sofieontheroad.reismee.nl

Over stakingen en andere ongemakken

Zaterdag moest ik het appartement van Juan David verlaten en had ik nog snel twee nachten hotel geboekt. Daar aangekomen stond ik op de bel te duwen, maar zonder resultaat. Nog eens geprobeerd, weer geen reactie. Een man op straat passeerde me en zei dat er geen licht was. Ik dacht dat hij niet goed bij zijn hoofd was en dat daar het licht uit was, maar hij bleek gelijk te hebben. Geen licht, als gevolg van geen elektriciteit, met als gevolg dus ook geen bel. Kloppen dan maar, en dit wel met succes…

Toen ik in datzelfde hotelletje ’s avonds onder de douche stond, helemaal ingezeept, bleek het water ook opeens op te zijn. Blijkbaar was alleen het warm water uitgeput en stond me dus letterlijk en figuurlijk een koude douche te wachten. Op datzelfde moment had ik al gereserveerd voor een paar dagen later en dat hotel liet me ook al weten dat ze enkel koud water hadden, vermits de gemiddelde temperatuur daar 26 graden is. Zelfs bij 30 graden neem ik graag een warme douche. Fijn vooruitzicht was dat alvast.

Nu goed, ik zou daarheen gaan om o.a. te gaan parapenten, dus misschien kreeg ik het zo al wel warm genoeg…

Maar eerst daar geraken natuurlijk. Op weg naar Villa de Leyva, werd bij de tweede bus die ik moest nemen al duidelijk dat er iets niet klopte. De prijs lag namelijk hoger dan wat men mij verteld had. Dit zou zijn omdat de bus een omweg moest maken, doordat de gewone weg geblokkeerd was door stakers. Ok, je weet natuurlijk nooit of dat echt zo is, maar je moet nu eenmaal die bus op, wil je ergens geraken. En in Villa de Leyva geraakte ik…

Ik ging er rondslenteren (het is een mooi koloniaal stadje), wandelen (de omgeving leent zich daar prima toe) en fietsen (de omgeving leent zich daar prima toe, zij het mijn conditie en benen wat minder, laat ons zeggen dat het serieus klimmen was).

Na zo’n dagje inspanning, had ik wel zin in een soepje voordat ik ging douchen en eten. Ik kocht namelijk voor ik vertrok thuis een dompelaar, een apparaatje om snel een glas water mee te koken. Ik moest het trouwens via een Nederlandse site kopen, want in België is het sinds een aantal jaar verboden, Joost mag weten waarom… Iemand anders die het ook weet misschien? Let me know…

Maar goed, mijn soep dus, die liet even op zich wachten. De stekker van mijn dompelaar paste namelijk thuis prima in het stopcontact, maar in mijn reisstekker niet. Dan maar terug op pad om een stekker te kopen die wel voldeed. Ik kreeg hem namelijk ook niet zo in het stopcontact, want ze hebben hier platte pinnetjes. Drie ‘ferreterías', winkels in ijzerwaren en kleine elektronica (lees: rommelwinkeltjes), was ik al langsgegaan, maar neen, de pinnetjes waren te dik. Nu geef ik niet gemakkelijk op en had ik echt wel zin in een soepje, dus op naar het volgende zaakje. Gelukkig waren er zo blijkbaar wel wat. En ja hoor, eindelijk een hulpstukje dat paste…

Ik zo blij als een kind terug naar het hotel, kopje met water gevuld en klaar voor mijn soepje. Mijn minutesoepje werd echter een 40-minute soepje. De netspanning hier is 110 volt… Had ik al gezegd dat ik dit jaar slecht voorbereid ben?

In Villa de Leyva waren er deze week festiviteiten voor ‘la virgen Carmen’, met als gevolg de hele nacht lawaai van feestvierders, vuurpijlen, blaffende honden, … De mensen die me een beetje kennen, weten dat mijn humeur dus niet al te best was die avond en nacht..

Vanuit Villa de Leyva vertrok ik gisteren naar San Gil, de adrenalinehoofdstad van Colombia. Je kan er raften, bungeejumpen, rappellen, parapenten en nog veel meer. Alleen moet je daar ook eerst geraken. En daar dachten de buschauffeurs even anders over. Zij staken namelijk al weken in deze regio en nu was dus deze route versperd. Ik stond om 9.30u in het busstation, ruim op tijd voor de bus van 10 uur, maar die zou dus nooit komen. Er werden mij exorbitante prijzen gevraagd om me met privé vervoer naar een stadje te brengen van waaruit er zogezegd wel bussen zouden rijden, een vrouw bood me aan een paar dagen bij haar te blijven logeren, tot er weer vervoer zou zijn, de politie (uw vriend) kwam ook kijken hoe ze kon helpen, enfin, ik stond er niet alleen voor. En tegen 10 uur al helemaal niet meer, want toen waren er al wel wat toeristen samengedromd, die allemaal uit Villa de Leyva weg wilden geraken. Als je met meer bent kan je de prijs per persoon natuurlijk wat naar beneden halen en uiteindelijk hebben we met 7 een minibusje ‘gecharterd'. Dat bracht ons (nog voor te veel geld natuurlijk) naar Barbosa en daar konden we dan een gewone bus nemen naar San Gil. Grappig wel hoe iedereen plots met elkaar begint te praten als dingen mislopen. Opeens is er dan een ongekende solidariteit. En maar goed ook natuurlijk.

San Gil, daar zit ik dus nu. Toen ik gisteren, na de lange dag in de bus, eindelijk in het hotel aankwam, was het eerste dat de man tegen me zei “tenemos un problema”. Niet helemaal de woorden die ik wou horen… Ze zouden die nacht om 12 uur de elektriciteit afsluiten, er zou geen warm water zijn en ook geen internet. Dat vond ik nog niet zo’n probleem zei ik, om 12 uur zou ik namelijk slapen.

“Sería por tres días”, was het antwoord… Het zou voor 3 dagen zijn. Dat was al wat anders, daar zat ik wederom niet op te wachten. Maar hij had het probleem al opgelost, zei hij. Ze hadden nog een ander hotel en in die wijk zouden geen werken zijn, wel warm water, wel internet en ze zouden me er op hun kosten in een taxi heen sturen. Mij hoorde je niet klagen…

Vandaag ging ik met de bus naar Barichara, een mooi koloniaal stadje op zo'n 40 minuten rijden van hier. Daar bewandelde ik de 9 km lange (of korte) camino real (een pad aangelegd door de oorspronkelijke inwoners) en werkte ik verder aan het ontwikkelen van stalen kuiten. Chapeau voor de bewoners daar die elke dag de steile hellingen op en af moeten.

En morgen, morgen laat ik me voor één keer eens niet rijden, maar vliegen… Het zweet staat in mijn handen als ik eraan denk, maar een parapente tandemvlucht over de Chicamocha canyon is waarschijnlijk weer een once in a lifetime ervaring en ik zou het me waarschijnlijk achteraf beklagen als ik het niet had gedaan…

Wordt vervolgd…

Bogotá bij god...

Somewhere over the rainbow… ligt Bogotá. Toen ik landde stond er namelijk een prachtige regenboog aan de hemel en ook de voorbije paar dagen kon ik al een paar fraaie exemplaren bewonderen.

De vlucht vanuit Amsterdam verliep vlot, maar 10 uur is toch lang als de man achter je de hele vlucht de longen uit zijn lijf hoest en de man naast je hetzelfde doet, maar dan langs achter… Ik mag dan een slechte neus hebben, op zo’n moment doet hij het uiteraard wel. De uitlaatgassen van het verkeer in Bogotá doen me haast denken aan een zwoel parfum.

Maar goed, ik kwam veilig en wel aan in de luchthaven van El Dorado, vond een vriendelijke en praatgrage chauffeur en liet me rijden… Helemaal tot in de wijk La Macarena, waar Juan David Saab (ja, Wim weet ervan), me opwachtte bij het appartement waar ik via Airbnb voor een paar dagen een kamer van hem zou huren. Hij bleek die avond zelf te vertrekken voor een paar dagen, dus had ik het appartement voor mij alleen.

Het eerste wat me opviel was het beddengoed. Een laken, een deken, een dikker deken, een donsdeken… De eerste nacht had ik het nog te koud. Ook nu zit ik hierbinnen met een lange broek, een trui en een donsjas aan. Hoor ik daar nog iemand over de slechte Belgische zomer?

Het weer buiten valt ondertussen vrij goed mee en ik zit natuurlijk niet stil binnen te wachten. Ik verkende al wat stukken van Bogotá, diegene waar ik veilig kan gaan en staan toch, hoewel je dat blijkbaar nooit zeker weet. Een deel daarvan deed ik per fiets en op die tocht kwam ik één en ander te weten.

Elke gezonde jongeman vanaf 18 jaar moet dienstplicht vervullen. Uiteraard zit niet iedereen daarop te wachten en ontlopen er heel wat deze verplichting. De politie en militairen op straat weten dat ook en houden geregeld razzia’s, waarbij de jongeren moeten kunnen aantonen dat ze hun dienstplicht vervuld hebben of vrijgesteld zijn (omwille van ziekte of handicap, of omdat hun ouders veel geld neertelden). Degenen die dat niet kunnen worden onmiddellijk meegenomen. Nu kan je in Colombia sinds een paar jaar wettelijk van geslacht veranderen, voor de luttele som van 50000 pesos (15 euro). Ja, je hoort hem al komen… “Nee meneer de agent, helaas meneer de agent, kijk maar in mijn paspoort, ik ben wel degelijk een vrouw…” Over de mazen in het net gesproken…

Verder kwam ik te weten dat zich hier in Colombia de grootste populatie in het wild levende nijlpaarden buiten Afrika bevindt. Paulo Escobar, de drugskoning, had er namelijk een paar laten overkomen uit Afrika en na diens dood zijn ook zij niet stil blijven zitten. Momenteel lopen er zo’n zestigtal rond en vermaken ze zich met de plaatselijke bevolking de stuipen op het lijf te jagen.

Ik speelde ondertussen ook tejo, de nationale sport. Benodigdheden: schreeuwende mannen, metalen schijven en buskruit. Om het goed te spelen echter, moeten er best ook flinke hoeveelheden bier genuttigd worden. Voor de geïnteresseerden, zoek het maar eens op. We zouden er zomaar eens onze eigen nationale sport van kunnen maken. Met dat bier zit het al goed, als Wilmots blijft, stappen onze voetballers binnenkort toch op en ook wielrenners willen af en toe eens iets anders. Één tip: voorzie alvast genoeg oordoppen.

Vandaag maakte ik een dagtrip naar Zipaquirá. Daar bevindt zich één van de drie zoutkathedralen ter wereld. Deze werd uitgegraven in een zoutmijn, op 180 meter diepte. Op zich een mooi staaltje van architectuur, maar het hele circus errond had voor mij niet gehoeven. Ik vond het leuker om achteraf door het stadje te dwalen, om daar vervolgens te worden aangesproken met mi amor, cariña, princesa,… Tja, die Colombianen kunnen er wat van. Ik denk dat ik hier nog even blijf…

Aftellen geblazen...

Juni alweer... en daar ben ik dan ook weer, om jullie op de hoogte te brengen van mijn plannen voor deze zomer.

Om het met de woorden van Lil Kleine en Ronnie Flex te zeggen ("Wie?", vragen jullie? Ja, ja, ik ben helemaal mee), ik ga voor drank en drugs en drank en drugs.

Richting Colombia dus... Onveilig volgens de ene, de site van het ministerie van Buitenlandse Zaken op kop, veilig volgens de andere, reizigers die er onlangs waren of nu ter plaatse zijn. Ja, ik zal mijn ogen en oren moeten open houden, nee, het zal niet zo relaxed zijn als in Azië, ja, er is het Zika-virus en nee, ik hou niet van smeren tegen de muggen, maar ik heb wel zin in weer een nieuw avontuur. 't Is weeral van 2011 geleden dat ik aan die kant van de wereld zat en ik verheug me dus op nieuwe, interessante ervaringen en ontmoetingen.

Vorig jaar dacht ik aan 5 weken genoeg te hebben. De ervaring leerde me dat ik ongelijk had en dit keer heb ik dus maar terug voor 8 weken geboekt. Dat was buiten de waard (of Wim in dit geval) gerekend, die ik leerde kennen 2 weken nadat mijn reis geboekt was. Het wordt dus voor mij een totaal andere ervaring, vermoed ik. Of ook helemaal niet... Ik heb werkelijk geen idee wat ik moet verwachten. Vrienden denken dat ik vroeger terugkom (ik denk van niet), Wim wil misschien dat ik nog wat langer wegblijf (ik denk van niet), kortom het blijft een verrassing...

Ik kijk ernaar uit, ik hou jullie met plezier (en in het beste geval een beetje regelmaat) op de hoogte en degenen die dat niet wensen, kunnen zich nog altijd uitschrijven.

Hasta la vista, voor ieder van jullie ook een fijne zomer.

I want to ride my bicycle

Ik ben ondertussen een gescheiden vrouw…

Een hoteleigenaar deed me het idee aan de hand, toen hij er van uit ging dat de 2 kinderen die ik had al wel groot zouden zijn. Tja, als ik dan eens een rekensommetje maakte, zou ik best kinderen van 16 en 18 kunnen hebben en die zijn nu dus toevallig op reis met hun vader. Een vader van wie ik ondertussen gescheiden ben, want ik zou het uiteraard geen 20 jaar met een man uithouden (of vooral andersom waarschijnlijk).

Het is ook veel meer sociaal aanvaard dat ik grote kinderen achterlaat dan kleine én het probleem van een trouwring is ook meteen van de baan. Ik moet alleen toch weer even een vriend verzinnen en ergens foto’s van twee mogelijke tienerkinderen zien te vinden.

Tijdens de voorbije dagen kwam ik op mijn wandel- en fietstochten langs de kant van de weg vaak borden tegen van de overheid. Goed dat ze er staan, maar daar blijft het dan ook meestal bij.

Eentje luidde: We like disciplined drivers. Wel, ik ook, alleen vrees ik dat de drivers zelf niet zo van discipline houden. De snelheid en de manoeuvers die je hier ziet zijn werkelijk hallucinant.

Ondertussen heb ik door dat de rode bussen degene zijn van de overheid en de andere van privémaatschappijen. De eerste rijden iets trager en moeten af en toe ook eens op controle (heel erg af en toe denk ik echter), de tweede worden gehuurd door de chauffeur en de kaartjesknipper. Deze betalen als huur de prijs van een rit en proberen dus hun bus zo vol mogelijk te proppen en zo snel mogelijk te rijden, zodat ze meer ritten kunnen doen en er dus ook iets aan overhouden. Deze bussen worden ook nauwelijks gecontroleerd.

Meestal probeer ik een rode bus te nemen, maar soms lukt dat niet. Zoals vandaag. Als je dan op de bus ziet staan “We ride together, we die together”, is dat allesbehalve een geruststellende gedachte… Het feit dat jullie deze tekst lezen geeft aan dat het gelukkig bij dat eerste stukje bleef.

Een ander bord naast de weg raadde aan om eerst 2 bomen te planten vooraleer er een om te hakken. Erg zinnig, maar ook daarbij betwijfel ik of het wel gebeurt.

Het ultieme bord dat luidt “Don’t litter”, daarvan ben ik zeker dat niemand het opschrift verstaat.

De ideeën zijn er dus al, maar bij de uitvoering gaat duidelijk één en ander mis.

Goed, maar wat deed ik zoal de voorbije dagen?

In Arugam Bay werd het een fiets in plaats van een scooter. Ik heb nl. geen internationaal rijbewijs en zou dus beboet worden enzovoort, enzoverder. De verhuurder was duidelijk niet erg commercieel ingesteld, want hij verhuurde geen fietsen en verloor dus een klant.

En ik, ik kon gaan trappen. Onderweg echter zoefde de éne na de andere scooter met daarop overduidelijk toeristen mij voorbij. Sommigen hadden volgens mij niet eens een gewoon rijbewijs…

Maar goed, ik deed aan sport en kon op verkenning. Ik bracht een paar uur door bij een vrouw en haar 4 kinderen die me binnenriepen en waar ik een bordje dadels en een hele fles limonade (met kraanwater) naar binnen moest werken. Gelukkig was mijn maag sterker dan op de boot… De gesprekken die we voerden gingen van “You name?”, “You country?”, “Now hot”, “You very pink”, tot de nonkel er werd bijgehaald, die in Dubai werkte en dus wel wat meer Engels sprak.

Nog in Arugam Bay at ik fright rice, soms ook fired of fride rice en een enkele keer zelfs fried rice. Verder ook nog snakes en pencakes, gewoon omdat het “evry day aveeleble” was. Het smaakte er echter niet minder om.

Vanuit Arugam Bay ging het naar Polonnaruwa om wat tempelruïnes te gaan bekijken. Niet slecht, maar ook hier vond ik de omgeving meer de moeite waard. Zo heb ik bijna een uur staan kijken naar een groepje apen dat stukken van een spiegel had gevonden. Hilarisch gewoon…

Verder heb ik gefietst temidden van de rijstvelden, gezwaaid naar de locals, gegeten in kleine tentjes waar ze fier waren dat er een blanke at en heb ik heel vaak “morning” geroepen en gehoord, hoewel dat een enkele keer verdacht veel op “money” leek…

Gisteren legde ik in Habarana zo'n 50 kilometer af op een aftandse fiets, bij een temperatuur van 35 graden en een vochtigheidsgraad van 90. Als ik het te warm kreeg sprong ik met kleren en al in het kanaaltje waarlangs ik fietste en deelde het heerlijk frisse water met badende en wassende locals en wat monitor hagedissen.

Eergisteren beklom ik een rots in Pidurangala, waar onderaan een tempel zat. Ik maakte me klaar om binnen te gaan en deed dus zoals het hoort mijn slippers uit en bedekte mijn schouders met een sjaal (blote schouders zijn echt uit den boze), om vervolgens binnen te stappen en oog in oog te staan met wel heel rondborstige halfnaakte vrouwen, geschilderd op de muren van de tempel. Mijn petje gaat dat in ieder geval te boven.

Nog eergisteren maakte ik een safari naar het Minneriya NP. In dat park komen elk jaar rond augustus honderden olifanten samen rond de tank (het waterreservoir). Oorspronkelijk dacht men dat dat was omdat ze het laatste water opzochten, maar blijkbaar groeien er bij het opdrogen van het water bepaalde grassen waar ze op afkomen.

Het was een prachtig spektakel, alleen begreep de chauffeur het woordje “stop” niet goed en stopte hij dus vaak op de vreemdste plekken. Toen hij vrij dicht bij een jong kwam dat naar de jeep kwam gelopen, ging de moeder over in beschermingsmodus en chargeerde… Toen begreep hij gelukkig wel dat hij gas moest geven. Het scheelde maar een olifantenhaar…

Hup, Holland, hup

Voor diegenen die dachten dat er op Franse campings veel Nederlanders zitten, think again …

Ze zitten dit jaar allemaal hier. Echt waar, als ze het niet allemaal zijn, dan toch zeker drie kwart. En ze worden er zelf gek van. Ook wel grappig om te zien. Blijkbaar speelde het programma ‘ Wie is de mol?’ zich dit jaar af in Sri Lanka en zie hier het resultaat. Back to the 17th century, toen de Nederlanders het hier voor het zeggen hadden…

Ik word op straat ook standaard in het Nederlands aangesproken (door Nederlanders dan weliswaar, de Singhalees met de pet spreekt niet veel andere talen). Ik moet dus ofwel een hele Nederlandse kop hebben ofwel is het gewoon Nederlandse arrogantie… Vermits er hier zoveel rondlopen hebben ze in 9 op de 10 gevallen nog gelijk ook …

Op de bus van Nuwara Eliya naar Kandy (een bochtige bergrit) zat ik naast een oudere Singhalese vrouw. Op de rij achter ons zat zowel langs links als langs rechts een moslimfamilie. Toen we na een dik uur stopten voor een pauze en ik na het toiletbezoek weer op de bus stapte, gebaarde de vrouw dat ik moest opletten. Een zakje kots van de jongens achter ons was uitgelopen onder mijn stoel. Vanaf dan werd het dus zien waar ik mijn voeten neerzette, want met al die bochten in de bergen liep het goedje van links naar rechts en van voor naar achter. Na een tijdje lette ik er niet meer zo op, maar die vrouw bleef maar mompelen en gebaren tegen andere passagiers. Daarbij viel een paar keer het woordje ‘falang’ (buitenlander) en op de duur leek het wel alsof ík die vloer had ondergekotst. Op de boot, ja, maar hier had ik niets mee te maken. Ze begon verder ook gewoon tegen mij een hele Singhalese uitleg, maar vermits mijn kennis van het Singhalees zo goed als onbestaande is, kon ik niet anders dan heel empathisch knikken en doen alsof ik haar begreep. Uiteindelijk kreeg ik door dat ze wou dat ik op een andere stoel ging zitten.

Zwaar verontwaardigd deed ik dat ook (nogmaals, ik had hier immers niets mee te maken), tot ik zag dat ze plaats wou hebben om voorover te buigen en haar voeten, die in slippers zaten en bijgevolg dus onder de kots, schoon te vegen…

Aan de andere kant van de rij hing een jonger broertje ook al de hele tijd boven een zakje, de reisziekte zal dus in de familie gezeten hebben.

Na een tijdje kwam er naast de vrouw aan het middenpad (mijn vorige plaats) een meisje zitten. Na een minuut of 10 werd ook zij lichtelijk groen en vroeg ze om aan het raam te mogen zitten, waaruit ze al snel naar buiten hing. Vervolgens kwam ook bij haar een zakje tevoorschijn, waarvan gretig gebruik werd gemaakt. Ik was blij dat ik ondertussen uit de gevarenzone was, maar die vrouw zal zich mijn verplaatsing misschien wel beklaagd hebben.

Na een uurtje of 2 verliet de moslimfamilie de bus. De zakjes kots bleven liggen waar ze lagen ...

Voor mijn 42e in mijn kruis worden getast door een Singhalees, het stond niet echt op mijn verlanglijstje. Toch was dat wat ik kreeg. Misschien stond het wel op zijn lijstje...

Ik was rond 18.30u op weg naar mijn hotel in Kandy, dat een stukje buiten het echte centrum lag. Ik wilde bijgevolg voor alle veiligheid een tuk tuk nemen, maar ze wilden me allemaal afzetten (in de figuurlijke betekenis helaas). Dan word ik koppig en stap ik nog liever het hele eind. Onderweg kwam ik nog politie tegen en checkte ik even bij hen of ik wel veilig naar het hotel kon wandelen en dat bleek geen probleem.

Dat was het ook zo'n 2 kilometer lang niet. Het was wel erg donker, maar ik had mijn telefoon aan mijn oor en deed alsof ik druk aan het bellen was, in het misschien domme idee dat dan niemand iets zou proberen. En dat deed inderdaad niemand ook.

Op een bepaald moment moest ik een zijweggetje inslaan naar het hotel, dat zo’n 50 meter verder omhoog lag en net toen ik daar 2 meter in was, voelde ik dat een man achter me aan kwam. Ik bleef verbazingwekkend kalm, maar had wel mijn tas van de supermarkt, mijn geld en mijn telefoon goed vast. Die zou hij niet kunnen stelen, want ik ging er wel van uit dat dat het plan was. Ik hoorde hem versnellen tot hij op dezelfde hoogte kwam en dacht toen even dat hij niets wou, omdat hij nu niet achter, maar een dikke meter naast me liep. Maar net op dat moment sprong hij naar me toe en greep langs achter tussen mijn benen door naar mijn kruis.

Gebruld heb ik, geroepen, de lelijkste woorden eerst, maar dat zal hem een zorg geweest zijn. Hij was al lang weer weg, voor ik goed en wel besefte wat er gebeurd was. En vooral dat maakte me nog eens zo kwaad. Het feit dat je daar volledig perplex staat en niets kan doen. Op voorhand denk je dat je dit en dat zal doen en zus en zo zal reageren, maar als puntje bij paaltje komt, ben je niet snel genoeg om zo iemand in zijn ballen te stampen of een mep te geven. En misschien maar goed ook, want hoe loopt het dan misschien af …

Enfin, ik was te snel met roepen dat de mannen hier allemaal dik ok waren. En misschien zijn ze dat ook wel en zijn het de macho pubers die niet ok zijn. Ik heb in ieder geval de volgende avond gezorgd dat ik voor het donker terug was en ik heb de ochtend daarna, toen ik om 6 uur de bus moest nemen en dus in het donker naar het busstation moest, toch maar wijselijk een tuk tuk genomen. En uiteraard te veel betaald…

De bus bracht me naar Arugam Bay, het surfersparadijs hier aan de Oostkust. Ik ga zelf niet surfen en heb ook mijn zinnen niet gezet op een of andere gebruinde, blonde surfdude, maar een paar daagjes zon, zee en strand sla ik nooit af. Het is hier lekker relaxed (hoezo Nederlanders?) en er zijn genoeg dingen te doen om niet de hele dag op het strand te moeten liggen. Vandaag een flinke wandeling, morgen een ritje op de scooter. Dan nog een tochtje met een vlot op de lagune en zo raken de dagen wel gevuld.

Rainman op Duracell

Diegenen onder jullie met een beetje gezond boerenverstand, hadden al lang door dat ik ook in Yala NP geen luipaard te zien kreeg. De beren die daar zitten evenmin…

Wel kreeg ik er gratis en voor niets een wijze levensles.

We zaten met 6 in de jeep, waaronder een Nederlandse met haar zoontje van 6. Na de 2e olifant en het 3e wilde zwijn had hij het al gehad en al helemaal na de 47e kievit en de 50e ibis. Waarin ik hem niet helemaal ongelijk kon geven.

Hij bleef dus maar vragen aan zijn moeder wanneer ze terug naar het huisje gingen. De moeder probeerde dan de vraag een beetje te ontwijken (de safari duurde namelijk zo'n 5 uur) en zei dat het nog maar een uurtje duurde of zo.

Hij zei dat hij echt niet alle dieren twee keer hoefde te zien en vroeg zich af wat wij eraan vonden om maar wat te blijven rondrijden?

Ik antwoordde hem dat ik toch nog graag een luipaard of een beer zou willen zien en ook zijn moeder gaf aan dat graag te willen. Waarop hij antwoordde: “Mam, in het leven gaat het niet altijd zoals jij het wil”.

Voilà, op onze plaats gezet door een kind van 6…

Vanuit Tissamaharama reisde ik met 3 verschillende bussen richting Haputale in de Hill Country. Gelukkig waren dít niet zo’n kamikazechauffeurs en kon ik rustig van het uitzicht genieten. Het feit dat ze bergop moesten zal er denk ik wel wat mee te maken gehad hebben.

Het landschap was schitterend. Hier heb je immers de theeplantages en prachtige vergezichten. Hier kom je om van de natuur te genieten en dat doe ik dus ook.

Daarbij heb ik wel al 3 keer de wet overtreden. Ik maakte een wandeling van Idalgassina naar Haputale, één van Ella naar de 9 arches Bridge en één naar Ella’s rock. En neen, wandelen is hier niet verboden, integendeel. Al die wandelingen lopen of vertrekken echter over de treinsporen. In elk station staan borden waarop staat dat het verboden is over de sporen te lopen, dat overtreders gestraft zullen worden, dat er hoge boetes opstaan, enz., maar iedereen doet het wel. Kinderen lopen zo naar school, volwassenen naar hun werk op de theeplantage, overal komen kleine weggetjes langs de sporen uit. Ik ga er dus maar van uit dat die borden voor de schone sier zijn.

Het enige waarvoor je moet oppassen is de trein. Maar die kondigt zijn komst in principe lang van tevoren aan. Je kunt alleen maar beter niet met oortjes in gaan stappen…

Mijn wandeling naar de 9 arches bridge stopte uiteraard bij de brug. Alleen zag ik er ook nog graag een trein overheen rijden, dus was het wachten geblazen. Hoe lang? Geen idee…

Tot Asanka naast me kwam ziten. Hij had boven een cafeetje zei hij, met het mooiste zicht op de brug. En de eerstvolgende trein, die normaal binnen een half uur zou komen, had toch al meer dan een uur vertraging, etc.

Ik moest maar naar boven komen en hij sprak veel talen en bla, bla, bla.

Maar ik laat me niet zomaar lokken met dergelijke praatjes en zei hem dat ik wel zou komen als de trein gepasseerd was.

Dat duurde dus effectief nog bijna 2 uur, waarin ik verder werd geëntertaind door een paar andere jonge locals die ook één voor één weer afdropen. Na een tijdje kwamen er 2 de tunnel uitgelopen, terwijl ze luid roepend de trein aankondigden. Tijd genoeg om een goede positie te zoeken. Om daarna niet over het spoor terug te moeten, moest ik naar boven klimmen en kwam ik langs het cafeetje van Asanka. Er stond een tafeltje en vier stoelen, ik kreeg van Asanka’s vader thee en koekjes en bananen aangeboden en inderdaad een fantastisch zicht. Het zou een super fijne ervaring kunnen geweest zijn als Asanka niet de hele tijd had rondgehuppeld als een konijn op Duracell en ondertussen zijn talenkennis tentoonspreidde.

Hello, ça va? My name is Asanka, this my café, bene, goede morgen, un, dos, cinco, merci, oui, me Asanka, fatigué? Merci, attention, s’il vous plaît… alles goed? Attention, merci, ein, zwei, fünf, hola, mucho, this my café, my name Asanka, fatigué?, attention, ...

Dat alles doorspekt met een vet Singhalees accent en een lach waarbij ik serieus aan zijn verstandelijke vermogens begon te twijfelen. Heel even verdween hij om andere toeristen beneden van de sporen te plukken en dat waren 5 heerlijke minuten. Na de thee en de koekjes bracht hij me naar de weg, waar hij me alsnog om een small tip vroeg. En ik die dacht net genoten te hebben van de Singhalese gastvrijheid...

Ondertussen zit ik in Nuwara Eliya, nog wat hoger in de bergen en hier is het nat en koud. Niets om al te lang te blijven dus. Morgen een dagje wandelen en dan verder door naar Kandy, om van daaruit van een paar daagjes strand aan de Oostkust te gaan genieten.

Een teken van leven

Blijkbaar worden er al enkelen ongerust, dus hoog tijd voor een berichtje.

Het inchecken bij beide vluchten vrijdag verliep niet helemaal vlekkeloos, maar wel heel snel.

Toen ik de avond tevoren wilde inchecken voor de vlucht van Amsterdam naar Abu Dhabi, kon het systeem mijn reservering niet terugvinden. 2 keer geprobeerd, 4 keer, … keer, telkens niks. Lichte paniek, maar vermoedelijk lag het aan de site.

’s Morgens op de luchthaven naar de self check-in, maar weer dezelfde boodschap, nl. Het systeem vindt helaas geen reservering op uw naam. Helaas, pindakaas (erg toepasselijk in Amsterdam). De paniek liet zich echter al wat harder voelen. Dan maar een medewerkster aangesproken en samen met haar de procedure doorlopen, maar wederom niets…

Ik zag me mijn vakantie al in Nederland doorbrengen. Ik werd dan naar een aparte incheckbalie gestuurd, waar het op 1, 2, 3, gebeurd was. Opluchting alom en zo stak ik ook de lange rijen wachtenden vlotjes voorbij.

In Abu Dhabi kwamen we met een half uurtje vertraging rond 21 uur aan, maar nog ruim op tijd voor mijn vlucht naar Colombo om 23 uur. Toch werd er heel druk gebaard en geroepen dat de mensen voor Abu Dhabi snel moesten gaan boarden. “Maar we hebben nog geen instapkaart…” Geen probleem, die kregen we wel bij de gate. Bij die gate aangekomen bleek dat er om 21.25u ook een vlucht naar Abu Dhabi was en konden we dus relatief rustig een boarding pas gaan halen.

Mijn voornemen om hier een paar kilo kwijten te raken zag ik al snel in rook opgaan, bij het zien van de uitgebreide maaltijdservice van KLM. Op de vlucht naar Colombo ging het al wat beter, met dank aan de spicy chicken.

Goed, ik ben hier dus een paar dagen en in die tijd ben ik

-eringeslaagd mijn douchecrème te laten pikken (door een andere toerist waarschijnlijk). Ik liet hem in de gedeelde badkamer liggen (niet slim natuurlijk, maar dat zou toch moeten kunnen) en daarna was hij weg. De hoteleigenaar is de vuilbakken nog gaan doorzoeken, in het gedacht dat zijn tante de tube weggooide, maar niks…

Beetje triest, maar goed, dat verkopen ze hier ook wel. Dacht ik, want zo simpel bleek het niet te zijn. De Singhalezen wassen zichzelf blijkbaar het liefst met een stuk zeep.

-nog niet lastiggevallen door de Singhalese mannen (ik hoorde en las immers verhalen in die richting). Wel heb ik ondertussen al twee keer de foto van mijn fictieve echtgenoot en kinderen (schoonbroer, neefje en nichtje, met dank aan zus voor het lenen) bovengehaald, toen men iets te lang bleef vragen of ik getrouwd was.

-flink verbrand de eerste dag in Negombo. Ik dacht dat het aan de Westkust regenseizoen was, maar waar het aan de Oostkust nu 40 graden is, is het in het Westen en Zuiden zo'n 30 graden en niet de hele tijd zo bewolkt als die ochtend. De zon was nadien stevig van de partij en mijn zonnecrème had ik dan wel niet laten pikken, maar die lag nog wel in het hotel, dat een stuk buiten het centrum lag…

-Van Negombo naar Galle gereisd met de trein en van Galle naar Matara en vervolgens naar Tissamaharama met de bus.

In diezelfde tijd heb ik

-kennisgemaakt met een hoop leuke mensen

-5 keer een bijna-doodervaring gehad, allemaal daarstraks op de bus van Matara naar Tissamaharama. Op een bepaald moment vloekte ik zo hard dat het boven het getoeter van de bus en de muziek uit te horen was. Ik heb ook aan de conducteur gevraagd of zij dat normaal vonden, maar die lachte alleen wat schaapachtig. De andere passagiers keken me ook een beetje lachend aan. Ik kan niet begrijpen dat je met 50 mensen in je bus zo onverantwoord kan rijden.

-een hele mierenkolonie en een stuk of 10 kakkerlakken naar de eeuwige jachtvelden ( of hier misschien het Nirwana) geholpen. Een stuk of 6 daarvan afgelopen nacht, wat het totaal aan slaap die nacht op 0 uur bracht. Om 5.30 uur moest ik immers ook nog klaarstaan om in Mirissa walvissen te gaan spotten…

-Een stuk of 6 blue whales gezien (of misschien 3 keer dezelfde twee, dat kan ook, het bleef niettemin indrukwekkend).

-heel hard gelachen om het verhaal van Nicole uit Nederland over haar walvisavontuur tussen de kotsende Chinezen.

Maar … God straft onmiddellijk (en Boeddha blijkbaar ook), want bij walvis 1 en 2 was ik kotsmisselijk, walvis 3 en 4 zag ik tijdens het kotsen en nummer 5 en 6 zag ik door een met kots bespetterde bril…

Dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft, zat nu in het feit dat ik de rest van de dag geen honger meer had en ik dus toch nog iets van mijn voornemen kon waarmaken. Ik ben nog nooit zeeziek geweest, maar voor alles is er dus een eerste keer.

Zo hoop ik morgen voor het eerst een luipaard te zien in een NP, meer bepaald in Yala NP. Weer om 4 uur op, als dat maar goed blijft gaan…

Tijd voor bed dus, ook al is het hier nog maar 20 uur. Dat het hier al pikdonker is helpt ook wel mee.

Nieuwe horizonten

1 juli ... zomervakantie ...

Traditiegetrouw tijd om nieuwe horizonten te gaan verkennen.
Richting Balkan zou het gaan dit jaar, met de auto en op camping.
Albanië, Kosovo, Macedonië, Bosnië, ... ze stonden allemaal op het programma.

Tot er opeens een heleboel praktische bezwaren roet in het eten kwamen gooien en ik op een goeie zaterdagnacht ergens eind mei wanhopig achter de computer kroop, op zoek naar een bestemming, waarvoor ik niet eerst heel mijn spaarpot moest leeggooien om er te geraken.

Na vele omzwervingen langs reissites en reisverhalen, goedkope vluchten-pagina's en het forum van Lonely Planet werd het uiteindelijk Sri Lanka.

De Tamil Tijgers zijn ondertussen een uitgestorven soort, aan de burgeroorlog kwam een einde en er is ook nog eens één en ander te zien. Meer moet dat niet zijn.

Zoals gewoonlijk kunnen jullie mijn avonturen op deze blog volgen. Als je hier niet meer van gediend bent, één woord en ik 'defriend' je, ik schrap je van de mailinglist en ik val je niet meer lastig ...

Voor alle anderen, veel leesplezier en (indien van toepassing) zelf ook een fijne vakantie gewenst.

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Hamba