drie dagen blijven vooraleer naar Myanmar door te reizen en kon ik dus een stempel voor dertig dagen krijgen, de tweede keer zou ik over land binnenkomen en had ik dus wel een visum nodig. Zo gezegd, zo gedaan. Bij de immigratie op de luchthaven in Bangkok haalde ik mijn mooiste glimlach boven (helpt helaas niet altijd) en vroeg ik om een stempel voor dertig dagen. 'Not possible miss', kwam er van achter het glas. Toch wel zei ik, dat hadden ze me verteld in België. Nee, er staat een visum in je paspoort, dus dat moet afgestempeld worden. Nee, nee, echt niet, ze hebben het me als volgt uitgelegd (herhaling van de foute uitleg van de onbeschofte medewerkster van het consulaat). Ok, dan maar een andere man erbij gehaald. Zelfde verhaal van mijn kant, helaas ook zelfde verhaal van zijn kant. Maar ok, als ik dan echt hardleers wilde zijn, mocht ik meekomen naar het kantoortje van de grote baas. Derde keer, goeie keer, maar helaas niet voor mij... Ze moesten eerst het visum afstempelen en ik moest voor ik Thailand verliet een re-entry visum kopen. Hoeveel dat dan wel kostte, konden de heren me niet vertellen. Ondertussen weet ik het zelf en komt het erop neer dat die trien van het consulaat me dertig euro extra heeft gekost... Het was al even geleden dat ik nog in Zuid-Oost Azië was geweest (in 2004 in Vietnam, Laos en Cambodja en in 2009 in Maleisië) en blijkbaar was ik een heleboel dingen vergeten. Zo wist ik niet meer dat: - je hier zo hard zweet dat je prompt van de WC-bril schuift - je heel erg moet uitkijken waar je loopt, enerzijds omdat er vaak gaten in het voetpad zitten, anderzijds omdat de mannen (en sommige vrouwen) hier op betelnoot kauwen en dat dan om de haverklap uitspuwen. Als je dus niet uitkijkt, zit je onder het vieze rode sap - de meesten hier echt wel geen Engels kennen en als dat wel het geval is, het voor mij toch nog heel erg Chinees klinkt - straatnamen bijna niet worden aangegeven (vooral niet in het Engels uiteraard) - ze hier op elkaar roepen zoals wij op een kat (vb. op een ober in het café). Ik blijf dat heel onbeleefd vinden. - je hier geen muggen hoort of ziet, wat helaas niet wil zeggen dat ze er niet zijn... Ondertussen zit ik in Myanmar. Blijkbaar vinden ze een vrouw die alleen reist maar vreemd. Er lopen hier echter wel heel veel travestieten en transgenders rond, maar geen kat die daarvan opkijkt. Begrijpe wie begrijpen kan... Verder zijn de mensen allemaal heel erg vriendelijk. Overal waar ik moet wachten krijg ik prompt een stoel aangeboden, daarstraks, bij een gigantische hoosbui, trok een vrouwtje me spontaan onder haar paraplu, gisteren liep iemand in een tempel achter me aan omdat mijn entreeticket op de grond was gevallen, ... dat ticket kwam in de vorm van een sticker en blijkbaar is de lijm hier niet zo geweldig. De rest is hier wel allemaal dik ok en morgen reis ik van Yangon met de nachtbus naar Bagan, één van de vroegere hoofdsteden van Myanmar, waar de grootste verzameling boeddhistische tempels, ruïnes en stoepas ter wereld staat. Ik kijk er al naar uit om daar met de fiets op verkenning uit te gaan. De ietwat meer gefortuneerde medemens doet dat vanuit de luchtballon, maar dat ga ik aan me laten voorbij gaan. Ik blijf liever met twee voeten op de grond... Dit geeft jullie al een eerste indruk, meer nieuws later, mits het internet het doet...

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Hamba