Air malade
Een uitgebreid ontbijt werd het niet... Het werd zelfs helemaal geen ontbijt. Zoals eerder gezegd, hadden we ons even op bed gelegd voor een dutje voor het avondeten. Dat dutje deed zo goed en we hadden eigenlijk zo weinig (of geen) honger dat we maar besloten Julian en de receptie te verwittigen dat we niet gingen eten. Wim dus snel een short en T-shirt aangeschoten en naar de receptie.
Daar bleek ook net Richard, de man die onze eerste week geregeld had, aangekomen te zijn. Om even te checken hoe onze week geweest was, maar belangrijker nog, om ons te verwittigen dat Air Madagascar zijn reputatie alle eer aandeed en onze vlucht van de volgende dag om 13.20u vervroegd had naar 7u. Daar ging ons plan om uit te slapen en te genieten van een uitgebreid ontbijtbuffet op het terras naast het zwembad...
In plaats daarvan mochten we de wekker nog wat terugdraaien, 3.45u, het absolute record tot nu toe.
Tegen een uur of 10 waren we dus in Tulear al ingecheckt. Dat gaf ons wel de mogelijkheid om weer eens wat uitgebreider te wassen, naar de bank te gaan, te gaan kijken of onze tickets voor de ferry naar Anakao geregeld waren, ... kortom allerlei nuttige dingen. Mijn maag en darmen echter besloten ook die dag uit te kiezen om op te spelen en ook Wim was niet helemaal in orde. Het feit dat een paar uur later onze financiële situatie weer dik in orde was en we weer even miljonairs waren, veranderde echter niets aan onze gezondheid. Geld maakt dus toch niet gelukkig...
De volgende morgen (wekker om 6.50u dit keer), waren mijn ingewanden nog niet gesust. Vermits we daarna de boot op moesten leek het me geen goed idee uitgebreid te ontbijten, maar ik wilde wel iets binnen hebben. Het moment blijkbaar om kennis te maken met het Malagassy ontbijt, de "vary amin anana". Ananas heeft er, zoals de naam zou kunnen doen vermoeden, niets mee te maken. Het is een combinatie van rijst met groenten en dat alles in een bouillon geserveerd. Lekker, vullend én blijkbaar efficiënt, want ik heb de bootreis goed doorstaan en de dagen daarna ging het gelukkig beter.
Gelukkig inderdaad, want in Anakao aten we de lekkerste gerechten tot nu toe. Wat wil je ook, vis recht uit de zee, zelfgebakken brood en cocktails met namen als 'the devil's sperm', ' bowies blood', 'virgin's tears' en meer van dat fraais.
Het hotel waar we zaten werd uitgebaat door twee Italianen en heette Chez Peter Pan. Tot onze grote verrassing kwam die laatste ons ook echt tegemoet. Graatmager, zwarte skinny (heel letterlijk in zijn geval) jeans, ontbloot bovenlijf (je), knalrode lippenstift, dito nagels, mascara, rosgeverfd haar en als kers op de taart een sabel om zijn middel...
Niet meteen wat je verwacht in een piepklein vissersdorp met een bevolking van - uiteraard - stoere vissers en tradities zoals het eren van de doden gedurende drie dagen en nachten, met luide trommel- en elektrische gitaarmuziek, iets wat we vanop de eerste rij mee mochten maken... helaas.
Maar het was een sympathieke kerel, met een fantastische muzieksmaak en een uitgebreide muziekbibliotheek, wat de avonden er alleen maar leuker op maakte. Dat kan natuurlijk ook aan de cocktails gelegen hebben.
Tijdens ons verblijf gingen we ook walvissen spotten met een lokale vissersboot. Al snel had onze spotter een wijfje met baby in de gaten. Altijd indrukwekkend, maar deze waren een beetje te rustig naar mijn zin. Ze kwamen wel vaak boven, maar je zag altijd alleen een stuk van de rug. De staartvin kwam nooit uit het water en vaak dreven ze net onder de oppervlakte. Maar goed, na een uurtje hadden we het wel gezien en zijn we nog even verder gevaren naar Nosy Ve, een eilandje tegenover Anakao, waar je prachtige zeesterren kon zien en vreemde vissen kon spotten.
Zondag zijn we dan met de ferry terug naar Tulear gevaren om daar onze eerste taxi-brousse van deze reis te nemen. Als het aan Wim ligt ook meteen de laatste denk ik... Ik moet er eerlijkheidshalve ook bij vertellen dat ik blijkbaar ook niet meer zo flexibel ben als 10 jaar geleden.
Maar goed, eerst de ferry. Die vertrok om 7 uur, wekker dus weer om 5.50u en kleine oogjes als gevolg. Op een gegeven moment roept iemand 'baleines'!!! (walvissen) en daar, als privéshow voor ons en de paar vissers in de buurt sprongen walvissen uit het water. Springen!!! Splashen!!! En nog eens, springen, splashen. Wat een fantastisch schouwspel! Onze ogen waren snel open en wij waren dankbaar dat we dit hadden mogen zien.
In Tulear aangekomen moesten we naar het taxi-brousse station, voor onze rit naar Ranohira. We hadden drie dagen voordien geboekt, de voorste (en beste) plaatsen naast de chauffeur gereserveerd en we waren helemaal klaar voor de rit. Die zou volgens de mannen die ons het ticket verkocht hadden zo'n 3 Ã 4 uur duren. Dat dat helemaal anders zou uitdraaien kan ik jullie nu al verklappen. De rest volgt in een volgend verhaal (cliffhangers, weet je wel...).
Full speed ahead
Na één dag in Tana hadden we al een heuse transformatie ondergaan. Zo veranderden we al meteen bij het Exchange bureau in miljonairs. Het grootste biljet hier is namelijk 10000 Ariary waard, het equivalent van 3 euro. Als je dus zoals ons 500 euro laat wisselen, loop je dus met pakken geld de luchthaven uit.
De tweede dag waren we meteen ook onze eigen identiteit kwijt en werden we leden van een groep, nl. de "vazaha", de witten... Die groep waarvoor je hier, vanaf dat je kan praten, de woorden "cadeau", "argent" en "bonbon" leert. Die groep die hier komt kijken hoe jij je leven leeft.
Diezelfde tweede dag, om 8.30u maakten we ook kennis met onze chauffeur voor 6 dagen, Olivier. Vévé voor vrienden en kennissen, vreemde vogel of vliegende vazahavervoerder voor ons. Hij zou ons naar de Tsingy rijden, een natuurreservaat van bijna 160000 ha groot. Het is als het ware een landschap van kathedralen gemaakt van kalk en ligt op zo'n 300 km westwaarts van Tana. Bij ons rijd je die afstand in een paar uur, hier doe je daar, zelfs als je Vévé heet een beetje langer over. Het eerste stuk weg, van Tana naar Antsirabe was nog geasfalteerd en vrij goed. Het stuk verder naar Miandrivazo was wat meer weggesleten en vereiste dus wat zigzagwerk.
Die eerste dag 'on the road' vergrootte ik mijn Malagassy woordenschat met 700 procent. Wim ook, alleen duurde dat bij hem maar heel even en ging hij na een uur terug naar 100 procent.
We gingen dus op tocht in de Tsingy, Wim sloeg zijn voet om en deed alleen het circuit in de grote Tsingy. Ik ging daarna nog naar de kleine Tsingy, samen met Julian, een jonge Zwitser die bedrogen was door een motorchauffeur en die we op sleeptouw zouden nemen in onze 4x4.
Vanaf dag twee in de auto ging het alleen nog maar over zandwegen, hoewel Vévé ook daar het gaspedaal vlot indrukte. Aan het einde van de 6-daags rit zou er alleen maar een kip gesneuveld zijn en een slagboom (of wij), als Wim niet wakker was geweest en Vévé wakker had gemaakt...
Op die 6 dagen hebben we Vévé misschien een halve liter water zien drinken, vijf keer horen zeggen dat alles zo duur was, heeft hij geprobeerd ons te laten betalen voor zijn eten, terwijl dat zo niet afgesproken was, heeft hij geprobeerd Julian te laten betalen voor zijn slaapplaats en heeft hij die laatste ook nog eens veel te veel geld gevraagd voor de terugrit naar Tana. Vreemde vogel voor ons dus.
Waar we de eerste dag nog om 7.30u konden opstaan, werd dat de volgende dagen alleen maar vroeger. Op dag zes stond de wekker om 4.20u. We zouden dan om 5 uur vertrekken, want we hadden de lange rit van Morondava naar Tana voor de boeg. Alleen had onze chauffeur de avond ervoor blijkbaar te diep in het glas gekeken en moest die om 5.30u, toen we eindelijk zijn kamer gevonden hadden, nog gewekt worden. De (gesloten) slagboom die we even later passeerden had hij door de prut in zijn ogen dus niet gezien...
Toen we uiteindelijk om 18u in Tana aankwamen hebben we ons in het hotel op bed gelegd voor een dutje. We zouden om 20.30u gaan eten met Julian, om afscheid te nemen. De volgende dag zouden wij immers om 13.20u naar Tulear vliegen om van daaruit de ferry te nemen naar Anakao, een vissersdorp aan het kanaal van Mozambique.
Maar eerst lekker uitslapen en genieten van een lekker ontbijt...
Paspoortperikelen
Madagascar, dat zou dit keer de bestemming worden. Al jaren wilde ik er naartoe, alleen hielden de torenhoge prijzen van de tickets me steeds tegen. Dit jaar echter zou het lukken. We vonden een ticket aan een prijs die betaalbaar was voor een arme leerkracht, Wim wilde mee, Madagascar, here we come!
In januari al kochten we de tickets, tussen januari en juni zochten we een reisuitrusting voor Wim bij elkaar, begin juli (al een beetje laat) zochten en vonden we een wagen met chauffeur (er is namelijk op sommige stukken geen openbaar vervoer), we boekten zelfs al enkele hotelletjes, kortom onze reis kreeg vorm.
Dat ik, ondanks al onze voorbereiding ook echt in Madagascar geraakte, mag echter een klein wonder heten...
Op 25 juli zouden we vertrekken. Zondagvoormiddag 23 juli besluiten we nuttig te besteden met het inscannen van onze documenten. Wat blijkt? Mijn paspoort is dan al 4 maanden vervallen... Ik was ervan overtuigd dat het geldig was tot maart 2018, maar ik zat dus een jaartje te ver. Maar goed, (nog) geen paniek. Er bestaat gelukkig zoiets als een spoedprocedure. Paspoort binnenleveren voor 15u is de volgende dag ophalen. Halleluja!
Eén kleine kink in de kabel echter... alle stadsloketten zijn op maandag gesloten. Grote paniek nu! Alles heb ik geprobeerd, mensen gebeld waarvan ik dacht dat ze nuttige contacten hadden, maar blijkbaar wat en die toch niet toereikend, binnenlandse zaken gecontacteerd, mijn familie gebeld omdat ik mijn verhaal kwijt moest en Wim de nodige extra grijze haren bezorgd. Allemaal tevergeefs, helaas.
Tegen maandagmorgen wist ik met mezelf geen blijf meer en heb ik in een laatste wanhoopspoging maar naar de klantendienst van de stad gebeld. Die wisten me te vertellen dat het districtshuis wel gesloten was, maar dat daar wel werknemers aanwezig waren. Martine (zo heette de vriendelijke dame in kwestie), zou proberen iemand aan de lijn te krijgen, de situatie uitleggen en mij vervolgens terugbellen.
Ik hoef jullie niet te vertellen dat de tijd voorbijkroop (ik wilde iets weten) en tegelijkertijd voorbijvloog (elke minuut was kostbaar nu). Om 11 uur kwam dan het verlossende telefoontje... Martine was binnengeraakt bij een baliemedewerker en ik mocht komen. Tegen 12u stond ik in Antwerpen, als een verzopen kieken (Belgische zomer, jawel), met de nodige documenten en veel te veel centjes... En op dinsdag, om 13.30u had ik het kostbare boekje in mijn handen. Mijn eeuwige dank aan Martine, zonder wie ik hier niet had gezeten.
Eind goed, al goed dus en op 25 juli om 19.30u vlogen we naar Istanboel, om van daaruit om 1.55u naar Antananarivo (Tana voor het gemak) door te vliegen. Oh ja, via Mauritius. Een lange reis, het zou een voorbode worden van wat ons nog te wachten stond.
Maar daarover meer in de volgende episode...
De weg naar Popayán is lang (en soms ook eenzaam)
Naar de Cocora vallei ging ik met de Willys. Neen, ik maakte geen nieuwe beste vrienden, maar reed mee in een typische legerjeep, die ze hier gebruiken als taxi en als dagelijks vervoermiddel. Dit vooral vanwege de haast onverwoestbare carrosserie, iets wat in de bergen hier en voor het vervoer van kilo’s koffiebonen goed van pas komt.
In Cocora geraakte ik boven… De foto’s met zicht op de vallei zijn het bewijs. Hoewel het een flinke klim was, ging het allemaal vlotter dan ik had verwacht. De steile hellingen in alle vorige plaatsen waren een prima voorbereiding.
In Salento bezocht ik een koffieplantage, waar alles op ecologische en organische manier gebeurde en vooral allemaal manueel. Ik begrijp nu volledig hoe het kan dat ik thuis een paar maanden geleden 15 euro (!) voor een halve kilo betaalde…
Vanuit Salento ging ik met de bus naar Filandia, een stadje een aantal kilometers verderop. Nee, niet FiNlandia, hoewel het waarschijnlijk makkelijker was geweest om daar te geraken. Er gaat om één of andere reden geen directe bus. Je moet een bus nemen naar Armenia (de andere richting uit), aan de chauffeur vragen om je eruit te laten bij las flores en daar vervolgens een bus aanhouden die naar Filandia (de ander kant dus) gaat. Zo gezegd, zo gedaan. De man van het busstation geeft de buschauffeur de nodige instructies (helemaal correct, ik had het zelf niet beter gedaan), de andere passagiers horen deze ook allemaal en we gaan op weg. Nu heb ik op mijn telefoon een fantastische app, waarmee ik offline kaarten kan gebruiken. Zo kan ik onderweg steeds volgen waar we precies zitten. Er was dit keer maar 1 klein probleem, ik kon las flores niet vinden op de kaart. Maar goed, de chauffeur was op de hoogte, de andere reizigers ook, dus ik leunde rustig achterover. Na een tijdje leek het me toch wel lang te duren, we waren volgens mijn kaart al bijna in Armenia. Opeens vraagt de vrouw voor me of ik er niet bij las flores uit moest. Ik antwoord dat ik de route niet ken en dat ik ook las flores niet vond op de kaart. Bleek het een bloemenkrans langs de weg te zijn… De chauffeur was me vergeten en de anderen hadden er ook niet meer bij stilgestaan. Het volgende kwartier werd doorgebracht met druk gediscussieer waar ik dan best van de bus zou stappen. Enfin, uiteindelijk geraakte ik in Filandia. Ook teruggeraken was nog niet zo simpel, de bus vertrok ergens aan het centrale plein, waar 8 straten op uitkomen en dat dus 8 hoeken heeft. Aan wie ik het ook vroeg, iedereen wees me een andere hoek.
In Filandia liep ik voorbij een funerarium met de naam ‘ la resurrección’ (de verrijzenis). Als het ooit zover is, mag je me daarheen brengen. Ik weet ondertussen hoe je er geraakt...
Vanuit Salento ging het richting Popayán, de witte stad. Een busrit van een uur of 6… in normale omstandigheden. Maar, zoals jullie al kunnen raden, liep ook dat niet van een leien dakje. Het werd een rit van 14 uur… Dat het beroep van leerkracht blijkbaar overal zwaar en ondergewaardeerd is, werd hier maar weer eens bewezen ;-). De leerkrachten staakten en kwamen op straat, dat begrijp ik helemaal, waarschijnlijk was dat volkomen terecht. Dat ze daarbij ook de péage blokkeerden bij Tunía, zo'n 40 km voor Popayán begreep ik net iets minder goed. Uren hebben we daar gestaan in een kilometerslange file. Op de duur had niemand van de passagiers nog eten of water, het was er verschrikkelijk heet, er was geen schaduw dus uitstappen was niet echt een optie, in de bus blijven zitten zonder airco was echter geen betere oplossing. Het blijft me ook steeds verbazen hoe de mensen daar toch steeds blijven lachen en zich er niet al te druk om maken. ‘It is what it is', zij weten het wel…
Terwijl we daar zo stonden en niet voor- of achteruit konden, klopte er een vrouwtje van een jaar of 80 op de deur. Of iemand haar een gunst wou bewijzen en even naar haar man wilde bellen, want die was ze kwijt en ze had geen belminuten meer. Hoezo dan, kwijt? Ze zaten samen op de bus, waren wegens de file uitgestapt om te gaan plassen langs de kant van de weg en nu was ze hem kwijt, zo simpel was het… Een vriendelijke vrouw in de bus probeerde de man te bereiken, maar helaas zonder resultaat. Er was op heel veel plaatsen geen bereik en we stonden net op zo’n plek. Het vrouwtje had geen zin om te wachten en is dan maar weer uitgestapt. Nadat we een paar meter opgeschoven waren lukte het wel, maar de vrouw was toen al niet meer te bespeuren. De man was blijkbaar achterop een moto gesprongen (die wel konden passeren) en stond nu in Piéndamo, van waaruit hij en bus zou kunnen nemen naar Popayán. De lijn was echter niet erg duidelijk en het gesprek wordt afgebroken. Ondertussen was er in de bus hilariteit alom, welke man liet z’n vrouw nu achter, hij zou wel meegereden zijn met een andere vrouw, zijn vrouw moest de scheidingspapieren maar al aanvragen, enzovoort…
Maar goed, daar schoot zijn vrouw dus niets mee op en men kon haar ook niet verwittigen, want ze was nergens meer te bespeuren. Na een tijdje passeerden er wel wat politiemoto’s en leek het erop dat de péage toch zou geopend worden. Iedereen die uit de bus was, moest er in ijltempo terug in en er werd aan een man, die ook buiten stond toen de vrouw de bus inkwam, gevraagd om haar te gaan zoeken in de rij auto’s en bussen achter ons. Dat lukte hem nog ook, maar de vrouw wilde hem niet geloven en kwam dus niet mee. Bij een tweede poging lukte het wel en er werd aan de vrouw uitgelegd dat haar man in Piéndamo stond en ook tegen haar werd er nu gegrapt dat de anderen dat nooit zouden toelaten, dat ze maar moest scheiden en een andere man moest zoeken. Droogweg zei ze dat dat op hun leeftijd niet meer echt aan de orde was...
Ze kreeg de telefoon van de andere vrouw, belde zelf met haar man en toen bleek het allemaal op een misverstand te berusten. Hun bus stond een stuk voor de onze, af en toe werden er wel bussen doorgelaten en die van hun was daar één van. Toen haar man terugkwam van zijn sanitaire stop, zag hij zijn vrouw niet meteen en dacht dat zij met de bus mee was… Zij (en de rest van de bus) geraakte uiteindelijk in Popayán, maar pas nadat de kilometerslange file in eenzelfde kilometerslange rij traag de 40 kilometer omhoog door de bergen naar Popayán had afgelegd.
Moraal van het verhaal, als je even gaat plassen, doe dat dan gezellig samen en loop vooral ook samen terug naar de bus…
Ceci n'est pas une histoire
Geen verhaal, echt niet...
Vermits er om één of andere mysterieuze reden blijkbaar geen mail meer verstuurd wordt wanneer ik foto's op mijn blog zet, breng ik op deze manier de geïnteresseerden even op de hoogte.
Ik plaatste ondertussen een paar nieuwe foto's op mijn blog. Ook de volgende dagen zullen er nog volgen, dus als je zin hebt, neem gerust af en toe een kijkje.
Ik zit momenteel in Popayan, vertrek hier morgen voor een nachtje Pereira om vervolgens 3 nachten in betrekkelijke luxe te gaan spenderen in Honda, alvorens naar de Amazone te trekken. Daar schijnt het internet niet te werken, maar een nieuw verhaal volgt één dezer...
Surprise, surprise
Bijna liep het fout… 4 dagen voor ik Sapzurro zou verlaten had ik de terugreis met de ferry al geboekt. Er was op dat moment nog geen lijst, want wie zou er nu in godsnaam 4 dagen op voorhand boeken? Maar goed, een blanco blad dan maar, bovenaan de datum opgeschreven en ik mocht zelf mijn naam bij nummer 1 noteren wegens te moeilijk.
Zo, prima geregeld toch? Ik stond er als eerste op, dat betekende dat ik ook als eerste aan boord mocht en een goed plekje kon kiezen, waar ik niet, zoals bij de heenreis, kletsnat zou worden bij een regenbui. Het Colombiaanse koppel had ook nog eens gebeld twee dagen daarna, om zowel voor mij en voor henzelf te bevestigen, dus dat kwam helemaal goed. Niet dus… Bij aankomst die morgen bleek dat ik helemaal niet eerst op de lijst stond, ook niet als tweede en zelfs niet als laatste.
“Nee mevrouw, sorry mevrouw, uw naam staat niet op de lijst mevrouw”, waarna mevrouw heel verontwaardigd zei dat ze zelf haar naam had opgeschreven, 4 dagen geleden, dat er toen nog geen lijst was en ze die hadden moeten maken enzovoort, enzoverder… en dat ze dus de lijst hadden vervangen. Maar het mocht niet baten, mevrouw kon niet mee en mevrouw was aan het liegen, er was nooit een andere lijst geweest en ik had dus ook nooit als eerste op de lijst gestaan. En als ze me beschuldigen van liegen, als ik weet dat ik volkomen gelijk heb, dan word ik dus heel boos. Alleen haalt dat helaas meestal niets uit en zou ik beter proberen kalm te blijven, maar dat is nu eenmaal een reactie. Nadat ik de man in kwestie nogmaals rustig had uitgelegd dat ik echt wel zelf mijn naam had opgeschreven en dat al wel 4 dagen geleden en dat ik voor de avond al een reservatie had in Medellin, zou het misschien opeens kunnen dat ze een andere lijst hadden gemaakt. En dus zou het ook misschien kunnen dat ik alsnog met de ferry meekon. Alleen zag ik wel mijn lift door mijn neus geboord, want ook zij stonden niet op de lijst. Hier ook weer uitgelegd dat zij meermaals hadden gebeld om te bevestigen, dat hun verzekerd was dat ze op de lijst stonden, maar ook hier niets gebaat, zij moesten maar een latere ferry nemen. Alleen zou dat betekenen dat ze pas ver na middernacht zouden aankomen én vooral dat ik dan ook pas heel laat in Medellin, een grote, drukke, niet overal even veilige stad, zou arriveren.
Ook dat probeerde ik, rustig deze keer, uit te leggen aan de man. Maar die was deze keer niet te vermurwen. We hebben dan onze tassen maar uit de hoop gehaald die klaar stond om te worden ingeladen en zijn opzij gaan zitten. En blijkbaar was dat dé manier, want toen iedereen op de ferry zat, bleken er plots toch nog een paar plaatsen te zijn… Eind goed, al goed.
Hoewel… De autorit, die van tevoren veelbelovend leek, werd een rit om niet gauw te vergeten. Splinternieuwe BMW, flink wat paarden in de motor, een hippe Colombiaan van een jaar of 40 aan het stuur en dan de bergen in… Ik ben nog nooit wagenziek geweest en heb al flink wat bergritten aan een serieuze snelheid mogen meemaken, maar deze keer was ik toch heel erg blij dat we het eindpunt bereikten.
Medellin, stad van Escobar en Botero dus, waar ik eigenlijk niet naartoe zou gaan, maar die ik toch wist te appreciëren. Vanuit de stad ging ik op dagtrip naar El Peñol en Guatapé, het eerste een rots van een meter of 200 hoog (vermoedelijk een meteoriet), die je beklimt via 700 trappen, het tweede een gezellig stadje, met kleurrijke huisjes en kronkelende straatjes.
Je kan plannen wat je wil, maar de onverwachte dingen zijn toch meestal het leukst. Zo kreeg ik in Mompox een gratis privé concert. Ik liep, als enige toerist uiteraard, door de achterbuurten van het stadje en hoorde muziek. Toen ik dichterbij kwam bleek het een groepje kinderen te zijn en een paar volwassenen. De man gebaarde me dichterbij te komen, er werd een stoel voor me tevoorschijn getoverd, er werden nog snel wat andere kinderen opgetrommeld en vervolgens afgesproken welke nummers uit hun repertoire ze zouden brengen. Bleek dat de man de kinderen van de achterbuurten leerde zingen, dansen en muziek spelen (vooral op tamtams), om ze zo een zinvolle vrijetijdsbesteding te geven. En ik mocht daar dus van genieten…
In Sapzurro kreeg ik op het strand een kokosnoot aangeboden door een vriendelijke man. Nadat ik het heerlijk verfrissende kokoswater had opgedronken, maakte hij de kokosnoot open en kon ik het vruchtvlees opeten. Toen ik vroeg hoeveel ik hem moest betalen, ervan uitgaande dat je niets voor niets krijgt, bleek dat hier toch niet op te gaan. Cadeautje van de firma, fijn…
Op de terugweg van Guatapé naar Medellin, zat de bus erg vol. Ik had daar hoegenaamd geen last van, want vermits ik alleen was, had de bestuurder mij de stoel naast hem aangeboden. Reizen in luxe dus. Achterin echter waren de plaatsen al snel allemaal bezet. De bus hier heeft geen vaste stops, als er iemand aan de kant van de weg staat en dezelfde richting uit moet als de bus (en de buschauffeur zin heeft om te stoppen), kan hij meerijden. Op een gegeven moment wil er een jonge man opstappen met een gitaar. Goed, zegt de buschauffeur, je kan mee als je wat speelt. En zo kreeg ik weer een gratis concert. Dit keer geen traditionele muziek, maar eigentijdse Colombiaanse popsongs, die door de halve bus werden meegezongen. En de buschauffeur? Die toeterde vrolijk mee…
In Medellin zat ik onverwacht een paar uur lang op de plaza de las Esculturas, helemaal in de ban van een clown/mimespeler, die zo goed was, dat hij het hele plein entertainde en alle andere verkopers en artiesten werkloos liet toekijken.
Ondertussen ben ik weeral een halte verder en zit ik in Salento, een klein stadje in de Zona cafetera, de koffieregio dus. Hier zou het wat koeler moeten zijn, maar dat is niet het geval. Waar er in Capurganá en Sapzurro geen elektriciteit was, zitten ze hier zonder water, door de aanhoudende droogte… Dat is zo mogelijk nog lastiger, vooral als je ‘s morgens nietsvermoedend naar toilet gaat, vervolgens wil doortrekken en er helemaal niets gebeurt, behalve dat je je afvraagt hoe je in godsnaam die wc pot leeg krijgt… Ik laat het aan jullie fantasie over…
Morgen ga ik een wandeltocht van een paar uur maken naar de Cocora vallei, een plek (de enige ter wereld blijkbaar) waar de zogenaamde waspalmen staan, die tot 60 meter hoog kunnen worden. Het moet volgens de reisgids en de verhalen die ik las een prachtige plek zijn. Mijn kuiten heb ik vandaag alvast gesmeerd, want net als de straten hier in het stadje gaat het hele landschap flink omhoog en omlaag. Of ik boven geraakte, lezen jullie een volgende keer.
no electricity, no sun and no future
Van Mompox ging het voor één nacht terug naar Cartagena. Dat was niet mijn beste nacht of misschien beter namiddag. Vermits de busterminal ongeveer een uur buiten het centrum ligt en ik om 6.30 uur ’s morgens de bus naar Necocli op moest, boekte ik een hotel wat dichter bij de terminal, in een buitenwijk. Het hotel had immers allerlei faciliteiten, zoals o.a. een restaurant en een betaalautomaat. Zo moest ik ’s avonds niet meer naar buiten en kon ik me rustig installeren en wat wassen en zo. Aangekomen bij het hotel, bleek dat aan een zeer drukke weg te liggen, naast een tankstation, het restaurant zag eruit of het de laatste vijf jaar al niet meer open was geweest en ik hoef jullie niet te vertellen dat de betaalautomaat ook ver te zoeken was. De kamer had geen raam, was piepklein, het toilet bleef lopen, in de andere kamers zaten alleen maar Colombiaanse mannen, kortom, tijd voor een dipje… Wat had ik ook verwacht van een kamer van 10 euro, terwijl alle andere bijna dubbel zoveel kosten. Nadat ik mijn lief had gehoord was het ergste zelfmedelijden alweer verdwenen en om eerlijk te zijn viel het allemaal nog best mee. De eigenares en haar zoon waren supervriendelijk, zo'n 50 meter verder was er een soort KFC en het bed lag nog comfortabel ook. Verder was er voetbal op tv en van de mannen had ik dus geen last…
De volgende morgen vertrok ik dus naar Necocli. Normaal zou ik naar Turbo gaan, zo’n twee uur zuidelijker. Daarover had ik al gelezen dat het een noodzakelijk kwaad was om in Capurganá te geraken, maar dat je er beter/liever niet buiten kwam. Ik keek daar dus al niet erg naar uit. De eigenares van het hotel waar ik boekte in Capurganá echter, wist me te vertellen dat er sinds een jaar ook een ferryservice was vanuit Necocli. Dat was een kortere busrit, een kortere oversteek én Necocli was een aangenamer stadje om de nacht door te brengen.
Vanuit Necocli nam ik dus de ferry naar Capurganá. En daar besloot het lot zich een beetje te moeien. Waarvoor dank trouwens… Het had misschien in Necocli al wel van zich laten horen. Ik boekte namelijk in Necocli alvast een nacht voor wanneer ik terug zou komen. De boot komt daar immers om 12 uur ’s middags aan en dat zou te laat zijn om nog een bus te nemen naar mijn volgende bestemming, Medellin. Ik heb ook getwijfeld om mijn grote rugzak daar te laten, vanwege een bepaald aantal toegelaten kilo’s op de ferry en een toeslag per extra kilo, maar ik besloot dat uiteindelijk toch niet te doen (het lot, je zal zien). Met mijn grote en kleine rugzak kwam ik dus aan in Capurganá, waar ik 4 nachten had geboekt. Een paar dagen ontspannen aan de Caribische zee, vlak bij Panama, is nooit verkeerd zo halverwege de reis. Alleen bleek dat ze daar al bijna drie weken zonder elektriciteit zaten, iets wat de vriendelijke dame van het hotel mij dan weer (bewust?) niet had verteld. Waarschijnlijk had ze gehoopt dat het probleem al lang opgelost zou zijn, zoals ze hier ook elke dag beloven. Enfin, geen man overboord, ’s avonds werd er voor een paar uurtjes een generator aangezet, dus ik kon zien waar ik extra moest schrobben en alle nodige elektronica kon worden opgeladen (om beurt weliswaar, wegens slechts 1 stopcontact). Wel moest ik de lekker sapjes missen op momenten dat ik er zin in had, geen elektriciteit, dus geen blender, dus geen sap…
Restaurants zetten wel frequenter de generator aan, ook voor de onontbeerlijke loeiharde muziek helaas, maar dat zorgde dus alleen maar voor extra lawaai. Doorheen al dat lawaai kon ik nog wel 2 Zuid-Afrikaanse dames verstaan, die een aantal dagen hadden doorgebracht in Sapzurro, een 10-tal minuten verder met de boot. Daar was blijkbaar veel minder toerisme, dus ook minder generators en dus ook minder lawaai. Uiteraard ook geen sap en, naar later zou blijken, ook een erg weinig gevarieerd aanbod aan eten, wegens geen elektriciteit en geen generators…
Maar goed, een mens zit aan het strand en dan heb je niet veel nodig. Alleen wat zon… dat zou nog eens fijn zijn. Maar helaas laat ook die bron van energie het deze dagen afweten.
Het lot daarentegen is nog steeds aan het werk. Hier in Sapzurro, waar ik normaal niet zou zijn en al helemaal niet met al mijn spullen, zit ik in een prachtig hotel, in een gigantische cabana voor mezelf, met als enige andere gasten een Colombiaans koppel van een jaar of 40. Zij kwamen ook via Necocli, vertrekken hier ook op maandag, hebben hun auto in Necocli staan én passeren op zo’n twee uurtjes van Medellin (mijn volgende bestemming), wat hier als verwaarloosbaar kan worden beschouwd. De keuze tussen een busrit van een uur of negen of de auto voor een uurtje of vijf is snel gemaakt. Maandag vlei ik me op de achterbank van de auto (helaas wel naast Lula, hun Boston terriër) en rijd ik dus in betrekkelijke luxe naar Medellin, de stad van de eeuwige lente, van Botero en Pablo Escobar en in de jaren ’80 nog de gevaarlijkste stad ter wereld.
Maar gevaar is uiteraard relatief. Zo zit ik hier op een boogscheut van de zogenaamd gevaarlijkste 100 km ter wereld, de Darien Gap. Ik zie daar echter niet veel van, enkel het groen van het bladerdak. Dagelijks echter komen in Capurganá hordes Haïtiaanse bootvluchtelingen aan. Zij hebben geholpen bij de bouw van de voorzieningen voor de Olympische spelen, zijn daar niet meer nodig en trekken vanuit Brazilië, door Peru, Ecuador en Colombia naar Panama om zo naar de Verenigde Staten te geraken in de (ijdele) hoop op een beter leven. The American dream…
Mannen, maar ook vrouwen, kinderen en baby's. Allemaal met hun hebben en houden, gepropt in een rugzak, tussen eten en drinken om een aantal dagen in de jungle te overleven. Zij trotseren de Darien Gap en dat is een bijna ondoordringbare jungle vol gevaren, gaande van giftige en gevaarlijke planten, tot dito beesten, drugssmokkelaars, rebellen en ander gespuis. Ik zou niet graag in hun schoenen staan, maar zijzelf waarschijnlijk ook niet. Als ze die al hebben tenminste…
De geneugten van het reizen
Paragliden dus… Vanop de grond lijkt het simpel… en vooral heel ‘smooth’. Alleen, als er geen goede thermiek is en de lucht eigenlijk een beetje te koud, is er redelijk wat turbulentie en is er ook net iets minder sprake van echt glijden. Lucky me dus… Het was een hele ervaring, ik heb niet heel de canyon bij elkaar gekrijst, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet echt heel relaxed aan die parachute hing. Maar goed, ik heb het gedaan en was best trots op mezelf. Al is het moeilijk om op zo’n moment de woorden ‘it is what it is' ook zo luchthartig op te vatten. Daarboven is het vooral het moment om je af te vragen wat er gebeurt als de wind of de thermiek plots wegvalt, of je wel goed gezekerd bent (daarvoor heb je niet eens de tijd voordat je de berg moet aflopen),… Je afvragen of je wel goed VERzekerd bent is een beetje belachelijk, vermits je het volgens mij niet meer nodig hebt als je zo’n paar honderd meter naar beneden gestort bent. Maar hey, hier I am, alive and kicking…
‘It is what it is' kon ik mezelf ook moeilijk voorhouden op de nachtelijke, 15 uur durende busrit van San Gil naar Cartagena. Ik had om een plaats vooraan in de bus gevraagd en die gekregen ook. Tot zover geen klachten. We vertrokken om 20u en kregen eerst een film voorgeschoteld. Prima, het geluid stond niet te hard, de temperatuur van de airco bleef ook binnen de perken, de plaats naast me was vrij, meer plaats dus voor mij, het had alles in zich om een prettige reis te worden.
En ook daar weer lucky me… Vermits ik vooraan zat, hoorde ik, zelfs met mijn oorstoppen in, de salsamuziek die diende om de chauffeur wakker te houden. Ik kan een salsanummer op zijn tijd wel smaken, maar 13 uur aan een stuk? Trop is soms echt te veel… Daarbij kwam nog dat de bus redelijk wat plaatsen aandeed en ik dus om de zoveel tijd iemand anders naast me kreeg. Ik hoef niet te zeggen dat ik weinig sliep die nacht?
Ik kwam echter wel heelhuids in Cartagena aan, iets waar je volgens de site van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken erg aan mag twijfelen. Ze raden aan de weg te mijden, eventueel overdag te nemen, maar zéker niet ’s nachts. Dat las ik echter maar pas als ik al ter plekke was.
Cartagena was een aangename stad, verdeeld in een oud, omwald stuk en een nieuw stuk, met hoogbouw, zoals in de meeste kuststeden het geval is. Ik heb er een paar aangename dagen doorgebracht, alvorens hierheen te komen.
Hierheen is Mompox, volgens Lonely Planet het meest charmante stadje in het Noorden van Colombia. De reis hierheen was uiteraard ook weer een ervaring. Twee stoelen achter me, aan de andere kant van het gangpad, zat een oudere vrouw, die al voor de bus vertrokken was aan het klagen was. Ok, de bus vertrok met een half uur vertraging, dat klopt. Het toilet was niet proper (ook daarin had ze waarschijnlijk gelijk, ik ben zelfs niet meer gaan checken). Tijdens de film die ze eerst speelden was ze, tegen alle verwachting in, niet te horen. Na de film echter werd de gebruikelijke folkloristische muziek opgezet en ja, daar was ze weer… Dat ze de muziek niet hoorde, die stond veel te stil. Vermits ook op de Colombiaanse bussen klant koning is, werd er eens flink aan de volumeknop gedraaid. Resultaat: urenlang geblèr boven mijn hoofd en een bus Colombianen die na 5 minuten diep in slaap waren, inclusief de lastige tante. Na een aantal uur liet ze echter weer van zich horen. Of de chauffeur wel kon rijden, het was zeker zijn eerste keer, nee, hij moest niet door dat dorp, maar eromheen,… Ik heb op een gegeven moment overwogen te vragen of zij niet beter zelf het stuur zou overnemen, maar daarvoor ben ik uiteraard te beleefd.
We geraakten in Mompox. We stonden onderweg wel een half uur stil met platte batterij (en dus geen airco meer bij zo'n 40 graden) en het parkeren van de bus ging nog enigszins moeizaam (het was volgens mij echt zijn eerste keer), maar verder kwam ik ook hier heelhuids aan. In tegenstelling tot het toeristische Cartagena, is Mompox helemaal authentiek en niet echt gericht op toeristen.
Dat had ook mijn hotel helemaal zo begrepen. Mijn kamer met ontbijt en wifi, gereserveerd via Booking.com, veranderde als snel in een kamer tout court. De vrouw wist schijnbaar niets van mijn reservatie, maar bracht me toch maar naar de kamer die ik volgens mijn beschrijving gereserveerd zou hebben. Nadat ik mijn spullen binnen had gezet, ging ik met mijn paspoort naar beneden voor registratie. Toen ik de sleutel vroeg, bleek die er niet te zijn. De vorige gasten hadden die meegenomen… Maar geen probleem, het was hier echt veilig, er zou niets gebeuren. Tja, toch wel een beetje een vreemd idee zo zonder sleutel, vooral omdat ik net veel geld had afgehaald met het oog op wel wat contante betalingen de komende dagen. En ik was allerminst van plan om 3 dagen op mijn kamer te blijven zitten. Enfin, vertrouwen in de goedheid van de mens dan maar…
Bij mijn vraag naar het paswoord van de Wi-Fi, bleek die er toevallig niet te zijn. Er was een kabel stuk en ze hadden al ontelbaar veel keren naar de maatschappij gebeld, maar helaas. Vandaar ook dat ze niet wist van mijn reservatie. Ok, daarvoor wil ik nog wel begrip opbrengen. Eventjes dan toch. Als dan echter de volgende morgen ook nog blijkt dat er van het inbegrepen ontbijt in de verste verte niets te bespeuren valt, is mijn begrip net iets verder te zoeken. Nee, mevrouw haar moeder was ziek en moest naar de dokter en daar was mevrouw dus nu naartoe. En ze had niets gezegd over ontbijt en dus was dat er ook niet. Naar de gratis manicure die elke klant op Booking.com werd aangeboden heb ik zelfs niet meer gevraagd.
Ook de toeristische dienst heeft het niet zo op toeristen voorzien. Daar ging ik namelijk vanmorgen vragen of ik ergens een fiets kon huren. Geen probleem werd me verzekerd. Wanneer ik hem nodig had? Tegen 14 uur leek me wel ok, dus dat werd zo afgesproken. Zij zou er één regelen. Om 13.55u sta ik, stipt als ik ben, voor het bureautje, om daar de deur gesloten te vinden. Op de deur hangt nochtans een bordje met daarop: geopend van maandag tot zaterdag van 8u tot 17u. Daar zit volgens mij 14u dan toch ergens tussen, tenzij de hitte hier al zijn tol heeft geëist en mijn hersenen deels gesmolten zijn. 14u werd 14.30 uur, niets… Of toch wel, een mannetje dat kwam zeggen dat er om 15 uur een boot vertrok voor een toer van zo'n 3,5 uur naar een eilandje in de rivier, om apen, vogels en ander wildlife te gaan spotten. Die toer wilde ik morgen sowieso doen, dus dan maar change of plans, tenzij de dame toch nog met mijn fiets verscheen. Maar nee, geen dame, … Blijkbaar wel een fiets, die stond twee deuren verder achter slot en grendel. Dat wist de vrouw van het aanpalende winkeltje me te vertellen. De dame van de toeristische dienst zat in een vergadering en had aan de politie gevraagd om me de fiets te bezorgen. De politie (uw vriend, of toch niet?), had blijkbaar andere dingen te doen… En de man van de boot? Wel, tegen de tijd dat ik besloot toch maar op te stappen en de boottocht te doen, om 14.50u, had die blijkbaar ook andere dingen te doen en was hij nergens meer te bekennen.
De politie, uw vriend, kreeg ik vanavond bijna toch nog te zien, toen ik op een terras gezelschap kreeg van een jonge gast, met een vraag waar ik niets kon van maken. De dame van het cafeetje vroeg hem wat hij wou, maar daarop droop hij af en ging bij z’n vrienden zitten. Ze hadden al de hele tijd mijn aandacht proberen te trekken met sisgeluiden, maar daarop had ik niet gereageerd. Toen ik ging betalen zei de vrouw me voorzichtig te zijn. Ik vroeg haar wat er dan zou kunnen gebeuren, want volgens mij was het vrij onschuldig, opschepperig gedoe van jonge gasten, maar zij zou ze in het oog houden zei ze, en indien nodig de politie bellen. Dat bleek uiteindelijk niet nodig, mijn hotel lag ook maar een straatje verder en ik ben niet gevolgd.
Toen ik daarstraks, toen het al donker was, ging eten, heb ik toch maar een busje haarlak in mijn zak gestoken. Een verwittigde vrouw is er dan misschien wel twee waard, maar zij waren met een man of vijf...